Commissie: Tuchtcommissie NIVRE
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Uitspraak
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
318924/670110
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een huiseigenaar diende een klacht in tegen een bouwkundig expert die een bindend advies had uitgebracht over oplevergebreken na een verbouwing. De klager vond het rapport partijdig, onzorgvuldig en onvolledig. De expert stelde dat hij binnen zijn opdracht handelde en professioneel te werk ging. De Tuchtcommissie oordeelde dat er geen schending van de gedragsregels was en verklaarde de klacht ongegrond.
Volledige uitspraak
Onderwerp van de klacht
De klacht betreft de door beklaagde uitgevoerde opleveringsinspectie en rapportage daarvan. Klager stelt dat sprake is van onzorgvuldig handelen door beklaagde vanwege gebreken in deze rapportage.
Wat voorafging aan de klacht
Klager heeft met zijn aannemer een aanneemovereenkomst gesloten voor de verbouwing van zijn woning.
Er is een geschil ontstaan over de uitvoering van werkzaamheden en over meer- en minderwerk bij de verbouwing aan de woning.
Klager heeft daarop een kort geding aangespannen tegen de aannemer. De zaak is mondeling
behandeld door de Rechtbank Midden Nederland op 3 november 2024.
Tijdens deze mondelinge behandeling is bij vaststellingsovereenkomst afgesproken dat de aannemer nog werkzaamheden zou uitvoeren en dat de oplevering van de woning in januari 2024 zou plaatsvinden onder toezicht van een derde bouwkundige, die eventuele oplevergebreken zou vaststellen en de herstelkosten begroten.
Door klager en de aannemer is gekozen voor beklaagde. Beklaagde is ingeschakeld en heeft op basis van bindend advies gewerkt. Een deskundige van beklaagde heeft op 31 januari 2024 de woning van klager bezocht in aanwezigheid van partijen en een expertiseonderzoek uitgevoerd om de oplevering van de woning te beoordelen en te rapporteren over eventuele oplevergebreken en de bijbehorende herstelkosten.
Afgesproken is dat na afloop de aannemer een bedrag van klager ontvangt van € 7.500,- verminderd met de door de deskundige vastgestelde oplevergebreken. Beklaagde heeft geen opdracht gekregen om meer/minderwerk vast te stellen.
Op 16 februari 2024 heeft de deskundige een concept bindend advies aan beide partijen toegestuurd en na ontvangst van commentaar is er een definitief bindend advies uitgebracht op 12 maart 2024. De rapportage is door collega-expert … gecontroleerd. Aan de uitkomst van het bindend advies is uitvoering gegeven. Raming van herstelkosten komt neer op € 2.006,22 incl. BTW.
Op 13 maart 2024 heeft klager zijn beklag gedaan bij beklaagde over het rapport.
Op 28 maart 2024 heeft klager enkele nieuwe klachtpunten toegevoegd aan zijn klacht.
Het rapport betreft een Bindend Advies en is niet ter vernietiging aan de kantonrechter voorgelegd.
Standpunt klager
Het standpunt van klager luidt als volgt.
De klachten hebben in hoofdzaak betrekking op de rapportage van beklaagde, waaruit blijkt dat sprake is van:
– partijdigheid;
– inperken van de opdracht tot louter technische opleveringskeuring;
– niet correct vastleggen van bepaalde oplevergebreken;
– niet vastleggen van intimidatie door aannemer;
– onprofessioneel handelen en;
– fouten begaan in de procedure.
Partijdigheid
Pagina 11 van het definitieve rapport bevat een suggestieve opmerking, waaruit blijkt dat beklaagde partijdig heeft gehandeld en klagers zienswijze onvoldoende serieus heeft genomen.
Beklaagde suggereert op die pagina dat de opmerking van klager een reactie is op een opmerking van de aannemer. Dat klopt niet omdat klager zijn zienswijze eerder heeft ingebracht dan de aannemer dat heeft gedaan.
Inperken opdracht tot louter technische opleveringskeuring
Beklaagde heeft zelf de opdracht ingeperkt tot een technische opleveringskeuring. Overigens is deze inperking niet aangegeven in het begin van de inspectie en lijkt het erop dat in het definitieve rapport een invulling is gekomen die niet is overeengekomen en derhalve is de opdracht niet uitgevoerd zoals beoogd bij de rechtbank en is overeengekomen.
Niet correct vastleggen oplevergebreken
In de offerte van de aannemer is aangegeven dat het dak van de schuur en het dak van de buren verbonden zouden worden, onder andere om de tweede heatpipe erop te leggen. Nergens in het rapport van beklaagde zijn de werkzaamheden daaromtrent opgenomen, maar ook nergens is aangeven dat deze werkzaamheden niet hoeven te worden uitgevoerd en dat sprake is van minderwerk. Dit geldt ook voor schadeposten die niet meegenomen zijn, zoals schade aan de trap en een vlek in de keuken.
Nu voor de geoffreerde werkzaamheden is betaald, maar niet conform is geleverd door de aannemer, had beklaagde moeten concluderen dat er sprake was van een oplevergebrek en had dit in de waardering meegenomen moeten worden.
Niet vastleggen van intimidatie door aannemer
Klager is tijdens de inspectie van de woning door de aannemer bedreigd, maar daar wordt in het rapport geen melding van gemaakt. Hier komt nog bij dat klager op het moment dat hij nadere toelichting wilde geven, de aannemer op zeer intimiderende wijze aangaf ‘dat hij dan op andere wijze ging oplossen’. Hierop is door de expert van beklaagde niet ingegrepen en klager voelde zich zo ernstig geïntimideerd dat hij zijn belangen niet meer goed duidelijk heeft kunnen maken. Het niet vermelden van de intimiderende opmerking is een wezenlijk gebrek in het definitieve rapport aangezien op die wijze de inspectie zoals hierboven is beschreven is beïnvloed.
Onprofessioneel handelen
De aangedragen punten van klager met betrekking tot het afdak (feitelijk verbinden van de schuurdaken), het inregelen van installaties en het bedienen van de luchtroosters zijn niet opgenomen in het rapport.
Ook is sprake van verkeerde interpretatie van door klager aangedragen punten, zoals het schilderwerk van de plinten, dat kitwerk wordt genoemd.
Klager acht het voorts kwalijk dat de expert met betrekking tot de meterkast niet heeft geconstateerd dat de verzegeling van de meter was verbroken en ook dat de stoppenkast was gemonteerd over de aardedraad. Beide zaken potentieel gevaarzettend en individueel al klachtwaardig. Inmiddels heeft het herstel van deze gevaarlijke zaken plaatsgevonden en heeft dit klager € 477,95 gekost.
Tenslotte is het wasbakje in het toilet door de ondernemer onprofessioneel aangebracht. Het wasbakje hangt op kit en de sifon. De bevestigingsbouten zijn niet gebruikt, want de gaten waren verkeerd geboord en nieuwe boren zou de verkeerd geboorde zichtbaar maken. Ook dit is ten onrechte niet opgenomen in het rapport.
Fouten begaan in de procedure
Het komt op klager over dat beklaagde niet te veel wilde afwijken van het concept-rapport, anders zou dit als ongeloofwaardig, niet professioneel en niet onafhankelijk kunnen worden bestempeld. Niet alle door klager op de inspectie aangedragen punten zijn in concept verwerkt of zijn uitgeruild tegen een punt uit de zienswijze van de wederpartij om zo niet te veel af te wijken van het concept qua uitkomst.
Klager verzoekt de commissie om gegrondverklaring van zijn klachten.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft klager desgevraagd een reactie op het verweerschrift van beklaagde gegeven. Klager heeft daarbij in hoofdzaak opgemerkt dat van de zijde van beklaagde niet onafhankelijk, niet onpartijdig en niet professioneel is gehandeld. Oplevergebreken zijn te beperkt of niet genoemd en de rapportage ten aanzien van het meer-/minderwerk ontbreekt in het geheel.
Zo is door beklaagde in het geheel niet gerapporteerd omtrent de beoordeling van de meterkast. Terwijl hier sprake bleek te zijn van een verbroken zegel van de meter en montage van de stoppenkast over de aardedraad. Klager heeft deze gevaarlijke situatie achteraf op eigen kosten laten herstellen.
Verder heeft klager tijdens het inspectiebezoek het gevoel van twee- tegen-één gehad; twee personen, de deskundige en de aannemer, met technische kennis tegenover hem als leek op bouwkundig gebied. Er is in het geheel geen rekening gehouden met het verschil in kennisniveau van partijen.
De conclusie die klager trekt is dat inspectie en rapportage door beklaagde niet is gegaan op de wijze waarop het had moeten zijn.
Standpunt beklaagde
Het standpunt van beklaagde luidt in hoofdzaak als volgt.
Klager is het niet eens met de uitkomst van het rapport en heeft daarover een klacht bij beklaagde ingediend. De klacht lijkt voornamelijk te bestaan uit onvrede over de inhoudelijke conclusies van het rapport en niet uit gegronde redenen die de professionaliteit of objectiviteit van beklaagde in twijfel trekken. Beklaagde heeft steeds in overeenstemming met de geldende (gedrags-)regels en normen gehandeld.
Uit het verweerschrift van beklaagde blijkt dat:
– beklaagde onafhankelijk is en onpartijdig heeft gehandeld;
– beklaagde professioneel heeft gehandeld;
– klager de opdracht van beklaagde verkeerd heeft geïnterpreteerd;
– klager op bepaalde punten verkeerd heeft geïnterpreteerd;
– de klacht over de intimidatie door de aanbieder geen vermelding in de rapportage behoeft;
– de werkzaamheden door de deskundige zorgvuldig zijn uitgevoerd, met inachtneming van de NIVRE-gedragsregels.
Onpartijdig
Klager stelt dat beklaagde partijdig zou hebben gehandeld en dat de zienswijze van klager onvoldoende serieus is genomen, met name met betrekking tot de reactie op pagina 11 van het definitieve rapport. Klager interpreteert hier de opmerking van beklaagde verkeerd. Beklaagde doelt met “de reactie” op haar
eigen reactie en zegt indirect dat zij het eens is met klagers opmerking, dus het tegendeel van wat klager beweert.
Interpretatie en professionaliteit
Dak
Klager verwijst als onvolkomenheid naar het achterwege laten van het beschrijven en begroten van het uitbreiden van het dak teneinde heatpipes te kunnen plaatsen. Beklaagde geeft aan dat de opdracht beperkt was tot oplevergebreken vaststellen en herstelkosten begroten. Het uitbreiden van het dak was oorspronkelijk gepland, maar was door een wijziging in het type heatpipes technisch niet meer noodzakelijk en de werkzaamheden behoefden om die reden geen verdere vermelding in de rapportage. Dit wordt ook expliciet vermeld in het rapport en vloeit voort uit een grondige objectieve analyse en het oordeel dat geen sprake was van een oplevergebrek. Bovendien heeft de rechtbank een oordeel gegeven over de kwestie van meer- en minderwerk, waardoor dit onderwerp buiten de reikwijdte van de expertiseopdracht valt.
Raambediening
De raambedieningen zijn in eerste instantie niet meegenomen in het conceptrapport, maar op verzoek van klager wel in de definitieve versie. Beklaagde heeft wel degelijk oog gehad voor de opmerkingen van klager en zo is het hele proces in lijn met de geldende Gedragsregels verlopen. Dat klager onvoldoende serieus is genomen, is dan ook niet waar.
Beklaagde is gedurende het gehele proces van opstellen van het rapport nauwkeurig en zorgvuldig
te werk gegaan. Daarbij is het conceptrapport – in lijn met de transparantie- en communicatievereisten
– aan beide partijen voorgelegd om eventuele onjuistheden of interpretatiefouten te corrigeren.
De werkzaamheden zijn zorgvuldig uitgevoerd. Klager stelt dat bepaalde zaken niet goed zijn uitgevoerd of niet zijn meegenomen in het rapport, zoals het inregelen van de installatie. Beklaagde heeft in het definitieve rapport duidelijk gemaakt dat volledige herinregeling van de installatie niet nodig was, zodat slechts een toelichting hieromtrent in het rapport is opgenomen. Ook deze beoordeling is zorgvuldig en discreet uitgevoerd met als doel een nauwkeurige en verantwoorde afhandeling van de opdracht.
Geen intimidatie
De deskundige van beklaagde heeft -geheel in lijn met de kernwaarde onafhankelijkheid – aangegeven zich nimmer door partijen te laten intimideren en daarbij aangegeven de inspectie te staken wanneer intimidatie zou voortduren. Er was geen aanleiding om deze opmerking in het rapport op te nemen, aangezien de inspectie zonder verdere incidenten werd voortgezet.
Geen procedurele fouten en partijdigheid
Klager suggereert dat sprake is van procedurele fouten en partijdigheid, maar deze beweringen worden door niets ondersteund. Alle acties en beslissingen gedurende het proces zijn in nauw overleg met beide partijen genomen. Bovendien heeft beklaagde de opdrachtgever en partijen steeds tijdig geïnformeerd over de voortgang en inhoud van de opdracht. Daarnaast was het proces transparant en nauwkeurig, zoals vereist door de gedragsregels.
In tegenstelling tot wat klager beweert, is er nagenoeg geen verschil in de raming van de herstelkosten tussen het concept- en het definitieve rapport. Het verschil bestaat uit kleine aanpassingen op basis van de ontvangen reacties. Er is geen sprake van een substantieel verschil dat zou wijzen op onjuist of onzorgvuldig handelen.
Samengevat heeft beklaagde bij het opstellen van de rapporten op alle momenten met de grootst mogelijke zorgvuldigheid, objectiviteit en professionaliteit.
De conclusie is dan ook dat de ingediend klacht moet worden afgewezen.
Tijdens de mondelinge behandeling is namens beklaagde benadrukt dat door de medewerkers van beklaagde volledig conform de in de branche geldende procedures is gehandeld. De medewerker die de opleveringsinspectie heeft uitgevoerd verstaat zijn vak uitstekend en is van onberispelijk gedrag. Namens beklaagde is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid, objectiviteit en professionaliteit in de lijn met de gedragsregels gehandeld.
Wat betreft de problemen ten aanzien van de meterkast wordt opgemerkt dat hier nu voor het eerst kennis van wordt genomen van de zijde van beklaagde. Dit valt buiten de zittingstukken, zodat het erg lastig is hierop te reageren. Bovendien valt behandeling van een dergelijk inhoudelijk punt buiten de reikwijdte van het beoordelingskader, namelijk het bepalen of gedragsregels zijn geschonden.
Beoordeling van de klacht
Ingevolge artikel 3. 1. van haar reglement heeft de commissie tot taak het behandelen van klachten over het handelen en/of nalaten van een beklaagde ten tijde van diens NIVRE-registratie of inschrijving in de Kamer van het NIVRE, dat mogelijk in strijd is met de gedragscode en/of Statuten en/of Reglementen van het NIVRE en/of met hetgeen overigens bij een goede beroepsuitoefening door de beklaagde betamelijk is. De commissie doet dit door een uitspraak te doen.
Voorop gesteld wordt dat een expert dient te handelen conform de Gedragsregels, de Statuten en Reglementen van het NIVRE, alsmede conform al hetgeen overigens bij een goede beroepsuitoefening betamelijk is. Zo dient men zich te gedragen, zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend expert betaamt, waarbij men dient te voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid, professionaliteit, integriteit en collegialiteit, zoals nader omschreven in de gedragsregels van het NIVRE.
Deze gedragsregels zijn bedoeld, zo blijkt uit de inleiding daarvan, als een norm voor de verwachtingen die mensen hebben over het gedrag en de intentie van een NIVRE-geregistreerde. Het inhoudelijke werk van een expert staat in beginsel niet ter beoordeling van de commissie. Inhoudelijke geschillen, zoals die over de hoogte van een vergoeding voor geleden schade, dienen langs daartoe geëigende wegen beslecht te worden. Slechts indien en voor zover een expert een inhoudelijk standpunt heeft betrokken dat redelijkerwijze niet verdedigbaar is, kan dat strijd opleveren met de gedragsregels en tot een gegrondverklaring en/of tot een eventuele tuchtrechtelijke veroordeling leiden. Daarbij dienen alle omstandigheden van het geval betrokken te worden waardoor het mogelijk is dat, ook indien men achteraf/objectief gezien een (inhoudelijke) fout heeft gemaakt, daar niet automatisch uit volgt dat men tevens klachtwaardig gehandeld heeft.
Beklaagde is als Kamerbureau NIVRE geregistreerd en in die hoedanigheid als beklaagde aan te merken.
De door klager neergelegde klachten hebben betrekking op in hoofdzaak het door beklaagde beperken van de opdracht tot louter een technische opleverkeuring, partijdigheid van beklaagde, het niet correct vastleggen van bepaalde oplevergebreken, onprofessioneel handelen door beklaagde, het niet vastleggen van intimidatie door de aannemer en fouten begaan in de opleverprocedure.
De commissie beoordeelt met inachtneming van de gedragsregels de door klager ingediende klacht als volgt, waarbij zij de door partijen ingediende stukken meeneemt, maar ook hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht laat meewegen. Ter zitting heeft beklaagde aangegeven dat hij goed en zorgvuldig onderzoek heeft verricht, terwijl klager zowel op de inhoud als op grond van het handelen bij de opleverinspectie veel meer van de beklaagde had verwacht. Klager heeft de houding van beklaagde als partijdig en zijn handelen als onprofessioneel ervaren.
Uit de presentatie ter zitting maakt de commissie voorts op dat partijen een verschillende lezing hebben voor wat betreft de opdracht die beklaagde van de rechter heeft gekregen. Zo geeft klager aan dat het inspectierapport enkel ziet op een technische opleverkeuring, waarin sprake is van een beperkte opname van oplevergebreken en geen oordeel is gegeven over meer- en minderwerk, zodat het niet voldoet aan de eisen die de rechter aan de rapportage heeft gesteld. Beklaagde daarentegen is van oordeel dat juist aan de opdracht van de rechter is voldaan.
Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling door de Voorzieningenrechter van de rechtbank Midden Nederland vermeldt ten aanzien van de opdracht aan beklaagde onder punt 6 en 7 het volgende:
‘6. Op een nader overeen te stemmen moment in januari 2024 zal de oplevering van de woning plaatsvinden waarbij een door partijen aanwezige bouwkundige zal worden aangesteld. Partijen zullen ook aanwezig zijn bij deze oplevering.
7. De deskundige zal eventuele oplevergebreken vaststellen en de herstelkosten begroten. Na afloop hiervan zal het bedrag van € 7.500,00 aan de aannemer worden uitgekeerd verminderd met de door de deskundige vastgestelde oplevergebreken.’
Gelet op het voorgaande stelt de commissie vast dat binnen de opdracht van beklaagde niet valt het weergave van meer- en minderwerk. De opdracht beperkt zich tot het vaststellen van oplevergebreken en het begroten van de herstelkosten. De taak van de commissie is hier te beoordelen of beklaagde daarbij conform de gedragsregels heeft gehandeld, oftewel zorgvuldig, objectief en professioneel. Wanneer beklaagde hieraan niet heeft voldaan, kan sprake zijn van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Zoals hiervoor reeds aangegeven, zal de commissie niet oordelen over de inhoud van het opleverrapport, temeer de inhoud daarvan is vastgesteld in de vorm van een Bindend Advies en daarmee inmiddels onaantastbaar is geworden.
Dat beklaagde partijdig heeft gehandeld en daarmee niet objectief, is de commissie niet gebleken. Als voorbeeld daarbij heeft klager een opmerking van beklaagde op pagina 11 van het definitieve rapport genoemd. Weliswaar had beklaagde opmerkingen van partijen duidelijker kunnen formuleren, maar beklaagde heeft bij verweer voldoende toegelicht hoe genoemde opmerking dient te worden geïnterpreteerd. Onvoldoende is gebleken dat beklaagde hier partijdig zou hebben gehandeld.
Dat de opdracht inzake de opleveringskeuring niet is uitgevoerd zoals door de rechter is beoogd, is de commissie niet gebleken, zoals hiervoor reeds is uiteengezet.
Ten aanzien van het verwijt van het niet correct vastleggen van oplevergebreken oordeelt de commissie als volgt. De commissie constateert dat partijen op dit punt blijkbaar een verschillende verwachting hebben ten aanzien van hetgeen vermelding behoefde in de opleverrapportage, het bindend advies.
Klager, zo meent de commissie uit zijn standpunt op te maken, verwachtte dat alle aanvankelijk door de aannemer geoffreerde werkzaamheden beoordeeld zouden worden, gebreken daarin door de deskundige zouden worden benoemd, aangevuld met alle door klager aangedragen punten. Het rapport bevat op een aantal punten, niet een beoordeling van de geoffreerde en uitgevoerde werkzaamheden, maar ook een wijziging in deze werkzaamheden, zoals ten aanzien van het dak vanwege een gekozen ander type heatpipe. Dat klager daaromtrent een toelichting had gewild en een uitspraak over minderwerk kan de commissie zich voorstellen, maar de rechter heeft uitspraak gedaan over het meer- en minderwerk. Ook bleken de dakwerkzaamheden zoals oorspronkelijk gedacht niet nodig. Wat betreft de wens om toelichting temeer nu klager zich een leek voelde, zou het in dat geval in de rede gelegen hebben hierover met de rechtsbijstand in overleg te treden hoe de gewenste verheldering kan worden verkregen, temeer nu beklaagde heeft gesteld dat uitleg en inregeling van installaties in het kader van de van de rechter verkregen opdracht niet tot zijn taak behoorde. Nu de correspondentie steeds via de rechtsbijstand is verlopen, had deze de vraag in de conceptfase van de rapportage op kunnen werpen of dit binnen de reikwijdte van de opdracht van de deskundige valt.
De reden dat de deskundige niet in de rapportage heeft vastgelegd dat de aannemer intimiderend gedrag heeft vertoond bij de opleverinspectie, heeft de deskundige in het verweerschrift naar het oordeel van de commissie afdoende toegelicht. Dat dit gedrag de verdere inspectie naar het gevoel van klager heeft beïnvloed, is een subjectief gevoelen bij klager, waarin de commissie niet kan treden. Aldus kan de commissie hier niet concluderen dat door de deskundige niet professioneel is gehandeld.
De commissie ziet niet in dat de deskundige onprofessioneel zou hebben gehandeld op een aantal door klager aangedragen punten en dat in een enkel geval sprake is van verkeerde interpretatie van door klager aangedragen punten. Uiteraard is schilderwerk kitwerk noemen niet handig, maar dat levert op zich geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op.
Wat betreft het niet constateren van de aflevergebreken ten aanzien van de meterkast, de verbroken zegel en montage over de aardedraad, vraagt de commissie zich af in hoeverre deze gebreken duidelijk zichtbaar moeten zijn geweest. De bijgevoegde nota van 20 april 2024 betreffende ‘nalopen/inspecteren elektra biedt op dit punt geen verheldering.
Tenslotte klaagt klager over fouten begaan in de procedure. Dat de correspondentie via zijn vertegenwoordiger verliep, vond klager op zijn minst niet wenselijk, maar dat is naar het oordeel van de commissie gebruikelijk bij een gerechtelijke procedure.
Wat klager vooral is opgevallen in de rapportage van de deskundige is dat de deskundige niet wilde afwijken van het concept-rapport, omdat het rapport anders, aldus de interpretatie van klager, als ongeloofwaardig, niet professioneel en niet onafhankelijk zou worden bestempeld. De commissie signaleert dat beklaagde zich op sommige punten misschien wat coöperatiever jegens klager op had kunnen stellen, maar dat laat onverlet dat de commissie daarin geen aanleiding ziet om te concluderen dat de beklaagde de gedragsregels daarmee heeft geschonden.
De enkele constatering dat partijen een verschillend standpunt bezigen ten aanzien van oplevergebreken, levert geen schending van de gedragsregels op, zeker niet nu de beklaagde motiveert waarom hij bepaalde keuzes heeft gemaakt. Dit betreft vooral een verschil van inzicht ten aanzien van de inhoud van de zaak levert hier geen schending van NIVRE gedragsregels op. Dit is met name een inhoudelijke discussie waarvoor deze tuchtprocedure zich niet leent.
De conclusie van de commissie luidt, dat hoewel de rapportage soms wat eenduidiger had kunnen opgesteld, dat niet gezegd kan worden dat hier tuchtrechtelijk verwijtbaar is gehandeld door beklaagde. Dit is naar het oordeel van de commissie onvoldoende gebleken.
De commissie komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat beklaagde niet in strijd met de NIVRE Gedragsregels heeft gehandeld en verklaart de klacht van klager ongegrond.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond.
aldus beslist door de Tuchtcommissie NIVRE, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. H.M. van Velsen en mevrouw J.M.A. van Haren, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 20 maart 2025.