Commissie: Commissie
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
428385/493727
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Post over een beschadigd verzekerd pakket dat hij naar de VS had verzonden. Hij eiste een vergoeding van €288,25 van de ondernemer, omdat het pakket volgens hem goed verpakt was en de schade niet aan hem te wijten was. De ondernemer wees de claim af en stelde dat de schade voortkwam uit onvoldoende verpakking.
Tijdens de zitting bleek dat de consument honderden antieke producten aanbiedt via een online platform en dat de verzending plaatsvond in het kader van zijn handelsactiviteiten. Hoewel zijn eenmanszaak pas later officieel werd geregistreerd, oordeelde de commissie dat sprake was van bedrijfsmatig handelen.
Omdat de Geschillencommissie Post uitsluitend bevoegd is voor geschillen tussen consumenten en ondernemers, verklaarde zij zich niet bevoegd om deze zaak te behandelen. De klacht werd daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Post
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vraag of de ondernemer aan de consument een vergoeding dient toe te kennen voor een beschadiging van de inhoud van een verzonden verzekerd pakket. Ter discussie staat ook of de commissie bevoegd is.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer weigerde € 288,25 te betalen voor de beschadigde inhoud van het verzekerde pakket dat de consument naar de VS stuurde. Aan de consument werd gevraagd om foto’s en een rapport op te vragen bij de ontvanger en USPS. De koper heeft daaraan voldaan. Op de foto’s is te zien dat het pakket vochtig was en in plastic was gewikkeld om de inhoud binnen te houden. In het USPS-rapport werd vermeld dat het pakket was verpletterd of verbrijzeld en dat het gebruikte materiaal alleen maar noppenfolie was. Dit is onnauwkeurig, aangezien de spiegel verpakt was in twee kartonnen dozen en vier lagen noppenfolie, zoals de foto’s laten zien. Het rapport gaf ook aan dat de kennelijke oorzaak van de schade een ontoereikende verpakking met alleen noppenfolie was. De ondernemer gebruikte dit als excuus om niet te betalen zoals gegarandeerd in de verzendverzekering, waarbij de ondernemer alle andere tegenstrijdige informatie negeerde en het feit dat het pakket, ongeacht het verpakkingsmateriaal, niet had mogen worden blootgesteld aan water, verplettering of vernieling.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer gaat uitvoerig inhoudelijk in op de klacht. Hij vermeldt echter ook het volgende:
In het reglement van de commissie is bepaald dat de commissie tot taak heeft geschillen tussen consumenten en de ondernemer te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door de ondernemer te leveren of geleverde diensten (artikel 3 van het Reglement). Als consument wordt aangemerkt de natuurlijke persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of een bedrijf (artikel 1). De klager in dit geschil kan niet als consument worden aangemerkt, aangezien het vervoer van het betreffende poststuk in het kader van zijn bedrijf of onderneming is gedaan. De consument exploiteert via het platform [website] een onderneming die antieke spullen verhandelt. In een van zijn e-mails aan de ondernemer bevestigt hij dit en geeft hij aan dat hij ongeveer 2000 producten te koop aanbiedt. Hij is actief onder de naam [naam] op dit platform. Het stelselmatig verhandelen van producten, buiten de kennelijke sfeer van hobby, wordt door de commissie in dit geval beschouwd als bedrijfsmatig handelen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting is besproken in welk kader de consument het pakket verzonden heeft. Hij deelde mede indertijd als antiekhandelaar gepensioneerd te zijn, maar dat werk weer opgevat te hebben. Hij beschikt over honderden zaken die hij te koop aanbiedt. De eenmanszaak [naam consument] is na de verzending pas geregistreerd bij de kamer van koophandel.
De commissie is van oordeel dat, gezien het aantal door de consument aangeboden zaken, het hobbymatig karakter van de door de consument beschreven activiteiten overstegen wordt. Er is dan ook sprake van bedrijfsmatig handelen, in welk geval de commissie niet bevoegd is. Daarbij is niet van belang wanneer zijn eenmanszaak geregistreerd is. De commissie komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke behandeling.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat zij niet bevoegd is het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich niet bevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas en de heer H.W. Zuur, leden, op 13 december 2024.