Klacht over niet bezorgde aangetekende brief ongegrond: geen schadevergoeding toegekend

  • Home >>
  • Commissie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1121913/1166332

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over het niet afleveren van een aangetekende brief met juridisch belang, die uiteindelijk bij een servicepunt terechtkwam en pas na 2,5 maand retour werd ontvangen. Hij eiste vergoeding van verzendkosten en €50 schadevergoeding. De Geschillencommissie Post oordeelde dat er geen bewijs was van directe schade of materiële waarde van de zending. De ondernemer had volgens de Algemene Voorwaarden en de Postwet correct gehandeld en was niet tekortgeschoten. De klacht werd ongegrond verklaard. Wel kan de consument nog contact opnemen met de ondernemer voor vergoeding van de verzendkosten (€10,30).

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 1121913/1166332

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het niet afleveren van een aangetekende brief.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 1 mei 2025 heeft de consument een aangetekende brief verzonden naar een geadresseerde in Hilversum. Deze brief betrof een juridisch document, gericht aan de verhuurder van de consument. De ondernemer heeft de zending niet correct verwerkt en niet correct aangeboden.

De ondernemer heeft de brief niet aan de geadresseerde aangeboden maar doorgestuurd naar een pakketpunt in een supermarkt. De app van de ondernemer vermeldt “bezorging mislukt”, maar er heeft geen fysieke bezorgpoging bij de geadresseerde plaatsgevonden. De geadresseerde heeft dat bevestigd. Volgens de geadresseerde is er die dag geen postbode aan de balie geweest.

Een aangetekende brief moet persoonlijk aan de balie worden aangeboden of in een intern postkluisje, met registratie op het opgegeven adres met handtekening voor ontvangst. Dit is niet gebeurd. Aangetekende stukken bestemd voor bedrijven worden niet geacht bij een supermarkt opgehaald te worden. Een aangetekende brief mag dus niet als ‘niet te bezorgen’ worden gemarkeerd als het gaat om een fysiek kantooradres waar men tijdens kantooruren normaal bereikbaar is.

Enkele uren nadat de consument het bericht bezorging mislukt ontving heeft hij de kopiebrief zelf wel kunnen afgeven. De consument ontving pas op 16 juli 2025 het oorspronkelijke aangetekende stuk retour van de ondernemer, ruim 2,5 maand nadat hij het op 1 mei 2025 had verzonden. De ondernemer heeft de wettelijke en contractuele verplichtingen geschonden, niet aan zijn zorgplicht voldaan en geen redelijke oplossing geboden.

De consument verlangt vergoeding van de verzendkosten ad € 10,30, een schadevergoeding van € 50,– aan verzekerde waarde van de zending en vergoeding van het klachtengeld.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het pakket is met de aanvullende dienst ‘aangetekend’ verstuurd. Gelet op de toepasselijke regelgeving is een vergoeding van de verzekerde waarde van € 50,– niet aan de orde, omdat er geen aantoonbare schade is. De consument heeft ter zake geen bewijzen overgelegd. Indien de inhoud van de zending geen feitelijke (materiële) waarde heeft komt uitsluitend een vergoeding van de verzendkosten in aanmerking.

De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar de brief. De betrokken bezorger heeft verklaard dat de zending op het moment van bezorging niet kon worden afgeleverd, waarop deze is aangeboden bij een [ondernemer]servicepunt. Dit blijkt ook uit de Track&Trace scans en aanvullende informatie uit het depot en van de bezorger. Omdat de brief niet is afgehaald bij het servicepunt door de geadresseerde en later ook niet is opgehaald bij het servicepunt van de afzender is de zending via de afdeling Onbestelbare Stukken aan de consument geretourneerd op zijn adres. De ondernemer heeft hiermee aan zijn zorgplicht voldaan.

Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Niet is in geschil dat de consument de ondernemer een brief met de aanvullende service ‘aangetekend’ ter
verzending heeft aangeboden en dat die brief niet door de geadresseerde is ontvangen. Een
schadevergoeding van € 50,– betreft de kern van het geschil.

Op grond van artikel 29 Postwet 2009 en uitgewerkt in artikel 9, leden 1, 2 en 3 Algemene Voorwaarden voor de Universele Postdienst 2024 (hierna: AV) is de ondernemer voor postzendingen verzonden met de service ‘aangetekend’ in het geval van verzuim slechts aansprakelijk voor geleden directe schade die rechtstreeks voortvloeit uit het postvervoer van het poststuk en dat die aansprakelijkheid in het geval van aangetekende brievenbuspost, zoals hier, ten hoogste € 50,– bedraagt.

Op grond van artikel 9.3 AV kan de consument aanspraak maken op schadevergoeding voor de aangetekende brief, mits alle benodigde bewijsstukken worden overlegd. De consument dient de waarde van de inhoud van het pakket te onderbouwen. Dit staat ook aangegeven in artikel 9.4 AV. Hierin staat dat de ondernemer de schadevergoeding en de hoogte daarvan bepaalt aan de hand van rechtsgeldig bewijs dat door de afzender dient te worden overgelegd.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie het standpunt van de ondernemer. Niet is immers gebleken van verzuim als bedoeld in voormelde artikelen. Evenmin is gebleken van geleden (directe) schade in de zin van dezelfde artikelen. Hierover verder het volgende.

De consument stelt dat de verzekerde waarde van de aangetekende brief van € 50,– zijn daadwerkelijke schade is, maar dat blijkt nergens uit. De consument heeft geen gegevens overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat er schade is geweest. De consument heeft aangevoerd dat het enkele niet afleveren van de aangetekende brief op het door hem opgegeven adres betekent dat € 50,– zijn schade is. Dat is echter niet het geval. Dat een brief verzekerd is tot een waarde van € 50,– betekent niet zonder meer dat dit ook de daadwerkelijke schade van de consument is en de ondernemer een schadevergoeding uitkeert. Dit volgt ook uit hiervoor weergegeven artikel 9, leden 3 en 4 AV. Het aangetekend versturen van een brief is geen vorm van verzekering. Door de gekwalificeerde wijze van verzending wordt – in principe – meer zekerheid geboden omtrent de uitreiking van een poststuk aan de geadresseerde. De aansprakelijkheid van de ondernemer in het geval van niet bezorging is daarmee eerder gegeven, maar dat leidt slechts tot een wettelijk en volgens de op de overeenkomst toepasselijke Algemene Voorwaarden beperkte schadevergoeding. Niet is daarom gebleken dat de inhoud van de zending een daadwerkelijke (materiële) waarde vertegenwoordigde. Dat het ging om een belangrijke brief aan de verhuurder maakt dit niet anders.

Evenmin kan worden geconcludeerd dat de ondernemer tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst, gelet op hetgeen de ondernemer hierover, na onderzoek naar de brief, heeft aangevoerd, zoals hiervoor weergegeven. Dat de geadresseerde de brief niet bij het servicepunt heeft opgehaald kan de ondernemer niet worden verweten. Daarbij wordt betrokken dat de consument ervoor gekozen heeft de brief te richten aan het bezoekadres en niet aan het postbusadres en hij zelf stelt en bevestigd door de ondernemer, dat een grote rechtspersoon gewoonlijk geen post ophaalt bij een servicepunt, zoals hier in een supermarkt.

Dit betekent dat de ondernemer zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij niet gehouden is tot uitkering van een schadevergoeding over te gaan. Al hetgeen de consument verder heeft aangevoerd stuit op het voorgaande af.

De ondernemer heeft -ook ter zitting- aangegeven dat de consument wel in aanmerking komt voor vergoeding van de verzendkosten ad € 10,30. Indien de consument dit bedrag alsnog wil ontvangen dient hij hierover contact op te nemen met de ondernemer.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, de heer mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden, op 18 augustus 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF