Klacht over toepassing prijsplafond op jaarnota ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Prijsplafond    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 730005/936882

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat de ondernemer bij het opstellen van de jaarnota 2023 niet het vaste contracttarief had gehanteerd, maar een gewogen gemiddelde prijs. Hij vond dat de berekening van de vergoeding op grond van het prijsplafond onjuist was en vroeg om correctie en terugbetaling. De Geschillencommissie Energie Prijsplafond oordeelde dat de ondernemer de subsidieregeling correct had toegepast en dat er geen sprake was van misleiding. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument vindt dat hij misleid is door de ondernemer. De ondernemer heeft niet de overeengekomen prijs gehanteerd dat in het vaste contract tussen partijen staat vermeld bij het opstellen van de jaarnota 2023. In plaats daarvan heeft de ondernemer een gewogen gemiddelde prijs gehanteerd. De berekening van de vergoeding op grond van het prijsplafond op de jaarrekening is onjuist en de consument vraagt om een juiste jaarrekening. Hij wil het teveel door hem betaalde terug.

De commissie deelt het standpunt van de consument niet en wijst het verzoek af.

Beoordeling
Uit de stukken blijkt dat de consument op 21 juli 2023 een overeenkomst heeft gesloten met de ondernemer voor de levering van energie tegen vaste tarieven voor de duur van 36 maanden.
Het geschil betreft de jaarnota over de periode van 16 januari 2023 tot 15 januari 2024.
De overheid heeft voor het jaar 2023 een prijsplafond ingesteld voor gas en stroom. Daarmee heeft de overheid een deel van de energiekosten van kleingebruikers voor haar rekening genomen. De overheid heeft in dat verband voor de subsidieregeling voorwaarden en regels vastgelegd.

De ondernemer stelt dat de berekening van de jaarnota die de consument betwist, is opgesteld conform de geldende regels van de subsidieregeling bekostiging prijsplafond.
Uit de stukken blijkt dat de ondernemer de consument in de bestreden jaarnota tot een bepaalde volume energie het plafondtarief voor gas en elektriciteit in rekening heeft gebracht. Vervolgens heeft de ondernemer voor het overblijvende deel van het verbruik van de consument het gemiddelde contractuele leveringstarief voor de in die periode geleverde stroom en gas heeft gehanteerd.
Ook de commissie is van oordeel dat de manier waarop door de ondernemer de subsidieregeling in het geval van de consument is toegepast niet in strijd is met de bedoeling van de wetgever en de geldende regelgeving.
De commissie neemt daarbij in aanmerking dat het standpunt van de ondernemer degelijk en uitgebreid met stukken is onderbouwd.

Voor zover de consument van mening zou zijn, dat alleen het gewogen gemiddelde van de afgesproken tarieven gehanteerd zou moeten worden, die hoger liggen dan die van het prijsplafond, overweegt de commissie het volgende. Waar een dergelijk standpunt op gebaseerd zou moeten zijn, is de commissie niet duidelijk geworden en hoe een dergelijk standpunt zich zou verhouden tot de bedoeling van de wetgever, blijkt ook niet uit de stukken.
Dat de consument misleid zou zijn door de ondernemer in deze kwestie is niet gebleken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie Prijsplafond, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw E. Steenbergen – Amoraal, leden, op 14 mei 2025.

Opslaan als PDF