Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing
Uitkomst: bevoegd
Referentiecode:
810987/914508
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt heeft een klacht ingediend tegen het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis wegens onduidelijke verwijzing tijdens polikliniekbezoeken op 1 juli en 11 september 2024. Volgens de cliënt is hij op onjuiste wijze tussen gangen verwezen zonder duidelijke communicatie, waardoor hij de arts niet kon spreken en de afspraak heeft afgebroken. Hij wil daarom geen rekening ontvangen voor de misgelopen consulten. De Geschillencommissie Ziekenhuizen diende eerst te oordelen over haar bevoegdheid om het geschil inhoudelijk te behandelen. Op basis van artikel 3 lid 1 van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen is de commissie bevoegd om klachten te beoordelen die voortkomen uit de totstandkoming of uitvoering van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. De commissie oordeelt dat deze klacht onder de uitvoering van de behandelingsovereenkomst valt, mede omdat het de informatievoorziening en communicatie rond een poliklinisch consult betreft. Het ziekenhuis heeft bevestigd dat cliënt bij hen in behandeling is vanwege gewichtsverlies, waarmee de behandelrelatie vaststaat. De commissie acht zich dan ook bevoegd om het geschil verder inhoudelijk te behandelen.
De uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Admiraal De Ruyter Ziekenhuis, gevestigd te Goes
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
Samenvatting
Voordat inhoudelijk op de klacht van de consument in kan worden gegaan, moet eerst beoordeeld worden of de commissie bevoegd is om het geschil te behandelen.
De commissie is van oordeel dat de klacht van de cliënt betrekking heeft op de totstandkoming of uitvoering van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Op grond van artikel 3 lid 1 van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen is de commissie daarom bevoegd om het geschil te behandelen.
Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.
De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2025 te Utrecht.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Beoordeling
Voordat de commissie toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de door de cliënt ingediende klacht, dient de commissie eerst te beoordelen of zij daartoe bevoegd is.
In artikel 3 lid 1 van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen is geregeld dat de commissie tot taak heeft alle geschillen tussen cliënt en ziekenhuis te beslechten, al dan niet inbegrepen een schadevergoedingsclaim tot een totaalbedrag van € 25.000, – betreffende zaak en/ of personenschade, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van gesloten behandelingsovereenkomsten.
Hieronder vallen ook informatievoorziening, communicatie en bejegening conform de Wkkgz.
De cliënt klaagt er kort gezegd over dat hij bij zijn afspraken op 1 juli 2024 en op 11 september 2024 bij de poli interne geneeskunde naar de verkeerde locatie in het ziekenhuis is verwezen. De cliënt is door de receptie verwezen naar gang 38. Daar aangekomen is cliënt verwezen naar gang 51, die cliënt vervolgens weer terugstuurden naar gang 38. De cliënt vindt de gang van zaken zonder enige vorm van communicatie onbegrijpelijk en is vertrokken. Hij wil geen rekening ontvangen voor een afspraak waarbij het hem onmogelijk is gemaakt een dokter te zien.
Naar het oordeel van de commissie valt deze klacht onder de totstandkoming of de uitvoering van een gesloten behandelingsovereenkomst, zodat de commissie bevoegd is om de klacht in behandeling te nemen.
Dat sprake was van een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt door het ziekenhuis bevestigd, die in haar verweer aangeeft dat cliënt bij het ziekenhuis in behandeling is gekomen in verband met gewichtsverlies.
De inhoudelijke behandeling van de klacht en het beroep van het ziekenhuis op niet-ontvankelijkheid van de cliënt in zijn klacht, komen op een later moment aan bod.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich bevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich bevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. J.M.P. Drijkoningen, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 8 mei 2025.