Commissie: CommissieVoertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
515374/609952
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 24 mei 2024 een tweedehands Hobby caravan met BOVAG-garantie. Binnen twee weken bleek het deurslot defect door een gescheurde kunststof handgreep. De ondernemer stelde dat de schade door verkeerd gebruik was ontstaan, maar gaf geen instructie bij aflevering. Een deskundige oordeelde dat het defect een bekend eigen gebrek is bij dit type handgreep. De consument betaalde €394 voor reparatie, maar kreeg dit bedrag hangende de procedure onvoorwaardelijk terug. De Geschillencommissie Voertuigen verklaarde de klacht gegrond en verplichtte de ondernemer tot vergoeding van het klachtengeld van €127,50. De gevorderde reiskosten werden afgewezen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 24 mei 2024 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een caravan Hobby 495 UL Excellent (bouwjaar 2018) met één jaar BOVAG-garantie tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 23.000,–.
De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 25 mei 2024.
De consument heeft op 5 juni 2024 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
Wij hebben voor € 23.000,- een 2e hands caravan gekocht, inclusief een afleverpakket met 1 jaar BOVAG-garantie ter waarde van € 599,-. Binnen twee weken na aflevering was de deur niet meer zonder sleutel vanaf de buitenkant te openen. Er blijkt iets in het buitendeel van het deurslot afgebroken/gescheurd te zijn. Het is van de buitenkant niet te zien wat precies is afgebroken. Ook blijkt dit na enig googelen een vaker voorkomend probleem te zijn bij dit type caravan. Wij hebben direct contact opgenomen en ons beroepen op de garantie. Volgens de verkoper is dit echter geen garantie maar moeten wij de verzekering maar inschakelen. Deze vergoedt echter de schade niet, omdat het garantie zou moeten zijn volgens hen. Hierop heb ik nogmaals contact gezocht met de ondernemer, maar die geeft niet thuis.
Als ik in het gelijkgesteld wordt, wil ik ook alle extra kosten, bovenop de al bekende, vergoed hebben. Nu moest ik op 16 januari voor een deskundigen onderzoek naar het caravanbedrijf toe, terwijl het betreffende onderdeel bij mij thuis ligt. Afstand van woning tot caravanbedrijf volgens google maps x 2 (retour) x € 0,23 (wettelijke maximale kilometervergoeding)= 88,6 x 2 x 0,23 =
€ 40,76.
Als aanvulling op mijn eerdere bericht laat ik u graag weten dat er een mail met een creditfactuur door de ondernemer aan mij verstuurd is. Het schikkingsbedrag van € 394,– heeft de ondernemer ook al, ongevraagd, overgemaakt. Bij deze nogmaals de bevestiging dat wij dit voorstel niet accepteren. Het overgemaakte bedrag houd ik in bewaring tot de procedure definitief afgerond is, maar geldt uitdrukkelijk niet als bewijs van acceptatie van het voorstel.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd en gevorderd. Het klopt dat ik het bedrag van € 394,– heb terugontvangen. Ik heb ook reiskosten gemaakt die de ondernemer mij moet vergoeden. Ik moest ook naar de ondernemer afreizen omdat de deskundige daar kwam. Ik vraag de commissie om de ondernemer te verplichten die kosten aan mij te voldoen. Ik praat dan niet over de tijd die het mij heeft gekost, maar waarvoor ik niets vorder. Verder heb ik recht op vergoeding door de ondernemer van het door mij betaalde klachtengeld ad € 127,50. Ik verwijt de ondernemer klantonvriendelijkheid; daarom ben ik zo gebrand op vergoeding van de door mij gemaakte kosten.
De consument verlangt terugbetaling van het door hem aan de ondernemer betaald reparatiebedrag van € 394,– “plus alle eventuele nog bijkomende kosten voor deze bezwaarprocedure, onderzoekskosten en andere niet benoemde, maar wel gerelateerde kosten.”.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
Type deurslot:
Het merk deur en deurslot in de caravan van het merk Fawo. Fawo is een toeleveringsbedrijf dat voor alle caravans en kampeerauto onderdelen maakt. Zo maken zij ook de entreedeuren en deursloten voor bijvoorbeeld Hobby, Hymer, LMC, Dethleffs, Burstner, Fendt enz. Het betreffende deurslot wordt bij meerdere merken toegepast.
Wat is het probleem:
Bij het deurslot van de caravan is de handgreep gebroken bij de bevestiging op de metalen bedieningsdraaias die het slot doet bedienen. Door deze breuk kan het deurslot niet meer bediend worden.
Oorzaak van dit probleem:
Wanneer de deur op slot zit en er wordt stevig getrokken aan de handgreep komt er enorme kracht op de overgang tussen greep en bedieningsdraaias. Bij het op slot zetten van het deurslot komt alles vast te zitten om bediening niet mogelijk te maken. Het slotmechanisme wordt dan geblokkeerd, net zoals de metalen bedieningsdraaias. Wanneer je dan grof aan de greep gaat trekken, trek je de greep kapot en hierdoor zal de greep de bedieningsdraaias niet meer bedienen zoals het moet.
Wij hebben geconstateerd bij het afhalen van de caravan na het vervangen van het deurslot dat de consument na het op slot zetten van het deurslot weer aan die greep aan het trekken is. We hebben de consument er op geattendeerd dat op deze wijze de greep weer defect zal gaan.
Schade of Garantie:
Omdat de greep defect is gegaan door er stevig aan te trekken terwijl het deurslot op slot stond is de greep gescheurd. Hierdoor spreken wij niet over garantie (eigen gebrek), maar over schade (van buiten af komend onheil). Om deze reden hebben wij de garantieaanvraag afgewezen en de klant aangegeven dat deze schade kan claimen bij zijn verzekeringsmaatschappij wanneer hij hiervoor verzekerd is.
Reactie verzekeraar:
De consument geeft als reactie dat de verzekeringsmaatschappij de claim afwijst omdat een deurslot door schade nooit defect gaat. De uitspraak wordt gedaan door een schadebehandelaar en niet door een expert. Deze schadebehandelaar heeft het product niet in zijn handen gehad voor onderzoek of bekeken. Hoe kan iemand dan een diagnose stellen zonder het product te bekijken of te onderzoeken. Wij hebben verzocht om een reactie van een expert die na het bekijken van het slot een oordeel kan geven. Wij zijn nog steeds wachtende op dit onderzoek.
Zienswijze.
Het deurslot van de caravan van de consument is inderdaad defect. Wij hebben vastgesteld dat dit door van buiten komend onheil is veroorzaakt. Daarom verwijzen wij de klant naar zijn verzekeringsmaatschappij. Wanneer de klant de schade daar meldt, komt er vanzelf een expert in beeld die namens de verzekeringsmaatschappij een technisch oordeel geeft. Deze expert mag zijn bevindingen met ons delen/overleggen. Aan de hand daarvan kunnen wij dit dossier aan twee zijdes sluitend maken. Ons advies: laat het deurslot beoordelen door de expert van de verzekeringsmaatschappij.
Door de ondernemer is op 5 juli 2024 het deurslot vervangen. Daarvoor is de consument in rekening gebracht € 394,– voor arbeid en materiaal. Dit bedrag is toen door de consument betaald.
De ondernemer is teleurgesteld over het deskundigenonderzoek. In onze ogen is het standpunt van de deskundige onjuist. Maar goed, dat is zijn standpunt. Maar er wordt totaal geen onderbouwing gegeven aan zijn standpunt. Hierdoor heeft een zitting voor ons helemaal geen zin. De ondernemer kiest er nu voor om de factuur van de klant ad €. 394,- te crediteren en dat bedrag terug te betalen
Dan is het probleem van tafel.
Op basis van de creditfactuur 25111669 van 20 februari 2025 heeft de ondernemer op die datum dan ook het bedrag van € 394,– overgemaakt aan de consument.
De ondernemer zal niet ter zitting verschijnen. Wij hebben de factuur gecrediteerd en betaald aan de klant. Voor ons is dit dossier afgewikkeld. We hebben in het dossier duidelijk weergegeven waarom wij de factuur gecrediteerd hebben.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft volgens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.
Partijen waren aanwezig bij mijn onderzoek ter plaatse.
Mijn vaktechnisch oordeel over de klacht luidt als volgt:
Het gebrek betreft een defecte deurgreep van het deurslot van de toegangsdeur. De mechanische delen van het deurslot en van de handgreep zijn van metaal gefabriceerd. De handgreep zelf is geheel uit kunststof vervaardigd. In dit kunststofdeel is de vierkante bedienings-as van het slot opgesloten gemonteerd. De kunststof handgreep is ter plaatse van de bedienings-as van het slot, gescheurd, waardoor de handgreep de metalen-as niet meeneemt en als gevolg hiervan het slot niet wordt bediend. De consument geeft aan dat hij de handgreep op een normale manier bedient en geeft aan dat de handgreep mogelijk bij aflevering al was beschadigd. De ondernemer geeft aan dat klager te stevig aan de handgreep heeft getrokken en dat de handgreep daaraan is bezweken. De ondernemer heeft echter bij aflevering van de caravan geen instructie gegeven hoe er met dit type handgreep moet worden omgegaan. Na het vervangen van de handgreep heeft hij de consument er op geattendeerd, dat als de caravan mechanisch is vergrendeld, er niet aan de handgreep getrokken mag worden.
De omvang van de klacht is ernstig.
Herstel/reparatie is mogelijk. De handgreep is op 5 juli 2024 al vervangen door een nieuw exemplaar. De consument heeft toen de nota ad € 394,– onder protest voldaan.
Toelichting op het rapport:
De handgreep is van het merk Fawo. Er zijn diverse meldingen bekend van het hierboven omschreven probleem van dit type handgreep. Het scheuren van het kunststof van de handgreep, ter plaatse van de vierkante draaias, betreft een eigen gebrek van de handgreep.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Hangende dit geding is de ondernemer alsnog aan de klacht van de consument tegemoetgekomen door het door de consument onder protest betaalde bedrag van € 394,– onvoorwaardelijk terug te betalen aan de consument.
Daarmee is reeds gegeven dat door de consument terecht is geklaagd, en is er geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
Wat vervolgens resteert is de vordering van de consument om de ondernemer te verplichten tot betaling van door de consument gemaakte reiskosten.
De commissie kan daarover kort zijn.
Artikel 22 van het reglement van deze commissie staat toewijzing van die kosten in beginsel in de weg. Dat artikel luidt aldus:
Behoudens het bepaalde in artikel 21 komen de door partijen ter zake van de
behandeling van het geschil gemaakte kosten voor hun eigen rekening, tenzij de
commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt. In een zodanig geval komen voor
vergoeding door de geheel of gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij slechts in
aanmerking de door de wederpartij in redelijkheid gemaakte kosten en wel tot een
maximum van vijfmaal het bedrag dat ingevolge artikel 8 aan de commissie
verschuldigd is.
De commissie acht in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om een vergoeding voor deze kosten toe te kennen.
Nu terecht is geklaagd is de ondernemer op basis van het reglement gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen en om de bijdrage in de behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
Oordeelt de klacht van de consument gegrond.
Stelt vast dat het door de consument op basis van die klacht gevorderde bedrag € 394,– hangende dit geding door de ondernemer aan de consument is (terug)betaald.
Wijst af de door de consument gevorderde (reis)kosten.
De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en de heer H.W. Zuur, leden, op 3 april 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.