Klacht over beschadigde soundbar afgewezen wegens onvoldoende verpakking

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 631368/691065

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had op 28 mei 2024 een soundbar verzekerd verzonden, verpakt in meerdere lagen bubbelplastic en karton. Bij aankomst bleek de soundbar beschadigd. De ondernemer weigerde schadevergoeding en stelde dat de verpakking niet voldeed aan de eisen voor kwetsbare elektronische apparatuur. Volgens de consument stond nergens in de voorwaarden dat piepschuim of foam verplicht was. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de verpakking onvoldoende bescherming bood tegen schade tijdens het transport. Omdat het ging om een kwetsbaar en groot apparaat, was extra versteviging nodig om stoten en druk van andere pakketten op te vangen. De commissie vond dat de ondernemer terecht geen schadevergoeding toekende en verklaarde de klacht ongegrond.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vraag of de verpakking van een verzekerd pakket voldoende was.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een soundbar verzekerd verzonden. Hij heeft dat in meerdere lagen bubbelplastic en karton verpakt. De soundbar is beschadigd aangekomen. De ondernemer stelt dat hij geen vergoeding kan krijgen, omdat er geen gebruik is gemaakt van piepschuim(chips) of foam en dergelijke. Dit staat echter niet in de voorwaarden. De consument verlangt uitkering van de verzekerde waarde.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 28 mei 2024 een verzekerd pakket met een soundbar met een waarde van € 1.300,– verzonden naar een geadresseerde in [plaatsnaam]. Het pakket is afgeleverd op 31 mei 2024. Bij aflevering van het pakket bij de geadresseerde bleek de inhoud van het pakket beschadigd te zijn. Hierop heeft de consument contact opgenomen met de ondernemer om een schadeclaim in te dienen. Door de schadebeoordelaar is vervolgens informatie (foto’s van de inhoud en de verpakking) opgevraagd over het pakket zodat er een schadebeoordeling gedaan kan worden. Deze foto’s zijn door de consument ingediend. Door de schadebeoordelaar is de verpakking die de consument heeft gebruikt vervolgens beoordeeld en de beoordelaar is tot de conclusie gekomen dat de verpakking ondeugdelijk is. De consument is geïnformeerd dat hij hierdoor helaas niet in aanmerking komt voor een schadevergoeding. De consument was het hier niet mee eens en heeft zich daarom tot de commissie gewend. Hij verlangt een schadevergoeding te ontvangen voor reparatie van de soundbar.

Algemene voorwaarden en aansprakelijkheidsbeperking
De aansprakelijkheid van de ondernemer voor schade die voortvloeit uit het vervoer van poststukken is geregeld in artikel 29 van de Postwet en uitgewerkt in artikel 9 van de Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst (verder aangeduid als ‘AVP’). Deze AVP zijn op de vervoerovereenkomst van de consument van toepassing. Op het verzendbewijs dat de consument ontving, staat dit ook vermeld. Bij verzending van een pakket met de Aangetekende- of Verzekerservice aanvaardt de ondernemer een aansprakelijkheid tot ten hoogste € 2.000,–. Het komt er in hoofdzaak op neer dat de ondernemer een beperkte aansprakelijkheid aanvaardt voor schade aan poststukken als die Aangetekend of met Verzekerservice worden verzonden (zie AVP, artikel 9.3). De schade moet wel aan de ondernemer toerekenbaar zijn. Als dat niet zo is, heeft de afzender geen recht op schadevergoeding (zie AVP, artikel 9.6). Wanneer de inhoud van een Verzekerd pakket tijdens het postvervoer beschadigd raakt, is de ondernemer daarvoor in principe aansprakelijk en heeft de consument aanspraak op een schadevergoeding. Die aanspraak vervalt als de schade aan de inhoud wel tijdens het postvervoer is ontstaan, maar deze bijvoorbeeld het gevolg is van een ondeugdelijke verpakking ofwel aard of een gebrek aan de inhoud van het poststuk zelf (artikel 9.6 lid 1 AVP, eerste en tweede bullit). De inhoud van het pakket betrof een soundbar. De consument heeft de soundbar verpakt in een enkelgolvige doos. De doos kan hierdoor draagkracht verliezen (vooral met enkelgolvig karton) omdat karton na herhaald gebruik verslechtert en dat kan leiden tot slijtage ofwel verzwakking van het materiaal. Verder bestond de binnenverpakking alleen uit bubbeltjesplastic. Buffering in de binnenverpakking is evenzeer gewenst om verticale gewichtsbelasting op te vangen, dat wil zeggen er moet in de verpakking rekening mee worden gehouden dat op een transportdoos andere dozen gestapeld worden zonder dat die doos zijn structuur verliest en/of het gewicht rechtstreeks op de inhoud kan gaan drukken. De ondernemer stelt zich op het standpunt dat elektrisch apparatuur als het ware in een verpakking opgehangen dient te worden in een beschermende frame waardoor schokken en stoten die zich mogelijk tijdens het transport voordoen, adequaat opgevangen kunnen worden. Het gebruik van bubbeltjesplastic in een doos alleen was in dit geval niet voldoende. De hoeken van de soundbar dienen daarbij beter beschermd te worden. Bij de geautomatiseerde verwerking van internationale poststromen komen pakketten namelijk bij herhaling met elkaar en de sorteerapparatuur in aanraking. Dit kan soms stevig gaan. Dat vergt goede verpakkingsmaterialen en technieken toegesneden op de omvang, vorm en gewicht van de verzonden inhoud (zie artikel 13.2 AVP). Pakketten worden gestapeld en in een bulk vervoerd in containers. Dat pakketten in die dynamiek wel eens met elkaar in aanraking komen en met verschillende maten en gewichten in containers op elkaar gestapeld worden is dan ook inherent aan dit proces. De ondernemer treft geen voorzorgen voor de behandeling van kwetsbare goederen in het vervoerproces. Met name elektronica met kwetsbare behuizingen dienen stevig verpakt te worden ter voorkoming van schade aan de soundbar. De ondernemer gaat ervan uit dat afzenders bij het verpakken zelf rekening houden met het gewicht en de kwetsbaarheid van de inhoud van hun pakket. Afzenders dienen daarbij ook rekening te houden met het gegeven dat bij het geautomatiseerde sorteer- en vervoerproces van de ondernemer aan de individuele inhoud en/of mate van kwetsbaarheid van pakketten geen aandacht wordt besteed. Dat het sorteerproces van alle pakketvervoerders grotendeels geautomatiseerd is, is een feit van algemene bekendheid. In dit proces gaat het per definitie om een extreme verscheidenheid naar formaat, vorm en gewicht van pakjes en pakketten die stuk voor stuk gesorteerd worden, door glijgoten en kantelinrichtingen gaan en ‘en masse’ in containers vervoerd worden. Tot slot stelt de consument in het klachtformulier dat hij bij het aanbieden van het pakket is geïnformeerd (door de medewerkers van het servicepunt) dat de verhoogde aansprakelijkheid zou gelden als er sprake is van een deugdelijke verpakking. Medewerkers van een servicepunt weten doorgaans niet wat er in het pakket zit en zullen hier ook niet naar vragen. Conclusie: de ondernemer wijst de eis tot schadevergoeding van de hand. Hij acht de schade niet aan hem toerekenbaar en verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Hoewel de consument het pakket verzekerd verzonden heeft en het pakket vervolgens in het vervoerproces beschadigd is geraakt, heeft de ondernemer schade-uitkering geweigerd. De weigering vond plaats wegens onvoldoende verpakking. De commissie dient aan de hand van de overgelegde foto’s te beoordelen of de soundbar voldoende verpakt is. Daarbij is bepalend artikel 13.2 tweede bullit, waarin staat dat de verpakking deugdelijk, veilig en stevig moet zijn, rekening houdend met het gewicht, de grootte en de mate van kwetsbaarheid van de inhoud daarvan. De commissie is het met de ondernemer eens dat de verpakking onvoldoende is. Het gaat om kwetsbare elektrische apparatuur en bovendien om een redelijk groot pakket. De toegepaste verpakking is onvoldoende om beschadiging in het door de ondernemer beschreven vervoerproces te voorkomen. Voor een mogelijke verpakking die aan die eisen voldoet, verwijst de commissie naar het betoog van de ondernemer. Dat een medewerker van het servicepunt zich uitgelaten heeft over de toereikendheid van de verpakking is niet vastgesteld. Daargelaten of die medewerker daartoe bevoegd is, is noch de gestelde vraag noch het antwoord aannemelijk geworden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer A. Verkaik en de heer H.W. Zuur, leden, op 6 februari 2025.

 

 

 

 

 

Opslaan als PDF