barst in televisiescherm niet veroorzaakt door gebrek van de televisie, maar door een oorzaak van buitenaf

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Ondeugdelijke levering / (non-)conformiteit    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 108630

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 22 oktober 2016 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Sony Smart TV (hierna: de televisie) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 495,–.  De levering heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2016, waarna de consument het zelf mee naar huis nam.
De consument heeft de klacht op 2 januari 2017 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het ter zitting toegelichte standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 2 januari 2017 constateerde de consument een van binnenuit ontstaan gebrek. Doordat het scherm stuk is, voldoet de televisie niet aan de gestelde eisen. Enkele dagen later sommeerde de consument de ondernemer tot herstel of vervanging van de televisie. Weer enkele dagen later bracht de consument de televisie naar de ondernemer en enkele weken nadien informeerde de ondernemer over het door een extern bedrijf verricht onderzoek, maar de consument heeft dat onderzoeksrapport niet ontvangen. Bij tweede aangetekende brief heeft de consument de overeenkomst toen op 25 januari 2017 ontbonden, maar de ondernemer heeft daarop niet gereageerd. Het gebrek doet zich binnen zes maanden na aankoop voor en de ondernemer bewijst niet onomstotelijk dat het gebrek op geen enkele wijze buiten de schuld van de gebruiker ontstaan kan zijn. Verder is de consument het oneens met de bewering van de ondernemer dat een gebroken of gebarsten scherm nooit onder garantie valt. Die garantie leidt tot een omgekeerde bewijslast en verplicht de ondernemer ook tot onomstotelijk bewijs dat het gebrek op geen enkele wijze buiten de schuld van de gebruiker ontstaan kan zijn, maar dat bewijs heeft de ondernemer niet geleverd. De ondernemer heeft geen schriftelijk rapport aan de consument toegestuurd. Ook bewijst de ondernemer niet dat de televisie bij aflevering wel aan de overeenkomst heeft beantwoord. Het verbaast de consument dat de ondernemer niet tot een kosteloos onderzoek wil overgaan omdat de bewijslast op de ondernemer rust. De televisie staat nog bij de ondernemer en de consument heeft inmiddels al een andere gekocht.
De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt schriftelijk aan de commissie kenbaar te maken. Blijkens door de consument gerelateerde correspondentie heeft de ondernemer tegenover de consument in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Uit door de consument aangeleverde foto’s bleek duidelijk dat er een ster in het scherm zit. Deze beschadiging komt alleen voor als er met een voorwerp tegen het scherm gestoten is of als het scherm gevallen is. Dit valt niet onder de garantie. Het rapport van de monteur ligt voor de consument ter inzage in de winkel. Als de consument de televisie zelf wil laten onderzoeken of een second opinion wil, kan de ondernemer het naar de fabrikant sturen voor een reparatie-onderzoek met een eventuele opgave van reparatiekosten. De consument moet dan wel vooraf € 65,– betalen voor de kosten van transport en onderzoek.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Dit rapport betreft: TV Sony, KDL-40W650

Klacht(en): Schermschade

Vaktechnisch oordeel: Scherm is beschadigd door voorwerp van buitenaf. Deze schade kan niet van binnenuit de TV zijn ontstaan.

Omvang van de geconstateerde gebreken: ernstig.

Herstel is technisch niet mogelijk. De enige optie is de televisie te vervangen door een nieuw toestel.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

Zoals de consument in zijn correspondentie doet, mag hij aan de ondernemer tegenwerpen dat de onderlinge rechtsverhouding tussen de ondernemer en de fabrikant hem niet aangaat en dat hij daar buiten wil blijven. Dit staat er echter niet aan in de weg dat de ondernemer zijn verbintenis tegenover de consument met de hulp van de fabrikant mag uitvoeren, waarbij de ondernemer dan voor gedragingen van (medewerkers van) de fabrikant op gelijke wijze als voor eigen gedragingen tegenover de consument aansprakelijk is.

Nu de afwijking zich binnen zes maanden na aflevering en binnen de garantietermijn openbaarde, wordt rechtens vermoed dat de televisie bij aflevering al niet aan de overeenkomst beantwoordde. De ondernemer beroept zich er echter op dat de aard van de afwijking zich hiertegen verzet doordat het door een aan de consument toerekenbare handelwijze -waarschijnlijk door stoten tegen en/of vallen van het scherm- is ontstaan. Waar de ondernemer zich hierop beroept maar de consument dat betwist, draagt de ondernemer de bewijslast en het bewijsrisico van die aan de consument verweten oorzaak. Hoewel de deskundige in zijn rapport het standpunt van de ondernemer onderschrijft, zal de commissie het uitgebrachte deskundigenrapport niet aan haar beslissing ten grondslag leggen. Daaruit blijkt voor de commissie niet welk onderzoek de deskundige concreet heeft verricht. Ook geeft de deskundige als vaktechnisch oordeel alleen zijn conclusie dat het scherm door een voorwerp van buitenaf is beschadigd en dat de schade niet van binnenuit kan zijn ontstaan, maar het rapport maakt niet inzichtelijk welke eigen waarnemingen en bevindingen de deskundige tot die conclusie hebben gebracht. Reeds omdat het rapport onvoldoende is gemotiveerd en niet voldoende navolgbaar is, zal de commissie een (nader) deskundigenbericht door een andere deskundige bepalen. Onder aanhouding van iedere verdere beslissing, beslist de commissie daarom als volgt.

Beslissing

De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een andere, nog aan te wijzen, deskundige.

De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- of aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één van) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.

De commissie houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 7 juni 2017.

Nader deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige W. heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Dit rapport betreft: Flatscreen, Sony, Type KDL40WD650, Serie nummer 6030529.

Klacht(en): Op 2 januari 2017 is er een gebrek van binnenuit ontstaan, met als gevolg een gebarsten scherm.

Vaktechnisch oordeel: Het vervolgonderzoek heeft bij de ondernemer plaatsgevonden. Onderzocht zijn de mogelijkheden hoe van binnenuit het scherm kan zijn gebarsten. Daartoe is het apparaat opengemaakt en gekeken wat er ter plaatse van het middelpunt van de ster (plaats van inslag) gebeurd kan zijn.
2 maanden en 1 week na plaatsing is de barst zichtbaar geworden of ontstaan. Apparaat is door de cliënt vervoerd en geïnstalleerd toen was er nog niets zichtbaar mis met het apparaat (de cliënt heeft er zonder klachten naar gekeken).
Het beeldscherm is opgebouwd uit meerdere lagen die aan elkaar verlijmd, gedampt of geperst zijn. De voorste laag (kijkkant) en de achterste laag een aluminiumplaat, dit is één geheel en kan niet uit
elkaar. Er omheen zit een plastic sierlijst. De aluminium achterste plaat is tevens de achterkant van het toestel. De aluminium achterkant is onbeschadigd, daar is niets mee gebeurd. De voorkant is een zacht flexibele laag ter bescherming en om het scherm schoon te kunnen houden. De ster met barsten zit in de glazen tussenlagen, via de zachte voorkant kan te veel druk op deze glazen laag uitgeoefend worden waardoor het zal barsten. Via de aluminium achterkant kan dat niet. Er zit niets in de lagen van het scherm dat zo’n punt belasting kan veroorzaken. In de achterkant zitten verschillende gaatjes van ongeveer 1 cm in doorsnee. Deze gaatjes zitten niet ter hoogte van de ster (het inslag punt waar de breuk begonnen is).
Zoals een foto toont, zijn er 2 gaatjes om te kunnen controleren of de lichtbron werkt, deze gaatjes zijn onbeschadigd. Ook zijn er 4 gefotografeerde gaatjes om het beeldscherm aan een muurbeugel te kunnen hangen. Als je daar een te lange schroef te vast in zou draaien zou je het scherm kunnen beschadigen maar bij dit toestel is de inschroef lengte mechanisch beperkt en al zou het wel schade veroorzaken dan zou de ster op die plaats ontstaan en dat is hier niet het geval. (Muurbeugels zijn niet toegepast.)
Conclusie: er zijn geen gebreken aan dit apparaat waardoor deze schade zou kunnen zijn ontstaan.
Aannemelijk is dat er na 2 maanden gebruik een kracht op de voorkant is uitgeoefend waar het beeldscherm niet tegen kon.

Herstel is technisch niet mogelijk. Kosten van reparatie zijn hoger dan aanschaf van een soortgelijk nieuw toestel.

De verdere beoordeling van het geschil

De commissie verwijst naar en volhardt bij het tussenarrest en overweegt in aanvulling daarop het navolgende.

In het commentaar dat de consument op rapport van deskundige W. geeft, ziet de commissie geen aanleiding om te twijfelen aan diens deskundigheid, professionele ervaring of de deugdelijkheid van diens verrichte onderzoek. Het rapport van deskundige W. is ook naar wijze van tot stand komen en naar inhoud in overeenstemming met de aan een onafhankelijk deskundigenrapport te stellen eisen.
De consument betoogt dat het rapport van deskundige W. niet onomstotelijk bewijst dat het gebrek op geen enkele wijze buiten de schuld van de gebruiker kan zijn ontstaan, maar hanteert daarmee een onjuiste maatstaf. De consument heeft de afwijking al na ruim twee maanden gemeld zodat het (in het tussenadvies vermelde) bewijsvermoeden (dat de televisie bij aflevering al niet aan de overeenkomst beantwoordde) kan opgaan, maar dat baat hem hier niet nu na het rapport van deskundige W. voor de commissie vast staat dat de afwijking het gevolg is van een zich na de aflevering voorgedane, aan de consument toe te rekenen, omstandigheid. De consument acht alternatieve oorzaken voor de afwijking mogelijk, maar brengt zelf geen concreet (tegen)bewijs bij en bij gebreke van een concreet aanknopingspunt voor een andersluidend oordeel, gaat de commissie uit van de juistheid van het overtuigend voorkomende rapport van deskundige W. en de door deskundige W. gerapporteerde bevindingen en conclusies. Deze liggen ook in lijn met de (eerder niet overtuigend geoordeelde) conclusie van deskundige H. dat de schade niet van binnenuit kan zijn ontstaan en het door deskundige H. onderschreven standpunt van de ondernemer dat het door een aan de consument toerekenbare handelwijze is ontstaan.

Nu de consument overigens niets aanvoert dat tot een ander oordeel leidt, komt de commissie tot de slotsom dat de klacht ongegrond is en beslist de commissie als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 24 augustus 2017.