Afschrijvingsrichtlijnen brancheorganisatie niet steeds op dezelfde wijze toegepast. Kosteloze reparatie, mede omdat wasmachine niet aan overeenkomst beantwoordt.

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Reparatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ELE07-0140

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil 

Op grond van een op 1 augustus 2003 gesloten koopovereenkomst kocht de consument van de ondernemer een wasmachine tegen een verschuldigde prijs van € 626,– inclusief bezorgservice en verwijderingsbijdrage. Bij de op 13 december 2007 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst verplichtte de ondernemer zich tot het repareren van die wasmachine tegen de daarvoor door de consument na protest betaalde prijs van € 223,75.

De consument had de klacht al eerder – op 28 november 2007 – voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Alhoewel de ondernemer bij het sluiten van de koopovereenkomst heeft toegezegd dat de wasmachine 10 jaar meegaat, centrifugeerde het al niet meer op 1000 en op 1400 toeren. De wasmachine blijkt niet de eigenschappen te bezitten die voor een normaal gebruik nodig zijn.   De consument verlangt terugbetaling van de voor reparatie betaalde € 223,75.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Gelet op de ouderdom van de wasmachine en de gemiddelde gebruiksduur daarvan mag de consument maximaal € 311,86 bijdragen in de reparatiekosten. Gelet op het door hem betaalde bedrag is er geen aanleiding de consument tegemoet te komen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De ondernemer weerspreekt niet uitdrukkelijk en gemotiveerd dat de destijds gekochte wasmachine niet aan de koopovereenkomst beantwoordt en dat nu moet worden vastgesteld dat het niet de eigenschappen bezat die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. De ondernemer ontkent met name niet dat de consument de onderhavige reparatie gelet op de koopovereenkomst eigenlijk nog niet behoefde te verwachten. Ter zitting wordt namens de ondernemer zelfs aangegeven dat een printplaatgebrek zoals hier vastgesteld normaal gesproken niet kan voorkomen, zeker niet in een geval als het onderhavige waarbij geen sprake was van onzorgvuldig gebruik.   De ondernemer stelt zich echter desondanks op het standpunt dat de consument de voor de reparatie betaalde prijs van € 223,75 volledig moet dragen.   De ondernemer stelt zich op het standpunt dat de consument voor de reparatie een bedrag moet (bij)betalen. De ondernemer beroept zich daartoe in het bijzonder op zogenoemde [branche-richtlijnen] met tabellen die aan de hand van onder meer de gemiddelde gebruiksduur van producten een hulpmiddel willen bieden voor de berekening van een door de ondernemer aan een klant in rekening te brengen bijdrage voor reparatiekosten. Er blijkt echter niet op welke rechtsgrond de consument daaraan gebonden zou zijn en waarom die richtlijnen aan de consument zouden mogen worden tegengeworpen. Een verbintenis tot naleving van dergelijke richtlijnen kan niet alleen op basis van redelijkheid en billijkheid ontstaan. Niet is echter gesteld of gebleken wat de wettelijke of de contractuele basis voor een dergelijke verbintenis van de consument zou (kunnen) zijn. Zo volgt uit de door partijen gesloten overeenkomst en de daarbij overeengekomen voorwaarden bijvoorbeeld niet dat de toepasselijkheid van de bedoelde richtlijnen werd overeengekomen. Ook is niet gesteld of gebleken dat de toepassing van dergelijke richtlijnen binnen de onderhavige branche algemeen is aanvaard of bekend zou moeten worden verondersteld. De bedoelde richtlijnen blijken in de praktijk bovendien niet steeds op eenzelfde wijze te worden toegepast. Zo wordt bijvoorbeeld de ene keer op basis van een volgens die richtlijnen berekend breukdeel steeds een (deel)bijdrage in de totale reparatiekosten van de klant verlangd, terwijl een andere keer de volledige reparatiekosten van de klant worden verlangd tot een maximumbedrag is bereikt dat is berekend door een volgens die richtlijnen berekend breukdeel af te zetten tegen de oorspronkelijk betaalde aankoopprijs. Ook combinaties van de beide voornoemde toepassingen blijken voor te komen, terwijl de concrete opstelling van een fabrikant of leverancier in een concreet geval ook nog wel eens tot weer een volstrekt andere variant blijkt te kunnen leiden.   Gelet op het voorgaande en omdat de consument de tekortkomingen op grond van de overeenkomst (nog) niet behoefde te verwachten en blijkt dat de destijds afgeleverde wasmachine niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan de consument in beginsel de verlangde reparatie eisen zonder dat de kosten daarvan aan hem in rekening worden gebracht. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die meebrengen dat kosteloze reparatie in dit geval niet van de ondernemer mag worden gevergd. Dit brengt mee dat de door de consument verzochte terugbetaling van € 223,75 zal worden toegewezen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Nu de klacht gegrond wordt bevonden wordt tevens bepaald dat de ondernemer aan de consument het betaalde klachtengeld moet vergoeden en dat de ondernemer als bijdrage in de kosten van behandeling van het geschil een door de Stichting Geschillencommissies voor consumentenzaken vastgesteld bedrag aan de commissie betaalt.   Gelet op het voorgaande behoeven de overige geschilpunten geen bespreking meer.   Daarom wordt als volgt beslist.    Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een bedrag van € 223,75 (terug). Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Bovendien betaalt de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de consument een bedrag van € 75,– ter zake klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 75,–.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 14 april 2008.