Aanbod na aanhangig maken klacht. ondernemer hanteerde in eerste instantie een ojuiste berekening. Aanbod na aanhangig maken klacht bindend opgelegd.

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Aanbod    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ELE01-0092

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 20 september 2000 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer verplichtte zich daarbij tot het repareren van een op 9 augustus 1997 voor ƒ 649,– gekocht televisietoestel tegen een daarvoor door de consument te betalen eigen risico van ƒ 25,–.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Tijdens de reparatie krachtens garantie die vanaf 20 september 2000 16 weken zou duren, kregen wij een vies leentoestel zonder teletekst en waarop niet alle essentiële zenders konden worden ontvangen. Gedurende die 16 weken liet de ondernemer niets van zich horen en werd onverschillig gereageerd op onze telefoontjes. Toen het toestel op 9 januari 2001 terug kwam, ging het na een dag weer stuk en ging het weer voor reparatie naar de ondernemer. Overeenkomstig de garantiebepalingen willen we ƒ 65,– bijbetalen voor een nieuw vergelijkbaar televisietoestel nu het toestel een maand na de tweejaarstermijn kapot ging, plus schadevergoeding voor de door de ondernemer veroorzaakte ellende. Wij hebben nu nog steeds geen nieuw toestel en hebben nog steeds het leentoestel van de ondernemer.   De consument verlangt thans, na wijziging van het verzoek ter zitting, ontbinding van de overeenkomst, betaling van ƒ 649,– door de ondernemer en wil niets meer met de ondernemer te maken hebben.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   We hebben aangeboden een vergelijkbaar toestel te leveren tegen (bij)betaling van ƒ 250,– door de consument. Omdat daarbij toen een rekenfout is gemaakt, bieden we nu aan een vergelijkbaar toestel te leveren tegen (bij)betaling van ƒ 154,80 door de consument. Het leentoestel is gratis verstrekt. De vraag naar schadevergoeding in contanten kunnen wij echter niet honoreren.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De tussen partijen overeengekomen algemene voorwaarden bevatten onder meer de navolgende, toepasselijke garantiebepaling: “Schadevergoeding vindt uitsluitend plaats in natura en alleen voor apparaten, die bij aankoop nieuw waren. (…) indien bij schade de reparatiekosten te hoog zijn in verhouding tot de dagwaarde, krijgt u van [uw dealer] een soortgelijk nieuw apparaat, met dien verstande, dat van u – indien het apparaat ouder is dan twee jaar – een bijdrage wordt gevraagd van 10% van de oorspronkelijke aanschafprijs van het te vervangen apparaat voor elk jaar of een gedeelte daarvan dat u het apparaat langer dan twee jaar bezit”. Tussen partijen staat dat bij de schade aan het onderhavige toestel, de reparatiekosten van ongeveer ƒ 595,–, te hoog zijn in verhouding tot de dagwaarde. Niet in geschil is voorts dat de ondernemer een soortgelijk nieuw apparaat aan de consument dient te leveren. Partijen twistten aanvankelijk over de vergoeding die de consument op grond van die bepaling moet (bij)betalen.   Waar de koopovereenkomst op 9 augustus 1997 tussen partijen werd gesloten en het gekochte televisietoestel blijkens de stukken ook op diezelfde datum aan de consument werd geleverd, heeft 9 augustus 1997 in dit geval te gelden als de aanvangsdatum voor de berekening van termijnen op grond van de voornoemde garantiebepaling. Een redelijke uitleg van die bepaling brengt mee dat voor de termijnbepaling slechts beslissend kan zijn de ouderdom van het apparaat op het moment dat de schade intrad en aan de ondernemer werd gemeld. Waar dat moment in dit geval is te herleiden tot 20 september 2000 en derhalve is gelegen kort na het derde jaar, is de consument ingevolge die bepaling een bijdrage van 20% van de oorspronkelijke aanschafprijs verschuldigd aan de ondernemer. In het licht van de overige algemene voorwaarden is de daarop gebaseerde (in deze procedure gepresenteerde) berekening van de ondernemer juist en dient de ondernemer een vergelijkbaar toestel te leveren aan de consument tegen (bij)betaling van ƒ 154,80 door de consument.   Waar de ondernemer echter voorafgaand aan deze procedure een onjuiste berekening hanteerde en de consument reeds daarom het geschil bij de commissie terecht aanhangig maakte, wordt de klacht gegrond geoordeeld. Beslist wordt evenwel overeenkomstig het in deze procedure door de ondernemer gedane aanbod. Ook het door de consument ingenomen standpunt is onjuist en het wordt redelijk en billijk geoordeeld dat de consument met dat uiteindelijk aanbod van de ondernemer genoegen neemt. Dat volgt ook uit de toepasselijke voorwaarden. Nu bovendien voor immateriële schadevergoeding geen grondslag gebleken is, wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod om aan de consument een vergelijkbaar toestel te leveren tegen (bij)betaling van ƒ 154,80 door de consument.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van 6 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.   Wijst het meer of anders verlangde af.   Omdat de klacht gegrond wordt geoordeeld betaalt de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de consument een bedrag van ¦ 100,– terzake klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van ƒ 100,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 26 november 2001.