Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
694036/703804
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had in november 2023 een pakket met Pokémon-kaarten ter waarde van €5.000 verzekerd verzonden naar [plaatsnaam]. Het pakket is nooit aangekomen en werd als vermist aangemerkt. De consument vroeg schadevergoeding aan de ondernemer, maar kreeg die niet. Volgens de ondernemer was er onvoldoende bewijs van de waarde van de inhoud. De consument leverde WhatsApp-berichten en foto’s aan, maar geen duidelijke verkoopdocumenten. Tijdens de zitting bleek dat het ging om 37 dozen kaarten, maar het opgegeven gewicht van het pakket kwam niet overeen met dat aantal. De commissie vond dat de consument niet kon aantonen wat er precies in het pakket zat en hoeveel dozen er waren verzonden. Ook was niet bewezen dat er een fout was gemaakt bij het wegen van het pakket. Omdat er te veel onduidelijkheid was over de inhoud en waarde, oordeelde de commissie dat de klacht ongegrond is. De ondernemer hoeft geen schadevergoeding te betalen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft gevorderde vergoeding voor een verloren gegaan pakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft in november 2023 een klacht ingediend bij de ondernemer inzake een vermist pakket van € 5.000,– dat volledig verzekerd verstuurd is. De ondernemer heeft aangegeven dat het pakket is kwijtgeraakt tijdens bezorging maar toch wil hij de schade niet vergoeden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 5 november 2023 heeft de consument een Verzekerd pakket verzonden naar een geadresseerde in [plaatsnaam]. De consument stelt dat de inhoud van het pakket Pokémon-kaarten betrof met een geschatte waarde van € 5.000,–. Dit pakket is niet bij de geadresseerde afgeleverd. De consument heeft op 11 november 2023 contact opgenomen met de Klantenservice van de ondernemer, waarna navraag is gedaan bij zowel de bezorger als de bewoner van het afleveradres. Beide inspanningen hebben geen resultaat opgeleverd, waardoor het pakket als vermist is aangemerkt. De consument is verzocht om aanvullende bewijsstukken over te leggen, waaronder verkoopcorrespondentie die de waarde van de inhoud zou onderbouwen. De aangeleverde correspondentie gaf echter geen overtuigend bewijs van de gestelde waarde. Op basis hiervan is de claim door de afdeling Speciale Klantreacties afgewezen. De consument heeft vervolgens een klacht ingediend bij de commissie, waarin hij een schadevergoeding van € 5.000,– vordert. De vervoersovereenkomst tussen de ondernemer en de consument is onderworpen aan de Algemene Voorwaarden voor de Universele Postdienst (hierna: AVP), zoals vermeld op het verzendbewijs en beschikbaar via de website en locaties van de ondernemer. Artikel 9 van de AVP bepaalt de aansprakelijkheid van de ondernemer en stelt tevens de voorwaarden waaronder een consument aanspraak kan maken op schadevergoeding.
Bewijslast consument en aansprakelijkheid van de ondernemer.
Conform artikel 9.4 AVP is het aan de consument om bewijsstukken te verstrekken die de aard en waarde van de verzonden goederen aantonen. Ondanks herhaald verzoek heeft de consument geen sluitende verkoopdocumentatie overgelegd die de gestelde waarde van € 5.000,– bevestigt. De door de consument verstrekte WhatsApp-berichten en foto’s bieden onvoldoende grondslag voor een objectieve schadebeoordeling. Daarnaast bepaalt artikel 9.5 AVP dat het recht op schadevergoeding vervalt indien de consument niet aan redelijke verzoeken om bewijs meewerkt. De onvolledigheid van de aangeleverde documenten heeft de ondernemer verhinderd om de gevorderde schade adequaat vast te stellen.
Beperkingen van aansprakelijkheid
Indien de Geschillencommissie oordeelt dat de ondernemer aansprakelijk is, is de aansprakelijkheid beperkt tot een forfaitaire schadevergoeding zoals bepaald in artikel 9.3 lid 3 AVP. Deze vergoeding bedraagt € 50,–, vermeerderd met € 5,– per kilogram van het pakket. Dit leidt in dit geval tot een maximale vergoeding van € 55,–.
Historisch gedrag van de consument
De ondernemer wijst erop dat de consument eerder in het afgelopen jaar een betwisting heeft ingediend met betrekking tot de aflevering van een pakket met vergelijkbare inhoud (Pokémon-kaarten). Dit roept vragen op over de consistentie en betrouwbaarheid van de gestelde waardeclaims. Hoewel dit op zichzelf geen reden tot afwijzing is, ondersteunt het wel de noodzaak tot nauwkeurige bewijslast.
Conclusie en verzoek van de ondernemer
De ondernemer verzoekt de commissie om de klacht van de consument ongegrond te verklaren, gelet op: het ontbreken van overtuigend bewijs dat de waarde van het pakket ad € 5.000,– ondersteunt; de ontoereikendheid van de door de consument verstrekte bewijsstukken; de toepasselijke beperkingen van aansprakelijkheid zoals vastgelegd in artikel 9 van de AVP. Indien de commissie toch oordeelt dat de ondernemer aansprakelijk is, verzoekt de ondernemer de schadevergoeding te baseren op de forfaitaire vergoeding van € 55,– zoals opgenomen in de AVP.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting is aan de orde geweest dat het gaat om 37 dozen met pokémon-kaarten à € 135,–. Dergelijke dozen wegen volgens de ondernemer elk 272 gram. Dan klopt volgens de ondernemer het gewicht van het verzonden pakket (5520 gram) niet. De consument betoogde ter zitting dat het gewicht van een doos 130 gram is, doch na de zitting bevestigde hij dat het gewicht per doos gemiddeld 260 gram is.
Uit het voorgaande volgt dat de consument niet heeft aangetoond dat hij 37 dozen verzonden heeft. Dat bij de afgifte van het pakket op het servicepunt een foute weging heeft plaatsgevonden, is niet aannemelijk gemaakt. Nu er onduidelijkheid is over hetgeen verzonden is (de inhoud van het pakket, met name het aantal dozen) dient de vordering afgewezen te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer A. Verkaik en de heer H.W. Zuur, leden, op 18 februari 2025.