Consument zegt telecomcontract op binnen verlengde bedenktijd: klacht gegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 228124/233412

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument sloot op 22 september 2021 een telecomcontract af, maar wilde dit op 28 november 2021 ontbinden. De ondernemer vond dat dit te laat was en bracht kosten in rekening. Volgens de wet moet een ondernemer bij een overeenkomst op afstand een speciaal formulier geven voor ontbinding. Dat was hier niet gebeurd, waardoor de bedenktijd automatisch werd verlengd tot maximaal 12 maanden. De commissie oordeelde dat de consument op tijd was met het opzeggen van het contract en dat de ondernemer alle geïncasseerde bedragen moet terugbetalen. Ook krijgt de consument € 50 terug voor het klachtengeld. De klacht is gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de consument binnen de wettelijke bedenktermijn de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft opgezegd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is een discussie met de ondernemer of de bedenktermijn van 14 dagen al voorbij was op het moment dat de consument daar een beroep op gedaan heeft. Op 22 september 2021 heeft zij zich aangemeld voor een zogenaamd All-in-One-Start pakket met een contractduur van één jaar. De aansluiting daarvan is uiteindelijk pas in juni 2023 geweest.

Op 28 november 2021 heeft de consument de ondernemer bericht de overeenkomst te willen ontbinden. De ondernemer zegt dat is buiten de 14 dagen termijn.

Naar de mening van de consument stelt de ondernemer zich ten onrechte op het standpunt dat de bedenktermijn al was verstreken op het moment dat de consument voor het eerst kenbaar heeft gemaakt de overeenkomst te willen ontbinden.

Artikel 6:230m lid 1 sub h bepaalt het volgende:
“wanneer een recht van ontbinding van de overeenkomst bestaat, de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van dat recht overeenkomstig artikel 230o, alsmede het modelformulier voor ontbinding opgenomen in bijlage I, deel B, van de richtlijn;”.

Aan de consument is nooit het modelformulier voor ontbinding opgenomen in bijlage I, deel B, van de richtlijn ter hand is gesteld.

Artikel 6:230o lid 2 bepaalt dat wanneer daar niet aan is voldaan de termijn van 14 dagen wordt verlengd met de tijd die is verstreken vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst is gesloten tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de consument zijn verstrekt, doch met ten hoogste twaalf maanden.

De bedenktermijn door het ontbreken van het hiervoor genoemde formulier is verlengd met 12 maanden. De consument was dan ook ruimschoots op tijd met de ontbinding van de overeenkomst.

Verder verwijst de consument naar een uitspraak van de geschillencommissie met referentiecode 105820. Hieruit blijkt dat de bedenktermijn voor het geval die niet 12 maanden zou zijn ook pas gaat lopen op het moment dat de hardware door de consument is ontvangen. Dat was in mei althans 9 juni 2023. Zij heeft de overeenkomst al voor deze datum ontbonden dus was zij wel op tijd om binnen de wettelijke bedenktermijn de overeenkomst te ontbinden.

Ten onrechte heeft de ondernemer dan ook facturen bij de consument in rekening gebracht. De ondernemer wordt dan ook verzocht al hetgeen hij reeds van de consument geïncasseerd heeft te storneren. Zij zal uiteraard op haar beurt moeten zorgdragen voor het terugsturen van de hardware.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Indien geen verweer wordt gevoerd, zoals in dit geval, wordt de vordering toegewezen tenzij de commissie deze onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Nu naar niet weersproken vaststaat dat sprake is van een overeenkomst op afstand en niet voldaan is aan de eis van artikel 6:230m lid 1 sub h Burgerlijk Wetboek om het daar bedoelde formulier aan de consument te overhandigen, is de termijn verlengd met ten hoogste 12 maanden. Nu de overeenkomst is aangegaan op 22 september 2021 en opgezegd op 28 november 2021 vond de opzegging plaats binnen de verlengde termijn. Bovendien is de woning van de consument eerst in juni 2023 aan de glasvezelkabel aangesloten zodat niet gesproken kan worden van kostbare voorbereidingen aan de kant van de ondernemer gedurende de verlengde opzegtermijn. Er is dan ook geen sprake van onrechtmatig- of ongegrondheid. Toegewezen zal worden dat de ondernemer aan de consument alle geïncasseerde bedragen dient te storneren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. In die situatie dient de ondernemer ook het klachtengeld aan de consument te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient aan de consument alle geïncasseerde bedragen te storneren.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,00 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer J. Schouten en mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 8 februari 2024.

 

 

Opslaan als PDF