Klacht over te beperkt medisch onderzoek ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1179962/1282140

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klager vindt dat de zorgaanbieder te weinig onderzoek heeft gedaan naar zijn darmklachten, waardoor zijn darmkanker later is ontdekt. De commissie oordeelt dat de arts juist wél voldoende onderzoek heeft gedaan: er is een coloscopie uitgevoerd, poliepen zijn verwijderd en onderzocht, er is bloedonderzoek gedaan en een echo gemaakt. Er waren geen alarmsignalen die aanleiding gaven voor verder onderzoek. Volgens de richtlijnen hoorde de klager in een laag risicoprofiel en was extra controle niet nodig. De commissie kan niet vaststellen dat de kanker destijds al zichtbaar of vast te stellen was. Daarom is niet gebleken dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht is ongegrond en de schadevergoeding wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de klager)

en

PoliDirect, gevestigd te Nieuwegein
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026 te Den Haag.

Namens de klager is verschenen de heer [naam], gemachtigde. Namens de zorgaanbieder zijn verschenen de heer [naam], advocaat, mevrouw [naam], behandelend arts en mevrouw [naam], kwaliteitsmanager.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het door de zorgaanbieder uitgevoerde onderzoek bij de klager dat volgens de klager te beperkt is geweest, waardoor de oorzaak van zijn klachten niet is achterhaald.

Standpunt van de klager

Voor het standpunt van de klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

De klager is begin 2023 door de huisarts ingestuurd naar de zorgaanbieder voor een MDL-onderzoek vanwege reeds lang bestaande darmklachten en gewichtstoename ondanks sporten. De MDL-arts heeft beperkt onderzoek gedaan, kon geen diagnose stellen en deed geen aanvullend onderzoek. Later bleek sprake van darmkanker. Dit had gediagnosticeerd kunnen worden en wellicht beter behandeld als de MDL-arts aanvullend onderzoek had gedaan om toch tot een diagnose te kunnen stellen en tot verklaring van de klachten te komen. De klager vraagt een schadevergoeding van € 25.000,-.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

De zorgaanbieder betwist dat de MDL-arts onvoldoende onderzoek heeft verricht. Volgens het medisch dossier is juist zorgvuldig en conform de geldende professionele standaard gehandeld. De klachten van de klager (veranderd ontlastingspatroon, diffuse buikpijn en dyspepsie) gaven geen directe aanwijzing voor een ernstige aandoening; alarmerende symptomen zoals onverklaard gewichtsverlies, bloed bij de ontlasting of afwijkende ontlastingskleur ontbraken. Wel is, gezien het veranderde ontlastingspatroon, in overleg met klager een coloscopie uitgevoerd. Daarbij zijn drie poliepen verwijderd, die bij pathologisch onderzoek laaggradige dysplasie toonden. Op basis van de destijds geldende richtlijn van de Nederlandse Vereniging van MaagDarm-Leverartsen had klager een laag risicoprofiel en was controle pas na tien jaar geïndiceerd. Er bestond geen aanleiding voor eerdere surveillance of aanvullend onderzoek.
Daarnaast is aanvullend een transabdominale echo verricht, waarop geen afwijkingen werden gezien. Ook aanvullende uitgebreid bloedonderzoek liet geen afwijkingen zien, ook geen afwijkende leverenzymen. De klachten namen bovendien af onder medicamenteuze behandeling en lifestyle adviezen. Volgens de zorgaanbieder waren met de verrichte diagnostiek relevante aandoeningen uitgesloten en bestond geen indicatie voor verdere behandeling of verder vervolgonderzoek. Dat klager later alsnog darmkanker ontwikkelde, was op dat moment niet voorzienbaar en betekent niet dat destijds onzorgvuldig is gehandeld.
Ook het verwijt dat na de echo of na het laatste consult onvoldoende opvolging heeft plaatsgevonden, wordt betwist. De klager is zorgvuldig terugverwezen naar de huisarts, waarna geen contact of nieuwe informatie meer is ontvangen. Er was volgens de zorgaanbieder geen reden voor verdere betrokkenheid.
De zorgaanbieder concludeert dat geen sprake is van verwijtbaar handelen en verzoekt de klachten ongegrond te verklaren en de gevorderde schadevergoeding af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor een hulpverlener (in dit geval: de zorgaanbieder) voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de hulpverlener moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de hulpverlener zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
Voor de aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder.
De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënt moet door deze tekortkoming nadeel zijn toegebracht. De commissie zal de klachten van de klager afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader beoordelen.

Vaststaat dat de zorgaanbieder bij de klager een coloscopie heeft verricht op 21 februari 2023 en dat daarbij poliepen zijn verwijderd en pathologisch onderzocht. Daarnaast is aanvullend onderzoek verricht in de vorm van bloedonderzoek en een transabdominale echo. De uitkomsten gaven geen aanwijzing voor maligniteit. Evenmin waren er alarmerende klinische signalen of afwijkende laboratoriumwaarden die wezen op een verhoogd risico. Conform de geldende richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen werd de klager ingedeeld in een laag risicoprofiel, waarvoor geen versnelde surveillance of aanvullend beeldvormend onderzoek was aangewezen.

De commissie is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het verrichte onderzoek te beperkt is geweest. Dat achteraf bezien aanvullende diagnostiek, zoals een MRI- of CT-scan, mogelijk meer duidelijkheid had kunnen geven, betekent niet dat deze onderzoeken destijds geïndiceerd waren. Er waren geen objectieve bevindingen die een dergelijke vervolgstap rechtvaardigden. De professionele standaard verplicht niet tot het verrichten van verdergaand onderzoek bij het ontbreken van medische aanwijzingen daarvoor.

Ten aanzien van het klachtenverloop overweegt de commissie dat uit het dossier blijkt dat sprake was van een wisselend beeld en dat de klager op enig moment aangaf vermindering van klachten te ervaren. Voor zover de klager stelt dat hij niet heeft aangegeven dat het goed ging, geldt dat in elk geval niet is gebleken van een zodanige toename of verandering van klachten dat dit voor de zorgaanbieder aanleiding had moeten zijn tot hernieuwd of uitgebreid aanvullend onderzoek. Dat de klachten gedurende langere tijd bestonden, maakt dit niet anders, nu langdurige, aspecifieke buikklachten niet zonder meer passen bij de later vastgestelde, agressieve vorm van darmkanker.

Voorts is de diagnose darmkanker gesteld circa één jaar en drie maanden na het onderzoek door de zorgaanbieder. De commissie kan niet vaststellen dat ten tijde van het eerdere onderzoek reeds sprake was van (detecteerbare) kanker, noch dat deze toen met de beschikbare en geïndiceerde diagnostiek had kunnen of moeten worden vastgesteld. Het enkele feit dat later alsnog kanker is gediagnosticeerd, is onvoldoende om te concluderen dat het eerdere onderzoek onzorgvuldig is geweest. De commissie begrijpt dat de latere diagnose voor klager ingrijpend is en dat hij hierover vragen en gevoelens van onvrede heeft. Dat neemt echter niet weg dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden vastgesteld dat de zorgaanbieder in strijd met de professionele standaard heeft gehandeld.

De commissie is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat niet is gebleken dat het onderzoek te beperkt is geweest of dat destijds meer of ander onderzoek had moeten worden verricht. Evenmin is komen vast te staan dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nazorg of opvolging. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard. De gevorderde schadevergoeding wordt reeds daarom afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw dr. K.M.A.J. Tytgat, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 13 februari 2026.

Opslaan als PDF