Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
535041/571804
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 19 december 2022 een camper met BOVAG-garantie. Kort na levering traden startproblemen op, die volgens de consument nooit volledig zijn verholpen. In maart 2024 liet hij op eigen initiatief een motorrevisie uitvoeren voor €4.005,95 en eiste achteraf vergoeding van deze kosten.
De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de consument de ondernemer niet vooraf in de gelegenheid had gesteld om de klacht te beoordelen of zelf te verhelpen, zoals vereist volgens de BOVAG-voorwaarden en het reglement van de commissie. Omdat het verzoek tot niet-ontvankelijkheid tijdig door de ondernemer was ingediend, werd dit gehonoreerd.
De consument werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. De commissie deed geen inhoudelijke uitspraak over de motorproblemen of de revisiekosten.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 19 december 2022 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een camper van het merk Hobby type Van Exclusive 500 (bouwjaar 2010; km-stand 59250) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 44.750,–.
De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 23 december 2022.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
In december 2022 hebben wij een camper gekocht bij de ondernemer met BOVAG-garantie. Tijdens de levering werd het slecht starten door ons opgemerkt. Vervolgens heeft de camper enkele weken ter reparatie bij de ondernemer gestaan zonder resultaat, het probleem kon niet worden vastgesteld. Aansluitend is de camper door de ondernemer bij een motorrevisie bedrijf in [plaatsnaam] aangeboden en ‘gerepareerd’. Het resultaat was dat de camper wel iets beter startte, maar nog steeds ver onder de maat presteerde, daarbij wordt aangetekend dat wij geen ervaring hadden met hoe een dieselauto/camper naar behoren dient te starten. De verkoper zei ons dat we goed moesten doorstarten. Wij hebben geen enkele bijzonderheid over de reparatie door het motorrevisie bedrijf ontvangen, anders dan dat werd gezegd dat het probleem opgelost zou zijn. In het najaar 2023 heeft de ondernemer de camper Apk-gekeurd en de grote beurt uitgevoerd.
Tijdens een vakantie in de wintermaanden ging het starten steeds slechter en werden wij gedurende de thuisreis in maart 2024 onaangenaam verrast door blauwe rook uit de uitlaat en een nog slechter starten. De BOVAG-garantie was inmiddels verlopen.
Thuisgekomen zijn we naar een motorrevisie bedrijf gegaan in [plaatsnaam]. Zij constateerden dat het slechte starten veroorzaakt werd door corrosie in de cilinders en kleppen, veroorzaakt door lang stilstaan van de camper. Daarnaast was er ook sprake van compressieverlies in 1 cylinder wat ook door corrosie was veroorzaakt (wij hebben hiervan foto’s en hebben de aangetaste onderdelen in huis). Op onze vraag of deze schade recentelijk ontstaan zou kunnen zijn werd geantwoord dat er al veel langer sprake moest zijn van zichtbare schade aan cilinders en kleppen, wat door de ondernemer of het motorrevisie bedrijf in [plaatsnaam] destijds opgemerkt had moeten zijn.
Dit betekent dat de reparatie hiervan gewoon binnen de BOVAG-garantie termijn gedaan had moeten worden.
Wij hebben per mail dd. 16 mei 2024 gereclameerd bij de ondernemer en hebben hen aansprakelijk gesteld voor de geleden schade, we hebben nooit meer iets van hen vernomen.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De consument blijft bij wat door hem is aangevoerd. Na de motorrevisie in [plaatsnaam] was voor mij voor het eerst echt duidelijk dat de motor nooit perfect heeft gestart. Ik heb toen een email naar de ondernemer gestuurd met de rekening die ik had betaald, met verzoek dat bedrag aan mij over te maken. Mij is gezegd dat lang stilstaan de oorzaak is geweest van dit probleem.
De consument verlangt: “Het betalen van de reparatie op 29-03-2024 bij een motorrevisiebedrijf in [plaatsnaam]. Totaalbedrag € 4.005,95.”.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
In het begin heeft de consument inderdaad problemen gehad met het starten. Dit is verholpen. Dit hadden wij uitbesteed aan Dieseltechniek in [plaatsnaam]. Daar heeft de consument ook contact mee gehad. Op 20 november 2023 hebben wij de camper bij ons in de garage gehad, en wel voor een kleine onderhoudsbeurt en APK en nog wat dingen. Ook hebben wij toen de afvoer/afsluitdop hersteld en de afvalkraan schoongemaakt, omdat er etensresten in zaten. Toen is er niet over gesproken dat de consument nog problemen had met het starten.
Wij kregen later van de consument bericht per E-mail dat hij een reparatie had laten uitvoeren en dat wij de rekening daarvan moesten betalen. Er is nooit overleg hierover geweest en er is door de ondernemer dus ook geen toestemming voor de reparatie gegeven.
In reactie op het rapport van de deskundigen wil ik nog wel eens volgt reageren. Er staat vermeld in het rapport dat de ondernemer heeft meegedeeld dat het voertuig in oktober 2023 tijdens aanwezigheid bij de ondernemer voor kleine beurt/ APK drie dagen had stilgestaan. Dat was in september 2023; toen heb ik ter plaatse het brandstoffilterhuis vervangen. De consument belde op een vrijdagmiddag dat hij brandstoflekkage had en dat hij de zondags weer naar huis moest. Dit hebben wij ter plaatse vervangen in Vlissingen op een zondagmorgen. De consument heeft bij ons nooit gemeld dat hij nog problemen had met het slechte starten.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ook de ondernemer blijft bij wat door hem is aangevoerd. Ik heb voorafgaand aan de revisie in [plaatsnaam] geen email van de consument ontvangen. Dat is achteraf gebeurd, met verzoek aan de ondernemer om de gemaakte kosten van revisie te vergoeden. Voor aflevering van deze camper is de distributie-set vervangen. Dat heb ik zelf gedaan, weet ik nog. Ik weet ook dat dat er naar aanleiding van de startklachten van de consument een digitale compressietest heeft plaatsgevonden bij Dieseltechniek in [plaatsnaam]. Ik beschik niet over een geprint testresultaat. Ik weet wel dat er op dat vlak geen problemen waren gesignaleerd. Vanwege de destijdse klacht over het straten is een nieuwe startmotor geplaatst; de vorige draaide te langzaam. Daarna waren er geen startproblemen meer. Ook bij de vervanging van het brandstoffilter ter plaatse in [plaatsnaam] is geen startprobleem gemeld of gesignaleerd.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft volgens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.
Partijen waren aanwezig bij mijn onderzoek op 17 oktober 2024.
Het betreft hier een camper Hobby SL 500 (op basis Fiat Ducato), bouwjaar 2020, diesel.
Het voertuig is voorzien van een vier cilinder common-rail turbodieselmotor, gekoppeld aan een handgeschakelde transmissie. Het voertuig verkeert, gelet op leeftijd en verreden kilometers, in goede staat.
Uit verkregen informatie constateerde ik het volgende:
Het bovengenoemde voertuig is op 23 december 2022 door de consument bij de ondernemer aangekocht. Bij levering heeft de consument opgemerkt dat de motor slecht start/niet direct aanslaat. De ondernemer zou hebben aangegeven dat er goed/langer moet worden doorgestart. Het voertuig had bij aflevering 59.250 kilometer gereden. Tijdens een korte vakantie direct na aankoop verliep het starten/aanslaan van de motor moeizaam, waarbij het voertuig enkele weken bij de ondernemer heeft gestaan zonder resultaat.
Het voertuig is vervolgens door de ondernemer bij Dieseltechniek [plaatsnaam] aangeboden, deze heeft werkzaamheden aan het voertuig verricht. De consument geeft aan dat de motor hierna wel beter startte/aansloeg, maar naar zeggen van de consument nog onder de maat presteerde. In oktober 2023 heeft de ondernemer onderhoud en een APK aan het voertuig uitgevoerd. Tijdens een vakantie in de wintermaanden werd het starten/aanslaan van de motor steeds slechter, waarna er tijdens de terugreis in maart 2024 blauwe rook uit de uitlaat was waar te nemen en de motor nog slechter startte/wilde aanslaan. Aangezien de BOVAG-garantie reeds was verlopen, werd het voertuig aangeboden bij [ondernemer 2] in [plaatsnaam]. [ondernemer 2] in [plaatsnaam] stelde vast dat het slechte starten/aanslaan van de motor wordt veroorzaakt door corrosie in de motor en compressieverlies. De motor is hersteld door het uitvoeren van een cilinderkop revisie. De consument is van mening dat er bij aankoop reeds sprake was van de motorproblemen/schade welke later tot uiting zijn gekomen.
Mijn vaktechnisch oordeel luidt als volgt:
Op 17 oktober 2024 bezochten wij de ondernemer op het afgesproken tijdstip en ontmoetten daar de partijen. Wij bespraken nogmaals gezamenlijk de toedracht en vernamen dat de consument de vervangen/beschadigde onderdelen heeft meegenomen. De motor start sinds de reparatie als nooit tevoren, aldus de consument. Wij informeerden bij consument wat er was ondernomen nadat de rook werd waargenomen en de motor nog slechter functioneerde. Na het waarnemen van de rook, werd naar verluidt de ANWB ingeschakeld, deze heeft aangegeven dat er rustig doorgereden kon worden naar de thuisbestemming. De ondernemer merkte op dat de consument zich op een vrijdagmiddag in september 2023 heeft gemeld met een brandstoflekkage. Door de ondernemer werd op locatie in [plaatsnaam] op zondagochtend een brandstoffilterhuis vervangen. De motor werd vervolgens in de aanwezigheid van de ondernemer en consument, nadat de motor vanaf de vrijdag had stilgestaan, met een koude motor gestart. Hierbij werden er geen problemen met het starten of aanslaan van de motor waargenomen. De ondernemer vindt het dan ook een vreemd verhaal, als het zo slecht gesteld is met starten, waarom dat toen niet en waarom kom je niet terug?
De consument heeft zich nooit gemeld dat er nog problemen waren met slecht starten/aanslaan van de motor. Wij informeerden bij de ondernemer naar de werkzaamheden welke zijn uitgevoerd bij Dieseltechniek [plaatsnaam] in 2022. Hierbij vernamen wij dat er destijds een andere startmotor werd gemonteerd, aangezien het start toerental op sommige momenten te laag zou zijn geweest. Wij inspecteerden het reeds herstelde voertuig. Het voertuig bevond zich op dat moment op het parkeerterrein van de ondernemer.
De motorruimte van het voertuig laat geen vreemde zaken zien, de gloeibougies ogen nagenoeg nieuw, zoals ook gemeld op de factuur van het herstel. Verdere delen zijn weg gebouwd en niet te controleren. Aangezien de motor van het voertuig reeds is hersteld, hebben wij de doos met de naar verluidt vervangen onderdelen mee de werkplaats ingenomen alwaar we de delen op karton hebben uitgelegd en beoordeeld.
Wij stelden vast dat de cilinderkoppakking, gasklephuis, distributieriem, rollen en waterpomp geen afwijkingen of bijzonderheden laten zien. De aanlegvlakken van de inlaatkleppen, welke afdichten/aanliggen op de klepzittingen zijn alle acht mooi schoon en glad, de aanlegvlakken van alle acht de uitlaatkleppen op de klepzitting laten daarentegen vervuiling/harde afzetting zien hetgeen oogt als corrosie, zie foto 4 en 5.
Eén van de uitlaatkleppen welke ons wordt getoond, is deels ingebrand als gevolg van een onjuiste afdichting op de zitting en de blow bye gassen welke vervolgens langs de klep lekken, met inbranden van de klep tot gevolg.
De klepzittingen waarop de afdichting plaatsvindt zijn niet aanwezig, enkel zijn er een paar foto’s van de klepzittingen gemaakt door [ondernemer 2]. Ook hier is inbranding en een vervuiling op de aanlegvlakken zichtbaar. Wij namen telefonisch contact op met [ondernemer 2] en informeerden naar de door hun gestelde diagnose en bevindingen. Wij vernamen hierbij dat het voertuig nog rijdend werd aangeboden met een niet juist functionerende motor. Allereerst werden de verstuivers getest, deze bleken in orde. Hierna is er compressie gemeten en bleek er sprake van compressieverlies op meerdere cilinders, en met name bij één cilinder waar zich later de ingebrande klep bleek te bevinden. Na vaststelling van het compressie verlies is er met de eigenaar overleg geweest en is van de eigenaar de opdracht verkregen de cilinderkop te demonteren. Hierbij stelde men de diagnose dat er sprake is van corrosie op de klepzittingen en de aanlegvlakken van de kleppen op deze zittingen. De zittingen waren volgens [ondernemer 2] ingerot door vocht.
Als een klep niet juist kan aanliggen/afdichten op de klepzitting dan zal er sprake zijn van compressieverlies en ook kan de klep zijn warmte niet langer op een juiste wijze afvoeren. Dit heeft een thermische overbelasting van de klep tot gevolg en zal op enig moment leiden tot het inbranden van de klep door uitlaatgassen welke langs het materiaal blijven stromen. Het waargenomen schadebeeld is het gevolg van de vervuiling/corrosie tussen de klepzittingen en het aanlegvlak van de kleppen. Aangezien het voertuig al is hersteld, is het niet mogelijk om de oorzaak van de schade nader te onderzoeken. Een dergelijke vervuiling/schade ontstaat niet in enkele dagen of weken, maar is het gevolg van een langzaam inwerkend proces. Het is niet mogelijk om vast te stellen of er reeds corrosie aanwezig was op het moment van verkoop door de ondernemer. Het is niet mogelijk om dergelijke corrosie op de pasvlakken waar te nemen zonder demontage van de cilinderkop. Dieseltechniek [plaatsnaam] had een dergelijke vervuiling dan ook niet zomaar kunnen waarnemen.
De corrosie welke is ontstaan, zou kunnen zijn voortgekomen door langdurige blootstelling aan vocht, koelvloeistof of een vervuiling welke in de loop der jaren is opgebouwd door een onjuist afdichting van de kleppen op de zittingen. Dit is in het huidige stadium niet langer vast te stellen. Er kan mogelijk een verband zijn met het slechter aanslaan van de motor (door licht compressie verlies) tijdens het starten en de waargenomen vervuiling op de aanlegvlakken van de uitlaatkleppen. Ook dit is in het huidige stadium niet langer onomstotelijk vast te stellen.
De motor van het voertuig is dus reeds hersteld door het uitvoeren van een cilinderkop revisie. Van [ondernemer 2] vernamen wij dat het gasklephuis ook is vervangen aangezien deze niet opnieuw kon worden ingeleverd, en dus niet omdat het onderdeel defect was. Dit is voor ons in het huidige stadium niet meer te controleren. De door [ondernemer 2] opgemaakte factuur á
€ 4.005,95 is marktconform en geeft geen vreemde zaken of onderdelen weer.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De factuur van [ondernemer 2] uit [plaatsnaam] ad € 4.005,95 is gedateerd 29 maart 2024, en is voldaan door de consument. Die werkzaamheden zijn uitgevoerd in opdracht van (alleen) de consument. Gesteld noch gebleken is dat voor of na het opdragen van deze werkzaamheden door de consument en/of die derde hierover nog overleg heeft plaatsgevonden met de ondernemer.
Eerst achteraf bij emailbericht van 16 mei 2024 om 15:05 uur heeft de consument de ondernemer voor zover hier relevant als volgt bericht:
(…..)
“De BOVAG garantieperiode was inmiddels verlopen. Thuisgekomen zijn we met de camper naar een gerenommeerd motorrevisiebedrijf gegaan welke constateerde dat het slechte starten veroorzaakt werd door corrosie in de cilinders en kleppen door lang stilstaan van de camper. Daarnaast was er ook sprake van compressieverlies in cilinder 3 (zie bijgevoegde foto’s) welke ook was toe te schrijven aan de corrosie.
Op basis van bovenstaande concluderen wij dat de schade aan de cilinders door [ondernemer] opgemerkt had moeten zijn of anders zeker wel door hun motorrevisiebedrijf in [plaatsnaam] en dat u de reparatie tijdens de BOVAG garantieperiode naar behoren hadden moeten (laten) uitvoeren. Op basis van de conclusies en de noodzakelijk uitgevoerde revisie aan de motor door ons motorrevisiebedrijf moeten wij concluderen dat er nauwelijks of geen sprake is van afdoende reparatie door [ondernemer] aan de motor tijdens de BOVAG garantie periode. Wij hebben de noodzakelijke revisie uiteindelijk zelf moeten betalen (€ 4.005,95). Op basis van bovenstaande zijn wij van mening dat
1. gesteld de klacht van het slecht starten door ons bij [ondernemer] tijdens de BOVAG garantieperiode ingediend niet of onvoldoende is verholpen.
2. Dat wij recht hadden op volledige (1 jaar) BOVAG garantie zoals afgesproken en verwoord in het koopcontract.
3. Dat wij recht hebben op afdoende reparaties welke tijdens deze periode uitgevoerd dienden te worden.
4. Dat de kosten daarvoor voor rekening komen van [ondernemer].
5. Dat de rekening voor het bedrag van € 4.005,95 door ons betaald voor de motorrevisie aan ons zal moeten worden gerestitueerd door [ondernemer].”.
(……)
De commissie stelt indachtig de gemotiveerde tegenspraak van de ondernemer vast dat niet is komen vast te staan dat de consument diens nieuwe klacht over het functioneren van de motor van deze camper eerst ter beoordeling heeft voorgelegd aan de ondernemer, opdat deze op basis van eigen onderzoek kan beslissen of hij die klachten zelf gaat verhelpen, het verhelpen daarvan door derden voor zijn rekening neemt of dat hij de klacht afwijst.
Artikel 21 lid 3 van de op de koopovereenkomst van partijen van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden BOVAG Autobedrijven Koop/Reparatie & Onderhoud bepaalt voor zover hier relevant:
“Van een geschil is sprake nadat de klachtafhandeling door de verkoper (….) niet succesvol is geweest.”.
Dit is uitgewerkt in het reglement van de commissie dat in artikel 6 bepaalt:
1. De commissie verklaart op verzoek van de ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument in zijn klacht niet ontvankelijk: a. indien hij zijn klacht niet eerst overeenkomstig de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden c.q. garantiebepalingen bij de ondernemer heeft ingediend;
(….)”
Het betreffende bij eerste gelegenheid – immers in het verweerschrift – aangevoerde verweer van de ondernemer slaagt dan ook, en de consument dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in diens bovengenoemde vordering.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse en de heer H.H. van der Linden, leden, op 12 december 2024.