Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1201608/1262333
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over een beschadigd verzamelobject (schaalmodel van Minichamps) dat tijdens verzending schade opliep. Volgens de consument was het model professioneel verpakt in de originele beschermende verpakking van de fabrikant en verzonden met verhoogde aansprakelijkheid. De ondernemer stelde dat de schade mogelijk voortkwam uit onvoldoende bescherming tegen schokken in het geautomatiseerde sorteerproces en wees de schadeclaim af. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de verpakking niet voldeed aan de eisen voor kwetsbare goederen en dat geen sprake was van opzet of grove schuld door de ondernemer. De klacht werd ongegrond verklaard en de schadevergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een beschadigd pakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht gaat over de afhandeling van een schadegeval door [ondernemer]. Het betreft een beschadigd geleverd product, waarvoor ik een schadevergoeding heb aangevraagd. Deze aanvraag is echter afgewezen met als reden dat de verpakking onvoldoende bescherming zou hebben geboden. Met deze conclusie ben ik het nadrukkelijk oneens.
Het pakket betrof een breekbaar en waardevol modelauto-verzamelobject van het merk Minichamps. Dit artikel is verzonden in de originele omdoos en -verpakking van de fabrikant, inclusief beschermende materialen zoals piepschuim en een nauwsluitende plastic beschermkap. Deze wijze van verpakken is exact zoals door Minichamps wordt gehanteerd, een fabrikant die sinds 1990 wereldwijd erkend wordt als specialist in hoogwaardige en kwetsbare schaalmodellen. Het lijkt mij dan ook evident dat deze verpakking voldoet aan de geldende normen voor veilig transport.
Daarnaast is het pakket verzonden met verhoogde aansprakelijkheid, juist vanwege de bekende risico’s tijdens verzending van kwetsbare en waardevolle goederen. Deze verzendoptie is specifiek bedoeld om schadegevallen als dit af te dekken.
De tegenpartij stelt dat de schade het gevolg is van onvoldoende verpakking. Ik ben van mening dat deze conclusie niet is gebaseerd op de feitelijke wijze van verpakken, maar eerder op omstandigheden tijdens de sortering of behandeling tijdens het transport.
Mijn verzoek om schadevergoeding is tot op heden afgewezen. Ik verzoek de Geschillencommissie dan ook om een objectieve beoordeling van deze zaak en alsnog tot een passende schadevergoeding te komen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wanneer de inhoud van een Verzekerd pakket tijdens het postvervoer beschadigd raakt, is [ondernemer] daarvoor in principe aansprakelijk en heeft de consument aanspraak op een schadevergoeding. Die aanspraak vervalt als de schade aan de inhoud wel tijdens het postvervoer is ontstaan, maar deze bijvoorbeeld het gevolg is van een ondeugdelijke verpakking ofwel aard of een gebrek aan de inhoud van het poststuk zelf (artikel 9.7 lid 1 AVP, eerste en tweede bullit). De inhoud van het pakket betreft een kwetsbaar en gedetailleerd schaalmodel van de Formule 1-auto van Max Verstappen. De consument meldt schade aan het model, vermoedelijk bij het rechterachterwiel, mogelijk zichtbaar als een scheefstand. Op basis van de overgelegde foto’s is duidelijk te zien dat de buitenverpakking (kartonnen doos) een zichtbare beschadiging vertoont en dat ook de piepschuim binnenverpakking is ingedeukt. Dit wijst op een externe impact tijdens het transport. Wel is op te merken dat de locatie van de zichtbare impact aan de buitenzijde van het pakket (in het midden van de doos) niet direct overeenkomt met de plek waar het model beschadigd zou zijn. Om die reden heeft de schadebeoordelaar geconcludeerd dat de schade aan het model niet met zekerheid het gevolg is van die specifieke impact. De schade zou ook kunnen zijn ontstaan doordat kwetsbare onderdelen zoals de achterophanging of vleugel onvoldoende beschermd zijn geweest tegen de schokken en trillingen die zich kunnen voordoen bij geautomatiseerde sortering en vervoer. Vanwege de aard en kwetsbaarheid van dergelijke onderdelen is het in de praktijk vrijwel onmogelijk om volledige bescherming te bieden tegen de normale schokken en stoten die kunnen optreden tijdens geautomatiseerd transport binnen het netwerk van [ondernemer]. Gelet op het feit dat het model professioneel en stevig verpakt lijkt te zijn in passend piepschuim en aanvullende bescherming, blijft de oorzaak van de schade niet eenduidig vast te stellen. Er zijn aanwijzingen van transportschade, maar het is niet onomstotelijk aan te tonen dat deze de directe oorzaak is van het defect aan het model. Concluderend ontbreekt de grond om een direct causaal verband aan te nemen tussen de geconstateerde impact aan de verpakking en de schade aan de achterwielen. Bij de geautomatiseerde verwerking van internationale poststromen komen pakketten bij herhaling met elkaar en de sorteerapparatuur in aanraking. Dit kan soms stevig gaan. Dat vergt goede verpakkingsmaterialen en technieken toegesneden op de omvang, vorm en gewicht van de verzonden inhoud (zie artikel 13.2 AVP). Pakketten worden gestapeld en in een bulk vervoerd in containers. Dat pakketten in die dynamiek wel eens met elkaar in aanraking komen en met verschillende maten en gewichten in containers op elkaar gestapeld worden is dan ook inherent aan dit proces.
[Ondernemer] treft geen voorzorgen voor de behandeling van kwetsbare goederen in het vervoerproces. Met name voorwerpen met kwetsbare onderdelen dienen stevig verpakt te worden. [Ondernemer] gaat ervan uit dat afzenders bij het verpakken zelf rekening houden met het gewicht en de kwetsbaarheid van de inhoud van hun pakket. Afzenders dienen daarbij ook rekening te houden met het gegeven dat bij het geautomatiseerde sorteer- en vervoerproces van [ondernemer] aan de individuele inhoud en/of mate van kwetsbaarheid van pakketten geen aandacht wordt besteed. Dat het sorteerproces van alle pakketvervoerders grotendeels geautomatiseerd is, is een feit van algemene bekendheid. In dit proces gaat het per definitie om een extreme verscheidenheid naar formaat, vorm en gewicht van pakjes en pakketten die stuk voor stuk gesorteerd worden, door glijgoten en kantelinrichtingen gaan en massaal in containers vervoerd worden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Gelet op de risico‘s die zich in het vervoerproces voordoen vereist het verpakken van een schaalmodel bijzondere maatregelen om de gevolgen van heftige schokken te voorkomen. Het gebruik van verpakkingsmiddelen van de fabrikant garandeert niet dat die verpakking een schade als de onderhavige kan voorkomen. Hoe dan ook kan de ondernemer terzake geen opzet of grove schuld worden verweten. Er is geen grondslag voor toekenning van een schadevergoeding. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, A. Verkaik en mr. M.J. Boon, leden, op 5 september 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.