Aan vordering van ondernemer ten grondslag liggende overeenkomst niet tot stand gekomen. Ondernemer maakt ten onrechte aanspraak op annuleringskosten.

  • Home >>
  • Wonen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Wonen    Categorie: Annulering    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 62496-1

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een volgens de ondernemer op 18 juni 2010 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, waarbij de ondernemer zich zou hebben verplicht tot het leveren van, samengevat, een keuken met apparatuur tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 13.000,–. De levering vond niet plaats.   De consument heeft een bedrag van € 600,– bij de commissie gedeponeerd. Blijkens hun brieven van 29 november en 6 december 2011 zijn partijen nadrukkelijk overeengekomen dat een depotbedrag van € 600,– volstaat, maar dat de consument het restant rechtstreeks aan de ondernemer zal voldoen als hij in het ongelijk mocht worden gesteld.   De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 18 juni 2010 heeft de consument een voorlopig koopcontract getekend voor een voor € 13.000,–geoffreerde keuken. Enkele dagen later werden er vijf apparaten uitgezocht die al in de offerte waren opgenomen, maar toen het definitieve koopcontract werd opgesteld bleek dat de ondernemer niet meer voor € 13.000,– kan leveren. De nieuwe prijs zou € 14.500,– worden, maar de consument kan de meerprijs niet accepteren en heeft aangegeven dat hij de keuken niet afneemt omdat er niet voor de afgesproken € 13.000,– geleverd kan worden. De ondernemer heeft ten onrechte aangegeven dat het voorlopige koopcontract van 18 augustus 2010 definitief is geworden. De deurwaarder heeft de consument namens de ondernemer gesommeerd € 4.530,04 te betalen, maar de consument had al aangegeven dat hij ervan afziet en dat het voorlopige koopcontract is ontbonden.   De consument verlangt dat hij het voorlopig koopcontract kosteloos mag ontbinden, zoals hij mondeling al heeft gedaan.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 18 juni 2010 heeft de consument een geldige overeenkomst gesloten met een ontbindende voorwaarde, die al is verlopen en waarop de consument zich ook niet heeft beroepen. Bij de aankoop is namens de ondernemer niet toegezegd dat de prijs van € 13.000,– vaststaat omdat het een actie betrof en het een meer- of minderprijs zou kunnen worden. De opstelling in de showroom had een waarde van € 14.500,– en de consument gaf aan deze voor € 13.000,– te willen kopen. Daarop is namens de ondernemer aangegeven dat het op € 13.000,– kan uitkomen door een aantal aanpassingen, zoals andere apparaten en een ander werkblad. Door de consument uitgezochte apparatuur leidde er echter toe dat de prijs hoger uitviel, waarna de consument vervolgens boos werd en niet meer tot een oplossing wilde komen. De consument moet de annuleringskosten van € 3.900,– voldoen.   Beoordeling van het geschil   De commissie overweegt het volgende.   In hoeverre de ondernemer aangetekende brieven heeft gestuurd die de consument nooit heeft ontvangen, behoeft geen bespreking. Partijen stellen ook niet welke gevolgen zij hieraan verbinden, terwijl niet aannemelijk is dat dit twistpunt van invloed is op het onderhavige annuleringsdebat en de partijstandpunten hierin.   Blijkens de namens hem op 26 juli 2011 verzonden sommatiebrief heeft de ondernemer eerder aanspraak gemaakt op betaling door de consument van € 3.900,– aan hoofdsom, € 600,– aan buitengerechtelijke kosten, € 24,14 aan tot en met 26 juli 2011 verschenen rente en € 5,90 aan overige kosten, te vermeerderen met rente vanaf 26 juli 2011. Of al deze bedragen toewijsbaar zijn kan onbesproken blijven, nu de ondernemer blijkens zijn verweerschrift van 23 januari 2012 uiteindelijk nog verlangt dat de consument € 3.900,– aan annuleringskosten zal betalen.   De ondernemer grondt deze vordering op de voor € 13.000,– gesloten koopovereenkomst en het daarbij overeengekomen annuleringskostenbeding. De consument heeft op 18 juni 2010 inderdaad een contract ondertekend, maar partijen hadden toen (nog) geen overeenstemming bereikt over de vraag welke (keuken)zaken precies tegen welke prijs werden gekocht. Dit volgt uit het door de ondernemer zelf verwoorde standpunt, terwijl het ingebrachte contract met als genoemde richtprijs “13.000,-” geen reden vormt voor een andersluidend oordeel. Voorzover toen volgens de ondernemer is besproken dat de uiteindelijke prijs nog wordt beïnvloed door (keuken)zaken die de consument nader zal moeten uitzoeken, bevestigt dit dat partijen nog geen overeenstemming hadden bereikt over de vraag welke (keuken)zaken precies tegen welke prijs werden gekocht en dat zij daarover toen nog in bespreking en/of onderhandeling waren. Niet gebleken is dat partijen hierover na 18 juni 2010 alsnog overeenstemming hebben bereikt.   Nu heeft te gelden dat de door de ondernemer aan zijn vordering ten grondslag gelegde overeenkomst niet is totstandgekomen, is zijn op de annulering daarvan gebaseerde vordering niet toewijsbaar en maakt hij ten onrechte aanspraak op annuleringskosten. De commissie zal bepalen dat de volgens de ondernemer op 18 juni 2010 gesloten overeenkomst niet is totstandgekomen en de door de ondernemer verlangde annuleringskosten niet zijn verschuldigd. De commissie oordeelt dat ter beëindiging van het geschil ook redelijk en billijk.   Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de klacht gegrond is. Daarom dient de ondernemer het betaalde klachtengeld aan de consument te vergoeden en een vastgestelde bijdrage in de behandelingskosten te betalen. De commissie zal bepalen dat het in depot gestorte bedrag aan de consument wordt terugbetaald.   De commissie beslist als volgt.   Beslissing   De commissie bepaalt dat de volgens de ondernemer op 18 juni 2010 gesloten overeenkomst tussen partijen niet is totstandgekomen en dat de consument de door de ondernemer verlangde annuleringskosten niet is verschuldigd.   Bovendien betaalt de ondernemer overeenkomstig het Reglement van de commissie aan de consument een bedrag van € 125,– wegens betaald klachtengeld.   Overeenkomstig het Reglement is de ondernemer als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil aan de commissie een bedrag verschuldigd van € 600,–.   De commissie bepaalt dat € 600,– vanuit het depot aan de consument wordt gerestitueerd.   De commissie wijst het meer of anders door de consument verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Wonen op 15 februari 2012.