Consument mocht glasvezelcontract nog annuleren omdat installatie niet was uitgevoerd

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: NLconnect Internet TV en Bellen    Categorie: bedenktijd    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 956715/1041822

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument sloot op afstand een overeenkomst voor glasvezeldiensten bij een internetprovider. Volgens de ondernemer kon de consument de overeenkomst binnen 14 dagen na de bevestiging van de aanvraag kosteloos annuleren. De bevestiging zou op 12 december 2024 zijn verstuurd. De consument nam echter pas op 14 februari 2025 contact op om de overeenkomst te beëindigen. De ondernemer vond dat dit te laat was en bracht daarom een gereduceerde afkoopsom van € 225 in rekening, terwijl het volledige contractbedrag € 552 zou zijn geweest. De consument was het hier niet mee eens en stelde dat de wettelijke bedenktijd pas begint wanneer de internetverbinding daadwerkelijk in zijn woning is geïnstalleerd. Volgens hem was die installatie nooit uitgevoerd. De Geschillencommissie moest daarom beoordelen wanneer de bedenktijd begint bij een overeenkomst voor glasvezeldiensten. De commissie stelde vast dat het gaat om een overeenkomst die op afstand is gesloten. Volgens de wet heeft een consument in principe 14 dagen bedenktijd vanaf het moment dat de overeenkomst is gesloten. Uit de toelichting op de wet en eerdere uitspraken blijkt echter dat bij diensten die pas na installatie goed beoordeeld kunnen worden, de bedenktijd pas begint nadat de installatie heeft plaatsgevonden. In deze zaak was de glasvezelkabel wel aangelegd rond 6 februari 2025, maar de daadwerkelijke installatie van de diensten in de woning van de consument had nog niet plaatsgevonden omdat daarvoor een monteur moest langskomen. Omdat de installatie nooit is uitgevoerd, was de bedenktijd nog niet begonnen. De consument mocht de overeenkomst daarom nog opzeggen toen hij dat op 14 februari 2025 deed. De commissie oordeelde dat de klacht van de consument gegrond is. De ondernemer moet het betaalde bedrag van € 225 terugbetalen en ook € 52,50 aan klachtengeld vergoeden.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de consument binnen de wettelijke bedenktijd de overeenkomst heeft ontbonden.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument beroept zich erop dat hij 14 dagen bedenktijd heeft vanaf het ogenblik dat in zijn woning de verbinding was gemaakt. De verbinding is nooit gemaakt.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 12-12-2024 heeft de klant van de ondernemer een bevestiging ontvangen van de aanvraag, waarin duidelijk vermeld staat dat de aanvraag tot 14 dagen na dagtekening van deze bevestiging kosteloos geannuleerd kan worden via de telefonische klantenservice. De klant heeft echter pas op 14-02-2025 gereageerd, wat aanzienlijk later is dan de genoemde 14 dagen. Omdat de klant resoluut heeft geweigerd om de diensten van de ondernemer te laten installeren, heeft de ondernemer een gereduceerde afkoopsom in rekening gebracht. In plaats van het volledige contract af te laten kopen, wat zou hebben geresulteerd in een afkoop van 12 maal € 46,– oftewel € 552,–, heeft hij slechts € 225,– in rekening gebracht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie overweegt dat het hier gaat om de levering van glasvezeldiensten via een glasvezel van [derde partij], welke consumentenkoop op afstand gesloten is. De aanleg van de glasvezel is op of kort voor 6 februari 2025 gerealiseerd. Voor de installatie van de overeengekomen diensten diende een monteur van de ondernemer de consument te bezoeken om de installatie te realiseren. De consument heeft op 14 februari 2025 aan de ondernemer bericht zich te beroepen op zijn opzeggingsrecht. De ondernemer is van mening dat de bedenktijd gaat lopen vanaf de bevestigingsbrief van 12 december 2024 (die overigens, anders dan geadviseerd, niet is overgelegd).

Het gaat in deze zaak dan ook om de vraag vanaf welke datum de bedenktijd gaat lopen.

Artikel 6:230o Burgerlijk Wetboek (BW) geeft de hoofdregel weer als het gaat om de levering van diensten: 14 dagen na de dag waarop de overeenkomst is gesloten. Deze hoofdregel wordt bijvoorbeeld ook op de website van de Autoriteit Consument en Markt vermeld.

De commissie verwijst naar de Memorie van toelichting op de wet waarmee invoering van artikel 6:230o is voorgesteld (wetsvoorstel 33520, Tweede Kamer 2012-13, nr. 3, met name de toelichting op onderhavig artikel), waarin het volgende vermeld is: “Lastiger zijn de gevallen waarbij de zaak ondergeschikt is aan de dienstverlening – bijvoorbeeld het bestellen van een pakket voor digitale televisie. In dit geval lijkt de termijn voor ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig het regime van de levering van zaken het meeste met de aard en strekking van de richtlijn overeen te stemmen. Immers, de consument kan pas zien hoe de dienst concreet werkt nadat hij de digitale ontvanger heeft geïnstalleerd en de televisiesignalen ontvangt. Ook in de Nederlandse jurisprudentie is een dergelijke uitleg aangenomen (Rb Arnhem 14 juni 2010, LJN BN0733). De uiteindelijke uitleg is voorbehouden aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.” De commissie heeft in diverse uitspraken naar deze Memorie van Toelichting verwezen (bijvoorbeeld 106275, 105820, 113711 en 119180, zie de website van de commissie onder uitspraken en analyses) en beslist dat in gevallen waarin voor de levering van diensten installatie nog nodig was, de bedenktijd gaat lopen na de dag waarop de installatie heeft plaatsgevonden.

Het voorgaande wordt niet anders doordat de ondernemer in zijn bevestigingsbrief een andere ingangsdatum heeft genoemd. Van de wettelijke bepalingen kan immers niet worden afgeweken (artikel 6:230i lid 1 BW).

Nu in deze zaak de installatie nimmer heeft plaatsgevonden en overigens eerst installatie mogelijk was na 6 februari 2025, heeft de consument door opzegging op 14 februari 2025 binnen de bedenktijd opgezegd. Aangezien de consument aan de ondernemer € 225,– heeft betaald, dient de ondernemer hem dat bedrag te restitueren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. In die situatie dient de ondernemer aan de consument het klachtengeld te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient aan de consument € 225,– te betalen. Indien betaling niet binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing heeft plaatsgevonden, dient de ondernemer over dat bedrag de wettelijke rente te vergoeden.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie NLconnect Internet TV en Bellen, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer J.J. Burgs, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 7 juli 2025.

Opslaan als PDF