Ambulancevervoer bij vermoeden van delirium terecht uitgevoerd

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Ambulancezorg    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1192698/1310442

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt klaagde over hoe de ambulance en politie met hem omgingen nadat hij dronken was gevallen bij het sleutelen aan zijn brommer. Hij zegt dat hij tegen zijn wil is meegenomen, hard is behandeld en dat zijn duim daarna blijvend gevoelloos is geworden. De ambulancezorg zegt dat de man erg agressief en verward was en dat zij volgens de regels hebben gewerkt. De commissie vindt dat de ambulancemedewerkers juist hebben gehandeld volgens het protocol en dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de handboeien van de politie. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en krijgt de cliënt geen schadevergoeding.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

RAV Haaglanden, gevestigd te Nootdorp
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het handelen van de ambulancemedewerkers.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Op 19 maart 2025 was cliënt enigszins aangeschoten bezig achter het huis met het afstellen van een
brommerkoplamp. Hierbij verloor cliënt het evenwicht en bleef op de grond liggen. Politie en ambulance kwamen ter plaatse. Cliënt gaf aan met rust gelaten te willen worden, maar werd toch tegen zijn wil meegenomen. Cliënt geeft toe dat hij tijdens het incident grove bewoordingen gebruikte. De politie is op cliënt gesprongen, wat leidde tot het breken van ribben (cliënt had al een ribblessure). Cliënt werd platgespoten, zijn jas werd kapot geknipt, en er werden naalden in zijn arm gestoken, wat resulteerde in een grote
bloeduitstorting. De duim van zijn rechterhand is na dit incident gevoelloos door een afgeknelde zenuw, vermoedelijk door de handboeien die te strak vastzaten.

Cliënt werd om 03.00 uur wakker in het ziekenhuis, vastgebonden, en mocht daarna het ziekenhuis zonder uitleg verlaten. Op de vraag hoe thuis te komen, werd geadviseerd een taxi te bellen. Cliënt is daarop
lopend naar huis gegaan van het ziekenhuis naar [woonplaats]. Onderweg bij
[plaatsnaam] stortte cliënt in, politie en ambulance kwamen opnieuw, en de ambulance bracht cliënt
uiteindelijk thuis. De ambulanceverpleegkundige stelde vast dat er medisch niets aan de hand was.

Cliënt heeft een rekening ontvangen van € 385,- voor de eigen bijdrage die hij voor het vervoer en de
ziekenhuisbehandeling zelf dient te betalen.
Cliënt vordert van de zorgaanbieder een schadevergoeding van € 25.000,- voor deze eigen bijdrage en vooral vanwege de blijvende gevoelloosheid van zijn duim.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Op 19 maart 2025 hoorden buren geschreeuw en zagen cliënt vallen met een scooter. De politie is daarop gewaarschuwd die cliënt aantrof onder de scooter. Daarop is de ambulance ingeroepen. De ambulanceverpleegkundige heeft geen contact met cliënt kunnen krijgen. Er was sprake van mogelijk drugsgebruik. Cliënt vertoonde een ernstig agressief gedrag: slaan, schoppen, schreeuwen en ongecontroleerde bewegingen. Met assistentie van de politie is cliënt in bedwang gehouden, geboeid en op een brancard gefixeerd en is aan hem een kalmerend middel en via een non-rebreathing masker zuurstof toegediend. Hij is vervolgens naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van verward gedrag/excited delirium.
Naar aanleiding van de klacht van cliënt is een intern onderzoek verricht waaruit is geconcludeerd dat door de ambulancemedewerkers conform het protocol is gehandeld.

De zorgaanbieder verzoekt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft te beoordelen of de ambulancedienst volgens de professionele standaard, zoals verwoord in het Landelijk Protocol Ambulancezorg (hierna: het Protocol), heeft gehandeld.

Op grond van het Protocol dient het ambulancepersoneel bij het uitvoeren van haar taak, naar gelang de aangetroffen situatie, bepaalde richtlijnen in acht te nemen. De vraag is of de ambulanceverpleegkundige, gezien de situatie waarin hij cliënt heeft aangetroffen en uitgaande van dat Protocol, anders had moeten handelen dan dat hij heeft gedaan.

Cliënt heeft ter zitting aangevoerd dat er helemaal geen reden is geweest om hem mee te nemen. Hij had wat aan zijn brommer gesleuteld en had wat gedronken. Omdat hij wilde zien of zijn licht het deed is hij met de brommer gevallen. Hij is een tijdje blijven liggen omdat hij wel lekker lag. Iedereen had hem met rust moeten laten. Doordat de handboeien te strak zijn aangebracht door de politie heeft hij een trauma aan zijn duim overgehouden. De zorgaanbieder had dit moeten zien. Pas in het ziekenhuis werden zijn blauwe handen opgemerkt. En omdat er niets aan de hand was is hij midden in de nacht weer op straat gezet.

De zorgaanbieder heeft ter zitting aangegeven dat er sprake is geweest van excessief verbaal geweld van cliënt. Cliënt is meegenomen op verdenking van excited delirium.

Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting heeft de commissie vastgesteld dat cliënt op
19 maart 2025 in verwarde toestand door de zorgaanbieder naar het ziekenhuis is vervoerd. Cliënt was op dat moment niet aanspreekbaar en het vermoeden was dat hij drugs had gebruikt. Vanwege agressief en verward gedrag is cliënt door de politie vastgebonden aan de brancard en is aan hem kalmerende medicatie toegediend.

Ingevolge artikel 453 van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard. Door cliënt naar het ziekenhuis te vervoeren heeft de ambulanceverpleegkundige naar het oordeel van de commissie gehandeld volgens deze professionele standaard.

Dat tijdens de ambulancerit de handen van cliënt – naar zijn zeggen – te strak waren vastgebonden, kan de ambulancedienst niet worden verweten. Immers de handboeien zijn door de aanwezige politieagenten omgedaan.

De klachten van cliënt zullen, gelet op het vorenstaande, ongegrond worden verklaard.

Cliënt heeft een schadevergoeding van € 25.000,- gevorderd. Nu er geen sprake is van onzorgvuldig handelen van de zijde van de zorgaanbieder wordt de vordering afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ambulancezorg, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer P. Haasbeek, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr.
W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 december 2025.

Opslaan als PDF