Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 27 augustus 2022 een gezichtserum via een platform en stelde dat het product namaak was. Hij diende twee klachtonderdelen in: (1) over de non-conformiteit van het product en (2) over de rol van de ondernemer als platformbeheerder. De Geschillencommissie Thuiswinkel oordeelde dat er geen directe koopovereenkomst bestond tussen consument en ondernemer, waardoor klachtonderdeel 1 niet-ontvankelijk werd verklaard. Klachtonderdeel 2, dat betrekking heeft op de uitvoering van de dienstverlening als platformbeheerder, viel wel binnen de bevoegdheid van de commissie en zal inhoudelijk worden behandeld.
De volledige uitspraak
BEVOEGDVERKLARING
Geschillencommissie Thuiswinkel
Onderwerp van het geschil
De aankoop op 27 augustus 2022 door de consument van een product (gezicht serum) via de ondernemer bij een externe verkoper, van welk product de consument stelt dat dit product niet origineel maar namaak is.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Klachtonderdeel 1:
De consument stelt dat hij heeft vastgesteld dat het product niet authentiek is (o.a. ontbreken batchnummer). Hij heeft de ondernemer gevraagd om een terugbetaling van de koopsom of vervanging van het product. De ondernemer wenst de gegevens van de verkoper niet met hem te delen. Bij navraag blijkt de verkoper verbannen te zijn van het platform. Omdat [ondernemer] nu voor de consument de enige aanspreekbare partij is, dient de ondernemer zich in te spannen om een gepaste oplossing te bieden. In dit verband wenst hij vergoeding door de ondernemer van de betaalde koopprijs ad € 79,99 wegens non-conformiteit vermeerderd met vergoeding van gemaakte kosten en van immateriële schade om het geschil op te lossen.
Klachtonderdeel 2:
De consument heeft zijn klacht uitgebreid met de stelling dat de ondernemer door zich ‘uit coulance’ bereid te verklaren de koopprijs aan hem terug te betalen vermeerderd met het klachtengeld (waarmee hij de klacht als afgehandeld beschouwt) onttrekt aan zijn verantwoordelijkheid als platformbeheerder en aan zijn zorgplicht jegens de consument, temeer nu hij niet transparant is met betrekking tot de identiteit van de externe verkoper waardoor het de consument onmogelijk wordt gemaakt deze direct aan te spreken. Voorts is de ondernemer niet transparant met betrekking tot de reden waarom het verkoopaccount van de externe verkoper bij de ondernemer inmiddels is gesloten. In dit verband wenst de consument de vaststelling van aansprakelijkheid van de ondernemer als platformbeheerder in deze specifieke situatie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer stelt zich op het standpunt dat hij bij gebreke van een tussen hem en de consument gesloten koopovereenkomst rechtens niet kan worden aangesproken voor een gebrekkige levering. De ondernemer heeft slechts gefungeerd als bemiddelaar bij deze koop. Omdat de ondernemer zich uit coulance bereid heeft verklaard tot vergoeding van de koopprijs en het klachtengeld, heeft de consument geen belang meer bij voortzetting van deze zaak.
Voorts stelt de ondernemer dat er geen rechtsgrond bestaat om informatie over de externe verkoper te delen met de consument.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Artikel 3 van het reglement van deze commissie luidt als volgt:
De commissie heeft tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten van verkoop op afstand met betrekking tot door de ondernemer te leveren of geleverde diensten en/of zaken alsmede privacy geschillen.
Klachtonderdeel 1:
Tussen partijen is niet in geschil dat de consument het product niet bij de ondernemer maar bij een externe verkoper heeft gekocht. Er is dus geen sprake van een tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen verkoopovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 3 van het regelement van deze commissie, zodat de consument in zoverre niet ontvankelijk is in zijn klachtonderdeel 1.
Klachtonderdeel 2:
Dit klachtonderdeel richt zich tegen de ondernemer in zijn rol als bemiddelaar bij de tussen de consument en de externe verkoper gesloten koopovereenkomst, in het bijzonder tegen de uitvoering door de ondernemer van de dienstverlening als platformbeheerder. Het staat in het kader van artikel 3 van het reglement van deze commissie de consument vrij de ondernemer op de (zijns inziens gebrekkige) uitvoering van de dienstverlening aan te spreken en daarover een oordeel van deze commissie te vragen. In zoverre acht de commissie zich bevoegd dit klachtonderdeel te behandelen.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Verklaart de consument niet ontvankelijk in zijn klachtonderdeel 1.
De commissie verklaart zich bevoegd het geschil met betrekking tot klachtonderdeel 2 te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 19 mei 2025.