Klacht over olieverbruik ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 501944/560091

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een dertien jaar oude Hyundai i40 met een kilometerstand van 173.708 km. Kort na aankoop merkte hij dat de auto veel olie verbruikte: ongeveer 0,6 liter per 1.000 km. Hij liet dit onderzoeken en kreeg van een Hyundai-dealer te horen dat alleen vervanging van de motor het probleem zou oplossen. De ondernemer voerde meerdere flushes uit en stelde dat het olieverbruik normaal was voor een auto van deze leeftijd. Een onafhankelijke deskundige bevestigde dat het olieverbruik extreem hoog was en waarschijnlijk kwam door slijtage van de motor. Toch oordeelde de Geschillencommissie Voertuigen dat de ondernemer niet verplicht is om de motor te vervangen of te reviseren. Volgens de commissie had de consument bij aankoop rekening moeten houden met mogelijke slijtage en had hij vooraf beter onderzoek kunnen doen. Omdat het olieverbruik niet als een verborgen gebrek wordt gezien, komt vervanging van de motor voor rekening van de consument. De klacht is daarom ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het olieverbruik en overige klachten over een door de ondernemer geleverde auto.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een Hyundai i40 aangeschaft met zes maanden garantie en een km stand van
173.708 km.

De belangrijkste klacht is dat de auto nogal wat olie verbruikt te weten vier liter op 2.000 km. De ondernemer heeft een flush uitgevoerd en een kleine beurt maar het olieverbruik bleef hoog, ook nadat er nog twee flushes waren uitgevoerd. Inmiddels heeft de consument zelf navraag gedaan over het olie verbruik bij een erkende Hyundai dealer te [plaatsnaam], deze wist hem te vertellen dat er maar een oplossing is en dat is de gehele motor vervangen. Volgens de consument moet de motor dan ook worden vervangen.

Voorts zijn er de volgende klachten.

In de verkoop advertentie stond de achteruitkijkcamera niet vermeld, deze zat echter wel op het voertuig maar was defect, is vervangen voor rekening van de consument, te weten € 150, –.

Tijdens de proefrit zaten er twee sleutels in de auto. Bij het afhalen van de auto bleek een sleutel te ontbreken. De ondernemer heeft een nieuwe sleutel laten maken, maar deze werkt niet.

De consument kwam erachter dat de navigatie totaal niet functioneerde. Deze bleek ook niet te repareren. De consument is naar zijn zeggen toen afgescheept met een goedkoop TomTom apparaat, waardoor er veel snoertjes door de auto lopen.

Op een gegeven moment werkte de airco niet. Deze is bijgevuld/vacuüm gezet hetgeen de consument weer € 75,– gekost heeft.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is ven mening ten onrechte te worden zwart gemaakt door de consument.
Dit terwijl eigenlijk van begin af aan elk probleem of klacht in goed overleg en naar tevredenheid van de consument is opgelost.

De achteruit camera is bewust niet in de advertentie benoemd omdat deze defect was. Tijdens de bezichtiging is de consument nadrukkelijk hierop gewezen. Daarbij vroeg hij of het mogelijk zou zijn de auto met een werkende camera af te leveren en wat de eventuele meerprijs zou zijn. Aangegeven is het te kunnen repareren voor een meerprijs van €150,–. Daarmee is de consument akkoord gegaan.

De tweede sleutel raakte helaas zoek. Er is dan ook een nieuwe werkende sleutel gemaakt voor de consument.

De in de auto geïntegreerde navigatie was 13 jaar oud en viel het niet meer te repareren. Door de ondernemer is toen voorgesteld om de consument kosteloos van een nieuwer TomTom Navigatiesysteem te voorzien. Daarmee is de consument akkoord gegaan.

De airco bleek niet naar behoren te functioneren. De ondernemer heeft dit onderzocht en de consument erop gewezen dat het vullen van de airco tot het terugkerend onderhoud van een auto behoord. Tegen een coulance tarief van € 75,– is aangeboden de airco te vullen. De consument is daarmee akkoord gegaan.

Na de klacht over het olieverbruik is de auto gecontroleerd. Van overmatig olieverbruik is geen sprake. Wel heeft de ondernemer preventief en kosteloos een motor flush uitgevoerd en de klant geadviseerd na de flush de auto te voorzien van een kleine beurt (verse olie en oliefilter) tegen betaling van €175,–
De consument ging hiermee akkoord maar bij het ophalen van de auto weigerde deze het afgesproken bedrag te voldoen en betaalde slechts €125,–.

Twee maanden later nam de consument weer contact op over het olieverbruik en wenste plaatsing van een nieuwe motor. De ondernemer heeft daarop de volgende mail naar de consument gestuurd;

‘Ik heb n.a.v. uw klacht betreffende “olieverbruik” contact gehad met onze rechtsbijstandsverzekeraar voor juridisch advies.
Wij zijn van mening dat bij een verbrandingsmotor van 13 jaar oud en 173.000 Km enige olieverbruik normaal is en dat het niet als defect aangeduid kan worden.
Uw constatering van 4L op 2000 km is feitelijk onjuist. Een motor met dergelijke olieverbruik zal last hebben van een ontoelaatbare CO2-uitstoot/rookontwikkeling, storingen vertonen en niet mooi lopen. Daar is geen sprake van. Tevens heb ik overleg gehad met de officiële Hyundai Dealer in [plaatsnaam]. Zij gaven aan dat Hyundai Nederland een verbruik van 1L op 1000km tot een acceptabele marge ziet en niet als defect bestempeld. Zij gaven aan dat af en toe oliepeil controleren en 0,5 tot 1L olie bijvullen ook door [garage] niet als een mankement gezien wordt. De adviseur was het met mij eens dat er momenteel geen enkel aanleiding is om het motorblok te vervangen voor een ander exemplaar en gaf aan uw van voorgaande informatie te voorzien. In afwachting van uw reactie’.

De consument heeft hierop niet meer gereageerd.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Het onderzoek door de deskundige

De deskundige heeft naar aanleiding van de klachten de auto onderzocht en zijn bevindingen vastgelegd in een rapport.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Naast het olieverbruik heeft de consument nog overige klachten aangegeven die de ondernemer gemotiveerd heeft betwist zoals hiervoor in de kern ook is weergegeven. Deze overige klachten heeft de consument dan ook onvoldoende onderbouwd en zal de commissie afwijzen.

Wat betreft het olieverbruik heeft de deskundige ondermeer het volgende gerapporteerd:

‘De deskundige heeft, na kennis te hebben genomen van de beschikbare stukken, op 10 september 2024 met partijen overlegd over de mogelijkheid om het olieverbruik te meten over een periode van 1000 km. Overeengekomen en vastgelegd is dat dit op voorspraak van de deskundige zal plaatsvinden bij een voor partijen onafhankelijke dealer in [plaatsnaam]. De consument zal de auto daarvoor aanbieden bij de betreffende dealer voor een nulmeting en nadat 1000 km is gereden. De consument zal het resultaat van deze meting toevoegen aan het dossier voor beoordeling door de deskundige.

De deskundige heeft bij het volgende vastgesteld:
– De aankoopfactuur d.d. 24 januari 2024 vermeldt een tellerstand van 173.708 kilometer.
– D.d. 24 september 2024 factuur dealer [plaatsnaam] voor nulmeting bij tellerstand van 186.414 kilometer. Derhalve is vanaf de aankoop met de auto tot dan 12.706 kilometer gereden in een periode van 8 maanden.
– D.d. 11 oktober 2024 factuur dealer voor 0,9 liter motorolie bijvullen bij een tellerstand van 187.951 kilometer. Derhalve is er vanaf de nulmeting tot de 2e meting 1.537 kilometer gereden in een periode van 17 dagen.
-D.d. 24 september 2024 zijn foto’s aan het dossier toegevoegd waarbij oliesporen uitwendig bij de motor en versnellingsbak waarneembaar zijn.

Uit de olieverbruiksmeting blijkt dat 1.537 kilometer de motor 0,9 liter olie heeft gebruikt. De omvang van de uitwendige oliesporen beperkt zijn en derhalve nauwelijks in verhouding staan tot het gemeten olieverbruik.

In het algemeen is een gemiddeld olieverbruik van een motor van < 1 liter op 10.000, tot 1 liter op 5000 kilometer wordt nog niet als overmatig aangemerkt en bij > 1 liter op 3000 kilometer als relatief hoog tot extreem hoog wordt gekwalificeerd.

De mate van toenemen van olieverbruik van een motor is onder meer afhankelijk van normale slijtage en gereden kilometers, maar met name de gebruiksomstandigheden, als het rijden van korte afstanden waarbij de motor niet goed op bedrijfstemperatuur komt en/of het zwaar belasten van een motor die nog niet op bedrijfstemperatuur, spelen daarbij een belangrijke rol. De smering is onder die omstandigheden niet optimaal met als gevolg een verhoogde slijtage met hoog olieverbruik van de motor.

De deskundige concludeert hieruit dat het olieverbruik van deze auto als extreem hoog moet worden aangemerkt en dit, rekening houdend met de tellerstand bij aankoop en de daarna substantieel gereden kilometers, bij verkoop als zodanig aanwezig was’.

De ondernemer heeft hierop gereageerd en een verklaring ingebracht van een Hyundai dealer die aangeeft dat een olieverbruik van 1 liter door de fabrikant als een toegestane norm wordt aangehouden.

De deskundige heeft dit in zijn rapportage in algemene zin ook aangegeven en opgemerkt:
‘Enkele auto-importeurs en/of autofabrikanten schermen met een toelaatbaar verbruik van 1 liter op 1000 kilometer, dit dateert al/nog uit de 60er jaren, andere achten een verbruik van 1 liter op 2000 kilometer toelaatbaar. De verkopende autobranche probeert zich echter hiermee te vrijwaren bij klachten over een relatief hoog olieverbruik. In de huidige autotechniek wordt een dergelijk olieverbruik als onacceptabel aangemerkt. Bij een dergelijk olieverbruik wordt bij een deskundig onderzoek na demontage van de motor vrijwel altijd vastgesteld dat de oorzaak hiervan het gevolg is van overmatige slijtage en/of enig ander technische onvolkomenheid’.

De deskundige koppelt daaraan de conclusie dat ter oplossing van dit olieverbruik de motor zal moeten worden vervangen dan wel moeten worden gereviseerd.

Dit is ook hetgeen de consument van de ondernemer verlangt en dit voor rekening en risico van de ondernemer zal moeten worden uitgevoerd.

De commissie is van oordeel dat dit laatste in redelijkheid niet van de ondernemer mag worden verlangd.

Daartoe is van belang dat het hier een auto betreft die dertien jaar oud is, 173.708 kilometer heeft gereden op het moment van aankoop en een olieverbruik heeft van ongeveer 0,6 liter per 1000 km. Of en in hoeverre dit moet worden bezien als normaal, dan wel extreem is voor de beoordeling van de zaak niet relevant. Immers, slijtage van de motor moet de oorzaak zijn van dit olieverbruik nu andere oorzaken die dit olieverbruik zouden kunnen verklaren niet naar voren zijn gekomen en ook de deskundige aangeeft dat het olieverbruik daarmee kan worden verholpen.

Van een dergelijk oude auto kan naar het oordeel van de commissie voor een consument motorslijtage te verwachten zijn en op dat punt had de consument ook nader onderzoek kunnen doen alvorens tot de koop over te gaan. Niet gebleken is dat hij dergelijk onderzoek heeft laten verrichten.

De consument heeft dan ook een voertuig gekocht waarbij hij olieverbruik ten gevolge van motorslijtage redelijkerwijs had kunnen verwachten. In het geval hij in verband met dit – volgens de fabrikant toegestane – olieverbruik de motor wenst te vervangen dan wel reviseren komt dit naar het oordeel van de commissie voor zijn rekening en risico.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer A. Belt , mevrouw mr. L. Schots – Smit , leden, op 17 december 2024.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen twee maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen twee maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden

 

Opslaan als PDF