Commissie: CommissieVoertuigen
Categorie: Betaling
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
552994/691528
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over een factuur van €281,42 voor reiniging van een gehuurde auto. Hij stelde dat hij bij inlevering had gehoord dat de auto in goede staat was en dat hij zelf nog tijd had gehad om de auto professioneel te laten reinigen. De ondernemer gaf aan dat er bij inlevering aanzienlijke hoeveelheden hondenharen aanwezig waren en dat de auto sterk naar hond rook. Volgens de huurovereenkomst was het vervoeren van huisdieren niet toegestaan. De reiniging was noodzakelijk om het voertuig weer verhuurbaar te maken, inclusief reiniging van het ventilatiesysteem. De commissie oordeelde dat de consument de voorwaarden had moeten kennen en dat hij zelf verantwoordelijk is voor de staat waarin hij de auto heeft ingeleverd. De klacht werd ongegrond verklaard en het depotbedrag van €281,42 wordt aan de ondernemer uitbetaald.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigenverhuur
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft betaling van reinigingskosten na inleveren van de gehuurde auto.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Bij het inleveren van de gehuurde auto kreeg ik desgevraagd te horen dat de staat van de auto goed was. Twee dagen later ontving ik een factuur (nr. 883941000350) van € 281,42 voor reiniging. Dit vind de consument niet terecht. De auto werd vroeg teruggebracht en ik had nog ruim 6 uur over op de huurperiode. Volgens de consument had hij de auto zelf professioneel kunnen laten reinigen, maar personeel van de ondernemer verzekerde mij dat dit niet nodig was. De factuur omvat ook kosten voor het niet kunnen gebruiken van de auto voor een dag, een kostenpost die de ondernemer had kunnen als de consument de auto zelf had mogen reinigen tijdens zijn huurperiode. De ondernemer rekent nu veel meer voor een reiniging die hij zelf had kunnen regelen. De consument is bereid om € 129,– te betalen, zijnde het tarief voor een professionele reiniging in Amsterdam.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Bij het inleveren van het voertuig is geconstateerd dat er aanzienlijke hoeveelheden honden haren in het interieur aanwezig waren, hetgeen een grondige en professionele reiniging noodzakelijk maakte.
Deze reiniging omvatte niet alleen het verwijderen van de hondenharen van verschillende oppervlakken, maar ook het reinigen van het ventilatiesysteem van het voertuig. De ondernemer wijst erop dat de kosten gebaseerd zijn op de tarieven van een professionele schoonmaakdienst die is ingeschakeld en dat deze tarieven marktconform zijn. Bovendien is rekening moeten houden met de tijd dat het voertuig niet verhuurd kon worden vanwege de noodzakelijke schoonmaak hetgeen eveneens bijdraagt aan de totale kosten.
De consument stelt dat hij bij het inleveren van het voertuig mondelinge bevestiging heeft gekregen dat het voertuig in goede staat was.
De ondernemer betreurt het als er miscommunicatie heeft plaatsgevonden, maarde ondernemer baseert zich wat betreft de schadeclaim op de daadwerkelijke staat van het voertuig zoals vastgesteld door onze inspecteurs en gedocumenteerd in het schade- en ongevallenrapport (DAR). Uit coulance is zelfs een aanbod gedaan om de kosten te matigen, maar de consument is niet voor reden vatbaar en wil het bedrag in totaal niet betalen. Zelfs niet nadat hij toegeeft dat zijn hond in de auto heeft gezeten en de auto flink stonk.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft de consument desgevraagd bevestigd dat hij zijn hond in de huurauto heeft vervoerd en bij inleveren er hondenharen op de vloer lagen. In het huurcontact worden de in deze van toepassing zijnde de algemene voorwaarden van de ondernemer vermeld en daarin wordt aangegeven dat de huurder geen huisdieren in de auto mag vervoeren. De consument heeft ter zitting aangegeven deze niet te hebben gelezen. Dat komt echter voor zijn rekening en risico.
Gelet op de hetgeen de ondernemer in deze heeft ingebracht is de commissie van oordeel dat wel vaststaat dat de reiniging en de daarmee gemaakte kosten nodig waren om de eveneens naar hond ruikende auto weer verhuurbaar te maken en de ondernemer inkomen heeft gederfd voor het tijdelijk niet kunnen verhuren van de auto.
Het is dan ook alleszins redelijk dat de consument deze kosten moet betalen. De beweerdelijke omstandigheid dat het personeel bij inleveren van de auto zou hebben gezegd dat de auto in goede staat was, kan daar niet aan afdoen. Immers, nog afgezien van de vraag of zulks is gezegd heeft de consument ter zitting desgevraagd aangegeven dat het personeel dit op zijn vraag zou hebben aangegeven na slechts een korte visuele inspectie aan de buitenkant van de auto en de consument daaraan geen gevolgen had mogen verbinden over de algehele staat van de auto bij inlevering. Daarnaast had de consument door het vervoeren van zijn hond, de ook voor hem aangetroffen hondenharen en het in deze niet weerspreken dat het naar hond in de auto rook, ter voorkoming van kosten zelf de auto kunnen laten reinigen.
De commissie zal de klacht dan ook ongegrond verklaren en bepalen dat het in depot gestorte bedrag aan de ondernemer zal worden uitbetaald.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en bepaalt dat het door de consument in depot gestorte bedrag, zijnde € 281,42 aan de ondernemer zal worden uitbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer A. Belt, mevrouw mr. L. Schots – Smit , leden, op 17 december 2024.