Commissie: CommissiePost
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1015983/1167882
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verzond een standaardpakket met een rugzak ter waarde van €90, dat vermist raakte. Omdat geen aanvullende verzendservice (zoals verzekering of aangetekende verzending) was gekozen, is de ondernemer volgens de Postwet 2009 en de Algemene Voorwaarden niet aansprakelijk voor de schade. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de consument zelf verantwoordelijk is voor het kiezen van extra bescherming bij verzending. De ondernemer bood wel vergoeding van de verzendkosten aan. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 1015983/1167882
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vermissing van een standaardpakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 6 december 2024 heeft de consument een standaardpakket verzonden naar een geadresseerde in [locatie]. Het pakket bevatte een travel rugzak ter waarde van € 90,–. Het pakket is niet bezorgd bij de geadresseerde en vermist geraakt.
De consument heeft meermaals contact met de ondernemer gehad over het postpakket. De ondernemer heeft aangegeven niets te kunnen doen en alleen de verzendkosten te kunnen vergoeden. Sprake is van een gebrek in de nakoming van de overeenkomst door de ondernemer.
De consument verlangt naast de verzendkosten ad € 12,50 vergoeding van de rugzak ad € 90,–.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het pakket is zonder een aanvullende dienst verstuurd (Standaard). Dat betekent dat de consument bij verzuim door de ondernemer niet in aanmerking komt voor schadevergoeding. Daarvoor wordt verwezen naar de toepasselijke Algemene Voorwaarden van de ondernemer en artikel 29 van de Postwet 2009 zoals uitgewerkt in artikel 9 van de Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst.
De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar het pakket. Volgens de laatste scans van de Track&Tracefunctionaliteit zou de zending weer retour verstuurd worden naar de consument vanwege onjuiste adressering of een onleesbare barcode. Door de klantenservice-medewerker is een onderzoek gestart naar het vermiste pakket. Ook bij het depot Lost and Found is zonder resultaat onderzoek verricht. Het pakket moet als vermist worden beschouwd. De consument is hierover bericht, alsook dat zij niet in aanmerking komt voor een schadevergoeding. Haar is wel vergoeding van de verzendkosten aangeboden.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Niet is in geschil dat tussen partijen een vervoerovereenkomst heeft bestaan waarbij de consument de ondernemer een pakket ter verzending heeft aangeboden naar een geadresseerde in [locatie]. Evenmin is in geschil dat dit pakket niet bij de geadresseerde is afgeleverd en vermist is geraakt.
Hoewel te betreuren is dat het pakket vermist is geraakt, onderschrijft de commissie op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting het standpunt van de ondernemer. De ondernemer is op grond van de vervoersovereenkomst en de geldende regelgeving niet aansprakelijk voor de schade wegens de vermissing van het pakket omdat het pakket als standaardpakket is verzonden, zonder een aanvullende service (aangetekend of verzekerd).
De aansprakelijkheid van de ondernemer voor schade die voortvloeit uit het vervoer van poststukken is geregeld in artikel 29 Postwet 2009 en uitgewerkt in de Algemene Voorwaarden (artikel 9). Op grond van die regelgeving wordt de aansprakelijkheid van de ondernemer bij vermissing van een pakket, voor gewone postdiensten, zonder overeengekomen aanvullende diensten voor verzending, zoals hier, uitgesloten. Dat is volgens een vaste lijn van deze commissie niet onredelijk of onbegrijpelijk, gelet op de aard van de dienstverlening.
Terecht heeft de ondernemer gesteld dat wanneer een afzender prijs stelt op een verzekering van zijn poststuk tegen verlies, hij dat bij verzending zelf dient aan te geven en het bijbehorende -hogere- tarief moet voldoen. Het was dus aan consument zelf om vooraf te beoordelen of zij een aanvullende dienst verlangde om die extra bescherming te krijgen en hiertoe al dan niet te beslissen. Hiervoor heeft de consument echter niet gekozen, hetgeen in haar risicosfeer ligt. Opgemerkt wordt dat de ondernemer, onweersproken, heeft aangevoerd dat hij over de verschillende verzendmethoden informatie verschaft op zijn website en bij de tariefinformatie die op alle postvestigingen kan worden ingezien. Uit hetgeen de consument heeft aangevoerd blijkt niet dat zij die bronnen heeft geraadpleegd.
Dit betekent dat de ondernemer niet aansprakelijk is voor de schade van de vermissing van het pakket en dus niet gehouden is tot vergoeding van de inhoud daarvan. De ondernemer heeft – ook ter zitting – aangeboden de verzendkosten ad € 12,50 te vergoeden. Indien de consument hiervoor alsnog in aanmerking wil komen dient zij hierover contact op te nemen met de ondernemer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer A. Verkaik, de heer H.W. Zuur, leden, op 14 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.