Beoordeling van neuscorrectie en klachtbehandeling door kliniek

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 671463/800889

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt diende een klacht in tegen Boerhaave Medisch Centrum over een neuscorrectie die volgens hem verkeerd was uitgevoerd, met blijvende ademhalingsproblemen en esthetische schade tot gevolg. Hij vorderde een schadevergoeding van €25.000, een erkenning van een medische fout, en een openbaar excuus. De zorgaanbieder stelde dat de operatie volgens de professionele standaard was uitgevoerd en bood uit coulance een correctiebehandeling aan tegen gereduceerd tarief. De commissie oordeelde dat de operatie een inspanningsverplichting betreft en dat niet is gebleken dat de chirurg onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht over het resultaat van de ingreep werd dan ook ongegrond verklaard. Wel stelde de commissie vast dat de afhandeling van de klacht niet voldeed aan de eisen van de Wkkgz. De cliënt moest maanden wachten op antwoord en werd onvoldoende geïnformeerd. Deze klacht werd gegrond verklaard. De commissie kende de cliënt een vergoeding van €500 toe voor immateriële schade. Daarnaast werd de zorgaanbieder veroordeeld tot terugbetaling van het klachtengeld van €52,50. Overige vorderingen, zoals een schadevergoeding van €25.000, werden afgewezen.

De uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Boerhaave Medisch Centrum, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het resultaat van een neuscorrectie.
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 28 februari 2025 te Utrecht.
Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader uiteengezet.
De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door mevrouw [naam], kliniekmanager, mevrouw mr. [naam], (advocaat), de heer mr. [naam], (advocaat), en de heer drs. [naam], (plastisch chirurg) (via ZOOM-verbinding).

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht ziet op het verkeerd uitvoeren van een rhinoplastiekoperatie. Deze ingreep heeft schade aan de neus van cliënt veroorzaakt. Hij heeft thans last van ademhalingsproblemen en de scheefstand van zijn neus is zichtbaar en veroorzaakt zowel functionele als esthetische problemen. De kliniek heeft erkend dat er fouten zijn gemaakt en dat het protocol niet is gevolgd, maar weigert verantwoordelijkheid te nemen en de fout te herstellen.

In plaats daarvan heeft de zorgaanbieder aangeboden cliënt opnieuw te opereren tegen kosten.
Daarnaast klaagt cliënt over de afhandeling van de klacht door de zorgaanbieder. Het heeft meer dan zes maanden geduurd voordat hij een reactie op zijn e-mails kreeg. De zorgaanbieder heeft steeds uitstel gevraagd en uiteindelijk duurde het meer dan één jaar voordat cliënt op gesprek mocht komen. De klachtbehandeling was misleidend en onacceptabel. Toen cliënt de problemen aankaartte, werd hij van het kastje naar de muur gestuurd. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen, probeerde de zorgaanbieder een correctiebehandeling in rekening te brengen, terwijl de zorgaanbieder een fout heeft gemaakt bij het uitvoeren van de operatie.

Gezien de ernst van de medische fouten en de manier waarop de zorgaanbieder de situatie heeft afgehandeld, is het vertrouwen van cliënt in deze kliniek volledig verdwenen. Een medische instelling die fouten maakt, deze probeert te verdoezelen en vervolgens kosten in rekening brengt om ze te herstellen, is onbetrouwbaar en onverantwoordelijk.
Daarom vordert cliënt de maximale schadevergoeding van € 25.000,- . Dit bedrag is gerechtvaardigd gezien de fysieke, emotionele en financiële schade die hij heeft geleden. Daarnaast vordert cliënt een officiële erkenning van een medische fout en nalatigheid door de zorgaanbieder en een openbaar excuus aan hem voor de geleden schade en misleiding.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat cliënt niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, althans dat de klacht van cliënt ongegrond dient te worden verklaard. Hij verzoekt de klachten af te wijzen.
De plastisch chirurg die de rhinoplastiekoperatie op 18 november 2020 bij cliënt heeft uitgevoerd, heeft voldaan aan de professionele standaard en de kwaliteitstandaarden ex artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek. De ingreep is lege artis uitgevoerd. Het resultaat van de neuscorrectie is helaas anders dan cliënt had verwacht, maar dat betekent niet dat de neuscorrectie niet met de uiterste zorgvuldigheid is uitgevoerd. De zorgaanbieder is van mening dat de klacht van cliënt ongegrond is. De veronderstelling van cliënt dat een protocol niet zou zijn gevolgd, is onjuist. Dit wordt ook niet onderbouwd. De ingreep is verlopen op de wijze zoals had mogen verwacht.
Ook de klachtbehandeling heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. De zorgaanbieder heeft begrip getoond en is cliënt tegemoetgekomen door uit coulance een gereduceerd tarief aan te bieden voor een vervolgbehandeling. Dat cliënt daar niet mee kan instemmen, kan niet aan de zorgaanbieder worden toegerekend.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Zoals ter zitting aan de zorgaanbieder is meegedeeld, zal de commissie het verzoek om cliënt niet- ontvankelijk te verklaren in zijn klacht, afwijzen. De zorgaanbieder heeft in eerste aanleg op geen enkele wijze onderbouwd op grond waarvan cliënt niet-ontvankelijk zou zijn in zijn klacht. Evenmin heeft de zorgaanbieder in de conclusie van zijn verweerschrift aangevoerd dat cliënt niet in zijn klacht kan worden ontvangen. De motivering van de niet- ontvankelijkheid, namens de zorgaanbieder ter zitting naar voren gebracht, is naar het oordeel van de commissie tardief aangevoerd.

Cliënt vordert onder meer een officiële erkenning van een medische fout en nalatigheid door de zorgaanbieder en een openbaar excuus aan hem voor de geleden schade en misleiding.
Deze eisen van cliënt vallen buiten de kaders van het reglement van de commissie en zullen dan ook door de commissie buiten beschouwing worden gelaten.

Algemeen
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst, wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie zal de klachten van cliënt, afgezet tegen het hierboven geschetste toetsingskader, beoordelen.

De commissie heeft het volgende vastgesteld.
Cliënt heeft op 18 november 2020 een neuscorrectie gekregen. De behandelend specialist heeft tijdens de ingreep geen aanleiding gezien om het neustussenschot bij de ingreep te betrekken nu dit vrijwel recht stond. Op 18 februari 2021 is cliënt op consult geweest. Uit het medisch dossier, dat zeer summier is, leidt de commissie af dat cliënt tevreden was over het resultaat en dat de tip van de neus nog wel gezwollen was. Uit het medisch dossier blijkt niet dat cliënt voorafgaande aan het consult op 30 mei 2023 nog op controle is geweest, zoals op basis van de richtlijn Septumcorrectie van de NVKNO wordt geadviseerd, te weten één jaar na de ingreep.
Tijdens het consult op 30 mei 2023 heeft cliënt aangegeven dat hij nog steeds ademhalingsproblemen ondervindt en dat zijn neus scheef staat. De zorgaanbieder heeft op 20 juni 2023 en daarna op 5 oktober 2023 aan cliënt een neuscorrectie aangeboden tegen een gereduceerd tarief. Cliënt stelt dat deze correctie kosteloos moet plaatsvinden, omdat er een fout is gemaakt bij de ingreep op 18 november 2020.

Klacht 1: resultaat van de neuscorrectie
De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat de neuscorrectie op 18 november 2020 niet volgens professionele standaard is uitgevoerd. De cliënt heeft naar het oordeel van de commissie niet onderbouwd dat er fouten zijn gemaakt door de plastisch chirurg. Daarbij neemt de commissie in aanmerking dat de plastisch chirurg een inspanningsverplichting heeft om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken. Uit de overgelegde stukken is voldoende gebleken dat cliënt voorafgaande aan de ingreep op 18 november 2020 door de plastisch chirurg is gewezen op de risico’s en eventuele complicaties en op het resultaat (waaronder asymmetrie) van de ingreep. Voorts overweegt de commissie dat cliënt ruim twee jaar na de ingreep de zorgaanbieder pas heeft laten weten dat hij niet tevreden was over het resultaat van de ingreep. Mocht er in deze periode al sprake zijn geweest van ademhalingsproblemen, dan had het naar het oordeel van de commissie voor de hand gelegen om eerder met de betreffende specialist contact op te nemen over dit probleem.
De commissie zal gelet op het vorenstaande dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

Klacht 2: klachtbehandeling
Het tweede klachtonderdeel ziet op de klachtafhandeling door de zorgaanbieder. Volgens cliënt heeft het meer dan zes maanden geduurd voordat hij een reactie op zijn e-mails kreeg. De zorgaanbieder heeft steeds uitstel gevraagd en uiteindelijk duurde het meer dan één jaar voordat cliënt op gesprek mocht komen. In zijn verweerschrift heeft de zorgaanbieder gesteld dat de klachtbehandeling heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. De zorgaanbieder heeft begrip getoond en is cliënt tegemoet gekomen door uit coulance een gereduceerd tarief aan te bieden voor een vervolgbehandeling.

De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder ten aanzien van de klacht van cliënt over de duur van de klachtbehandeling geen adequaat verweer heeft gevoerd en niet heeft onderbouwd waarom de klachtbehandeling wel heeft voldaan aan de te stellen eisen.
Nu de klacht door de zorgaanbieder niet inhoudelijk is betwist, zal de commissie deze klacht gegrond verklaren. Daarbij merkt de commissie op dat de klachtenafhandeling door de zorgaanbieder niet heeft voldaan aan de eisen die de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) hieraan stelt, te weten tijdige reactie en inschakeling van een klachtenfunctionaris.

Schadevordering
Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de nakoming van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.
De commissie heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder bij het uitvoeren van de neuscorrectie niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De vordering tot schadevergoeding zal de commissie afwijzen.

De commissie heeft vastgesteld dat de klachtenafhandeling door de zorgaanbieder niet heeft voldaan aan de eisen die de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) hieraan stelt. Cliënt heeft maanden moeten wachten op een reactie op zijn klacht van de kant van de zorgaanbieder.
De commissie acht voldoende aannemelijk dat cliënt gedurende langere tijd fysiek en mentaal ongemak heeft ervaren ten gevolge van het uitblijven van een antwoord op zijn verzoek om een kosteloze neuscorrectie.. Aldus ligt een vergoeding van immateriële schade in de rede. De commissie ziet aanleiding tot vergoeding van deze schade, die zij naar redelijkheid en billijkheid vaststelt op € 500,–.

Nu de klacht van cliënt gegrond wordt verklaard, ziet de commissie voorts aanleiding, onder verwijzing naar artikel 22 van haar reglement, de zorgaanbieder te veroordelen tot vergoeding aan cliënt van het door hem betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van cliënt met betrekking tot de wijze waarop zijn klacht is behandeld door de zorgaanbieder gegrond;
– veroordeelt de zorgaanbieder tot betaling aan cliënt van een bedrag van € 500,– aan immateriële schadevergoeding binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;
– veroordeelt de zorgaanbieder tot betaling aan cliënt van het klachtengeld ten bedrage van € 52,50 binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;
– wijst het meer of anders verzochte af.
– Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behande-lingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw drs. H.J.P. Tielemans, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 28 februari 2025.

Opslaan als PDF