Klacht over beschadigd retourpakket met antiek horloge ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1156201/1262230

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verstuurde op 2 januari 2025 een verzekerd pakket met een antiek gouden zakhorloge ter waarde van €5000. Na mislukte bezorging werd het pakket retour gestuurd, waarbij volgens de consument schade ontstond door onzorgvuldige herverpakking. De herstelkosten zouden €4350 bedragen. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de schade niet aantoonbaar door het vervoer of herverpakken is ontstaan. Ook ontbrak een retouradres, waardoor het pakket via de Dienst Lost and Found werd geopend. De commissie achtte de klacht ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een aan de verzender geretourneerd pakket.

Standpunt van de consument

Voor het – namens de consument verwoorde standpunt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënt heeft op 2 januari 2025 een waardevol pakket met gouden zakhorloge, voor vervoer aangemeld bij [ondernemer]. Cliënt heeft het pakket erg zorgvuldig ingepakt verstuurd. Cliënt heeft het pakket verstuurd met ‘Pakket verzekerservice EU’ en een verhoogde aansprakelijkheid van €5000,-. Het pakket kon niet worden bezorgd op 7 januari bij afzender en pakket is dus retour gestuurd naar cliënt. Cliënt heeft het pakket onzorgvuldig ingepakt weer ontvangen. Het pakket is geopend, onderzocht en erg onzorgvuldig ingepakt en retour gestuurd. Hierdoor is schade ontstaan aan het zakhorloge. Om dit te repareren kost € 4350,-. Cliënt houdt [ondernemer] hiervoor aansprakelijk.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wanneer de inhoud van een verzekerd pakket tijdens het postvervoer beschadigd raakt, is [ondernemer] daarvoor in principe aansprakelijk en heeft de consument aanspraak op een schadevergoeding. Die aanspraak vervalt als de schade aan de inhoud wel tijdens het postvervoer is ontstaan, maar deze bijvoorbeeld het gevolg is van een ondeugdelijke verpakking ofwel aard of een gebrek aan de inhoud van het poststuk zelf (artikel 9.7 lid 1 AVP, eerste en tweede bullit). De inhoud van het pakket betrof een antiek zakhorloge, een voorwerp met een uiterst kwetsbaar binnenwerk dat bijzonder gevoelig is voor kleine trillingen en bewegingen. De consument heeft dit onder meer zelf aangegeven in zijn e-mail d.d. 30 januari 2025 waarin hij spreekt over een “zeer kwetsbaar antiek zakhorloge van jaar 1895 erin”. Vanwege deze specifieke aard is een dergelijk uurwerk niet goed bestand tegen het geautomatiseerde sorteersysteem van [ondernemer], dat standaard geen rekening houdt met de mate van kwetsbaarheid van de inhoud. Voor het vervoeren van zulke voorwerpen is een uitzonderlijk beschermingsniveau vereist. Op grond van artikel 9.7 van de Algemene Voorwaarden Pakketten (AVP) bestaat er geen recht op schadevergoeding wanneer de schade het gevolg is van de aard van of een gebrek aan de inhoud van het poststuk. Dit ziet onder meer op kwetsbare objecten die al vóór verzending een interne gevoeligheid of een (mogelijk onzichtbaar) gebrek vertonen, zoals bij antiek uurwerkmechaniek regelmatig het geval is. Hoewel de verpakking op het eerste gezicht zorgvuldig lijkt, blijft het feit dat het hier gaat om een fragiel antiek zakhorloge met een mechanisme dat zelfs door lichte trillingen defect kan raken. Normale transportbewegingen kunnen een dergelijk voorwerp ontregelen. Eventuele schade die uit dergelijke omstandigheden voortvloeit, valt onder de contractuele aansprakelijkheidsuitsluiting van [ondernemer] (artikel 9.7 lid 1 AVP eerste bullit). Ter illustratie: vergelijkbaar is de situatie waarin een consument een porseleinen beeldje verstuurt met [ondernemer] en dit bij aflevering beschadigd blijkt. Ook in dat geval geldt dat de schade vermoedelijk voortvloeit uit de aard en breekbaarheid van het object zelf, en niet per definitie uit onzorgvuldige behandeling door [ondernemer]. Het uitgangspunt is dat de vervoerder niet opdraait voor schade die voortvloeit uit de fragiliteit of natuur van het vervoerde goed zelf. De consument stelt in zijn klacht dat het pakket door [ondernemer] is geopend en nadien niet op dezelfde wijze is herverpakt, wat zou hebben geleid tot schade. Hij verwijst hiervoor naar foto’s die zijn ingediend bij het vragenformulier. De consument heeft nagelaten om een retouradres op het pakket te vermelden, waardoor het pakket terecht is gekomen bij het DLFP (Dienst Lost and found). Het pakket is geopend door een medewerker van het DLFP. Deze afdeling is als enige bevoegd om poststukken te openen die niet kon worden afgeleverd en ook geen waarneembaar afzenderadres draagt. De opening van poststukken geschiedt daar met als enig doel een mogelijk afzenderadres te achterhalen en zo de afzender alsnog terug in het bezit van zijn postzending te stellen. Het pakket zou volgens de consument anders verpakt zijn dan hoe hij het had aangeleverd bij [ondernemer]. Uit de foto’s die ingediend zijn door de consument blijkt echter geen relevante afwijking of onzorgvuldigheid. De veronderstelde schade kan op geen enkele wijze worden toegeschreven aan de tussenkomst van de medewerkers van DLFP, die standaard verpakkingen op gelijke wijze herverpakken met dezelfde binnenverpakking die door de consument gebruikt is en zorgvuldig te werk gaan. De door de consument gestelde schade aan het zakhorloge is verder visueel niet waarneembaar, noch objectief onderbouwd. De consument gaf daarop aan dat de zijschuif van het zakhorloge nu heel zwaar is om te bedienen (wat voor de verzending soepel zou zijn geweest). Verder zouden de houthakkertjes in het zakhorloge vertraagd reageren bij activeren van de zijschuif. Verder zou inwendig het e.e.a. gecontroleerd moeten worden welke schade opgelopen zou zijn door vervoer van [ondernemer]. De consument heeft daarvoor bij een juwelier gevraagd om een opgave te maken van de herstelkosten. Daar blijkt onder meer uit dat het zakhorloge een gehele onderhoudsbeurt nodig had en allerlei onderdelen moesten ook vervangen worden. Er wordt niet gesproken over herstel van beschadigde onderdelen, enkel over vervanging en onderhoud (wat bij een antiek horloge zeer gebruikelijk is). Nu de gestelde schade zich uitsluitend in het binnenwerk voordoet en er geen uiterlijke tekenen van externe impact zijn, ontbreekt een objectief aantoonbaar causaal verband tussen de gestelde schade en het handelen van [ondernemer]. De door de consument overgelegde foto’s tonen normale gebruikssporen van transport, maar geen zichtbare schade aan de buitenverpakking (zoals deuken of doorboringen). Verder beschikt de consument, afgezien van een bijna 30 jaar oud taxatiedocument (gedateerd 13 juni 1996), over geen enkel actueel bewijs dat de staat van het antieke zakhorloge voorafgaand aan verzending bevestigt. Tijdens het geautomatiseerde internationale postvervoer komen pakketten herhaaldelijk in contact met elkaar en met sorteerapparatuur. Dit proces kan intensief zijn: pakketten worden gestapeld en in bulkladingen vervoerd. Daarbij komen verschillende formaten, gewichten en vormen met elkaar in aanraking. [Ondernemer] treft geen extra voorzorgsmaatregelen voor de behandeling van kwetsbare goederen. Afzenders dienen er rekening mee te houden dat het vervoerproces volledig geautomatiseerd is en geen rekening houdt met de specifieke aard of kwetsbaarheid van de inhoud. Dat er op de buitenverpakking van de doos de aanduiding ‘breekbaar’ vermeld was, geeft geen aanspraak op een afwijkende behandeling van het Pakket. [Ondernemer] en buitenlandse netwerkpartners hebben geen aparte verwerkingsunit voor dergelijke Pakketten. In het sorteer- en vervoerproces worden deze aanduidingen ook niet waargenomen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de Commissie in grote lijnen het standpunt van [ondernemer]. De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat het horloge door het vervoerproces beschadigd is geraakt. Voorts is het niet aannemelijk dat schade zou zijn ontstaan bij het herverpakken dat overigens heeft moeten plaatsvinden omdat de consument geen retouradres op het pakket had aangebracht en daardoor voor zijn rekening en risico moet blijven. Tenslotte kan de commissie uit de overgelegde prijsopgave niet opmaken welke schade tijdens het transport zou zijn ontstaan. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, A. Verkaik en mr. M.J. Boon, leden, op 5 september 2025.

 

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

Opslaan als PDF