Klacht over schade aan verzekerd laptoppakket ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 803364/905004

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verstuurde op 11 oktober 2024 een laptop via een verzekerd pakket ter waarde van €4.500. Bij ontvangst bleek het scherm beschadigd. De consument stelde dat het pakket volgens de voorschriften was verpakt en eiste vergoeding van de reparatiekosten (€3.500). De ondernemer wees de claim af, omdat de schade niet aan hem toerekenbaar zou zijn.

De Geschillencommissie Post oordeelde dat de verpakking onvoldoende was voor het gewicht en de kwetsbaarheid van de laptop. De laptop was verpakt in de originele doos met bubbelfolie, terwijl de ondernemer adviseert piepschuimblokken te gebruiken voor zware voorwerpen. De schade ontstond vermoedelijk door een val op een hoekpunt, wat bij transport niet ongebruikelijk is. Omdat de verpakking niet voldeed aan de vereisten, is de verzekering niet van toepassing.

De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is bindend en kan alleen binnen twee maanden via de burgerlijke rechter worden aangevochten.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft schade aan een verzekerd pakket.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 11 oktober 2024 heeft de consument een pakket verstuurd met daarin een laptop. Deze is verpakt volgens voorschriften van de ondernemer, gecontroleerd door de desbetreffende medewerker en verzekerd voor een bedrag van € 4.500,– en vervolgens verstuurd. Bij ontvangst ontving zij het bericht dat de laptop beschadigd (barst in het scherm) is aangekomen. Hierover heeft zij melding gedaan bij de ondernemer en alle benodigde formulieren/foto’s en informatie aangeleverd. Na twee maanden heel veel moeite te moeten hebben gedaan om een reactie te krijgen (en de telefonische toezegging ontvangen te hebben dat de reparatiekosten ad € 3.500, — overgemaakt zouden worden) kreeg zij op 3 december 2024 het bericht dat de ondernemer de schade niet gaat vergoeden omdat de schade niet toerekenbaar is aan de ondernemer. Hier is de consument het uiteraard niet mee eens omdat het pakket goed was ingepakt volgens de normen van de ondernemer en aan de buitenkant van de verpakking wel schade zichtbaar was.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na een interne beoordeling door de afdeling Schadeclaims heeft de ondernemer vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de schade is ontstaan door toedoen van de ondernemer. De schadeclaim is daarom afgewezen. De ondernemer stelt dat pakketten bestand moeten zijn tegen normaal transport en dat onvoldoende is aangetoond dat de schade het gevolg is van nalatig handelen door de ondernemer.

Juridische Argumentatie
Op basis van de Postwet 2009 en de Algemene Voorwaarden van de ondernemer (versie 2024) (verder: AV) gelden de volgende uitgangspunten:
1. Aansprakelijkheid bij verzekerde verzending: artikel 29 van de Postwet 2009 bepaalt dat een postvervoerder slechts aansprakelijk is voor schade indien aantoonbaar is dat deze schade het gevolg is van nalatigheid of opzettelijk handelen door de vervoerder. In dit geval ontbreekt dergelijk bewijs.
2. Verpakkingseisen: Artikel 8 AV bepaalt dat de verzender verantwoordelijk is voor een adequate verpakking, afgestemd op de aard van de goederen en het transportproces. Indien de schade mede het gevolg is van inadequate verpakking, is de ondernemer niet aansprakelijk.
3. Bewijslast consument: artikel 9.4 AV stelt dat de afzender moet aantonen dat de schade is ontstaan tijdens het vervoer en dat deze niet het gevolg is van eigen toedoen of een externe factor. De door de consument aangeleverde stukken tonen niet aan dat de schade is veroorzaakt door de ondernemer.
4. Afwijzing schadeclaim: artikel 9.5 AV stelt dat de afzender alle redelijke verzoeken om bewijs moet inwilligen. De schade-experts van de ondernemer hebben vastgesteld dat de claim niet voldoet aan de vereisten voor schadevergoeding. De afzender heeft geen doorslaggevend bewijs geleverd dat de schade niet is veroorzaakt door ondeugdelijke verpakking of een externe oorzaak buiten de invloedssfeer van de ondernemer.

Afwijzing van de Klacht
Gezien de volgende feiten verzoekt de ondernemer de commissie het geschil ongegrond te verklaren:
1. De zending is volgens de Track & Trace-gegevens correct bezorgd.
2. De schadeclaim is beoordeeld en terecht afgewezen, omdat er geen bewijs is dat de schade is veroorzaakt door de ondernemer.
3. De verzender heeft een zorgplicht om het pakket adequaat te verpakken; indien dit niet is gebeurd, kan de ondernemer niet aansprakelijk worden gesteld.

Conclusie
Op basis van bovenstaande argumenten en de toepasselijke wetgeving acht de ondernemer de vordering van de consument ongegrond en verzoekt de ondernemer de commissie om het verzoek tot schadevergoeding af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het gaat in deze zaak om een verzekerd verzonden laptop (zwaarte: 3690 gram) die beschadigd bij de geadresseerde is aangekomen. In principe is de ondernemer voor de schade aansprakelijk, tenzij komt vast te staan dat de laptop onvoldoende verpakt is geweest. De consument heeft de laptop in de originele fabrieksverpakking in een kartonnen doos gestopt en opgevuld met bubbelfolie. Uit een overgelegde foto blijkt dat de doos op een hoekpunt beschadigd is, waardoor de schade ontstaan zal zijn.
De discussie tussen partijen gaat dan ook over de vraag of de laptop voldoende verpakt was. Gezien het gewicht van het pakket en de kwetsbare aard van het verzonden pakket, verwijst de ondernemer naar het op zijn website gegeven verpakkingsadvies voor zware voorwerpen. Daarin staat: “Gebruik voor alle zijden piepschuimblokken. Gebruik in dit geval geen zacht verpakkingsmateriaal zoals bubbeltjesfolie of papierproppen. Omdat dit door het gewicht van het zware voorwerp in elkaar wordt gedrukt en hierdoor onvoldoende beschermd.”

De commissie overweegt dat in de toepasselijke Algemene Voorwaarden overeengekomen is dat “De verpakking van Poststukken moet deugdelijk, veilig en stevig zijn en rekening houden met het gewicht, de grootte en de mate van kwetsbaarheid van de inhoud daarvan”. Op zijn website heeft de ondernemer een aantal adviezen (geen normen, zoals de consument schrijft) gegeven over de verschillende wijzen van verpakking. De commissie moet dan ook beoordelen of voldaan is aan het hiervoor geciteerde. De commissie houdt in het bijzonder rekening met de wijze van vervoer bij de ondernemer: transportbanden met kantelmomenten en plaatsing in containers. Bij dat alles gaat het niet zachtzinnig toe. Dat een pakket op een hoekpunt van een doos kan vallen is daaraan inherent. De commissie is van oordeel dat een kwetsbaar elektronisch apparaat zodanig verpakt moet zijn dat het vallen op een hoekpunt geen schade oplevert. De schade heeft zich door het vallen op een hoekpunt verwezenlijkt, zodat uit het voorgaande de conclusie moet zijn dat de laptop onvoldoende verpakt was. In die situatie is de verzekering niet van toepassing. De klacht wordt dan ook afgewezen.
De consument merkt nog op dat de ondernemer haar klacht niet passend heeft afgehandeld. Wat daarvan zij, de wijze van afhandeling staat los van de beoordeling of de ondernemer de schade dient te vergoeden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas en mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 28 maart 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF