Klacht over oliedrukprobleem ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: CommissieVoertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 485937/562003

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 18 maart 2024 een Peugeot 2008 uit 2016 met 135.628 km. Kort daarna kreeg hij een storingsmelding over de motoroliedruk. De auto werd afgesleept en onderzocht, waarbij bleek dat eerder al een soortgelijke storing was opgetreden. De ondernemer bood aanvankelijk kosteloos herstel aan, maar trok dit aanbod in nadat bleek dat een derde partij al werkzaamheden had verricht en mogelijk schade had veroorzaakt. Een deskundige kon niet vaststellen of de oliepomp defect was, mede door de eerdere ingrepen. De Geschillencommissie oordeelde dat de consument niet kon aantonen dat het probleem al bij aankoop bestond en dat de diagnose onvolledig was. Omdat de ondernemer geen verwijt treft en de oorzaak niet meer objectief vast te stellen is, werd de klacht ongegrond verklaard. Ontbinding van de koop of kosteloos herstel werd afgewezen.

 

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een Peugeot 2008 1.2 Puretech uit 2016.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. Op 18 maart 2024 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten voor de auto. De auto dateert van 2016 en had op dat moment 135.628 kilometer gereden. Op 4 mei 2024 kreeg de consument tijdens een rit een storingsmelding op het instrumentenpaneel omtrent een probleem met de motorolie druk. De auto werd direct stilgezet en de ANWB werd ingeschakeld. Nadat de ANWB ter plaatse was gekomen constateerde de ANWB dat het voertuig al bekend was in hun systeem met een eerdere stranding, waarbij het voertuig in oktober 2023 met hetzelfde euvel was gestrand en werd afgesleept. Het voertuig werd ook ditmaal afgesleept naar [bedrijf] in [plaatsnaam]. De consument heeft het bovenstaande op 4 mei 2024 gemeld aan de ondernemer. Er werd diagnose gesteld door [bedrijf]. Na overleg tussen de partijen heeft de ondernemer de consument aangeboden het voertuig op te halen en deze kosteloos te laten herstellen door een garage, welke de reparaties voor de ondernemer uitvoert. Het voertuig werd vervolgens naar [bedrijf 2] getransporteerd. Tevens werd een leenauto aangeboden gedurende het herstel. [bedrijf 2] constateerde vervolgens dat er reeds diverse werkzaamheden aan het voertuig waren uitgevoerd door [bedrijf], waarbij er schade aan delen zou zijn ontstaan. Vervolgens heeft de ondernemer aangegeven niet langer een kosteloze reparatie te willen uitvoeren. De consument is het hier niet mee eens en wenst dat de koop wordt ontbonden of de motor van het voertuig op rekening van de ondernemer bij een reparateur naar keuze van de consument, mag worden hersteld.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. De consument heeft een proefrit gemaakt en wilde de auto daarna voor zo min mogelijk geld kopen. Hij nam het basispakket af (schoon afleveren, tenaamstellen). De ondernemer adviseerde een grote beurt uit te voeren. De consument zag daar evenwel vanaf, hetgeen ook op de overeenkomst is vastgelegd. De consument zag ook af van BOVAG garantie. Er werd daarvoor een korting werd bedongen van €1.950,–. De consument betaalde €9.448,– zijnde een zeer scherpe prijs.

De ondernemer betwist dat er sprake van non-conformiteit is. Er bestaan geen aanwijzingen dat de oliepomp defect is laat staan dat dit ten tijde van de aankoop het geval was. Een probleem met de oliedruk of een defect aan de oliepomp kan bovendien worden veroorzaakt door het rijden met een te laag oliepeil. Dit peil is na de storing niet gemeten. De oliepomp is door de door de consument ingeschakelde derde (Smink) beschadigd geraakt. Daar heeft de ondernemer niets mee van doen. Het klopt dat de ondernemer ermee heeft ingestemd dat [bedrijf] een diagnose zou stellen, maar de werkzaamheden van [bedrijf] zijn veel verder gegaan dan een diagnose, terwijl de eerste stap van een diagnose, de meting van het oliepeil, niet is uitgevoerd. Als de werking van de oliepomp niet in orde is, dan kan dat het gevolg zijn van die beschadigingen. Door onoordeelkundige handelingen, al dan niet in opdracht van de consument, kan nu niet meer vastgesteld worden of de pomp al defect was. Dat dient voor (bewijs)risico van de consument te blijven. Door voortijdig een derde te laten sleutelen en de motor te beschadigen, heeft de consument zijn recht op herstel verspeeld. Herstel zou maximaal ongeveer €1.000,– hebben gekost, als de auto in gemonteerde en keurige staat was gebracht en inderdaad de oliepomp vervangen had moeten worden.

Deskundigenbericht

De commissie heeft onderzoek laten doen door Dekra Automotive, die daarvan schriftelijk rapport heeft uitgebracht. Voor de bevindingen van de deskundige wordt verwezen naar de stukken. Kort gezegd komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.

Het is in het huidige stadium niet vast te stellen of de oliepomp daadwerkelijk defect is. Het is evenmin mogelijk om de oliedruk te meten of de oliepomp te demonteren zonder demontage van de transmissie. Om verdere diagnose te kunnen stellen/controleren dienen de delen weer te worden gemonteerd. Echter is het dermate arbeidsintensief dat de deskundige dan zou adviseren, aangezien er verregaande demontage plaats moet vinden, om tijdens deze werkzaamheden de oliepomp direct te vervangen door een nieuw exemplaar. Nadat de motor dan weer is opgebouwd zal blijken of de oliepomp het euvel heeft verholpen. Ook kan de oliepomp tot in delen worden gedemonteerd, als deze uit de motor gedemonteerd kan worden. Indien de huidige oliepomp wordt terug gemonteerd en er blijkt alsnog sprake van onvoldoende oliedruk, dan dienen alle onderdelen nogmaals te worden gedemonteerd en gemonteerd om de oliepomp eventueel alsnog te vervangen. Er is in het huidige stadium geen reden om aan te nemen dat de motor van het voertuig ernstige schade heeft opgelopen. Dit is echter niet volledig uit te sluiten, zonder volledige demontage van de motor, tot in delen. De precieze kosten van het herstel zijn op dit moment nog niet in te schatten en zullen afhankelijk zijn van de werkzaamheden, de wijze van herstel en de reparateur welke deze werkzaamheden gaat uitvoeren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument mocht bij aankoop verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Als een tweedehandsauto wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, geldt als regel dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Hoewel de auto kort na de aankoop een storing heeft gemeld, is niet vast komen te staan dat deze storing betrekking had op een dergelijk gebrek. De diagnose van de storing heeft te wensen overgelaten doordat het oliepeil niet in vastgesteld en er zijn bovendien (kennelijk onoordeelkundige) herstelwerkzaamheden aan de motor uitgevoerd, welke het lastig, zo niet onmogelijk maken, om nu nog vast te stellen wat de oorzaak van de storing is geweest. Hoewel dit uiteraard betreurenswaardig is voor de consument, liggen deze omstandigheden in zijn risicosfeer. Deze omstandigheden kunnen in elk geval niet aan de ondernemer worden toegerekend.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R. Vlasveld en mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 5 maart 2025.

 

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF