Blijvend gehoorverlies is gevolg aandoening, niet van de ingreep

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On) zorgvuldigheid    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 127778/133326

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte is twee keer geopereerd in het ziekenhuis van de zorgaanbieder, maar de operaties hebben niet het gewenste effect gehad. Hierdoor is de cliënte nu levenslang afhankelijk van een gehoorapparaat. Tijdens het behandeltraject voelde de cliënte zich niet serieus genomen door de zorgaanbieder, zo moest de cliënte lang wachten terwijl zij ernstige klachten had. Ook bleek uit een second opinion dat de geplaatste prothese gedraaid is. De zorgaanbieder stelt dat er meerdere keren met de cliënte is besproken dat in haar geval, haar gehoor mogelijk niet terug zou komen na een operatie. Door de corona-situatie heeft de cliënte wat langer moeten wachten op de behandeling dan normaal. De operaties zijn zonder complicaties verlopen en gehoorverlies is het gevolg van de aandoening, niet de ingreep. De commissie oordeelt dat de cliënte voldoende is geïnformeerd over de mogelijke resultaten van de ingreep. De langere wachttijd is het gevolg van de coronasituatie en niet verwijtbaar aan de zorgaanbieder. Dat de prothese is gekanteld, is een veel voorkomende complicatie en betekent niet dat de zorgaanbieder niet goed gehandeld heeft. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam cliënte] wonende te [woonplaats]

en

Stichting Ziekenhuis Bernhoven, gevestigd te Uden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 1 maart 2022 te Eindhoven.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door [naam].

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de aan de cliënte geleverde zorg bij de behandeling van haar gehoorklachten. De cliënte moet leven met blijvende gehoorschade maar wordt door de zorgaanbieder niet serieus genomen.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte heeft twee ooroperaties ondergaan in het ziekenhuis van de zorgaanbieder: op 19 juni 2020 een operatie tot herstel van het trommelvlies aan haar linkeroor en op 22 december 2020 een operatie waarbij een prothese is geplaatst tussen de stijgbeugel en het trommelvlies, eveneens in het linkeroor.

De operaties hebben niet het gewenste resultaat gehad en de cliënte is voor de rest van haar leven afhankelijk van een gehoorapparaat. De cliënte heeft zich in het behandeltraject van de zorgaanbieder niet gehoord of serieus genomen gevoeld. Hoewel zij ernstige klachten had waren er lange wachttijden en moest zij overal zelf achteraan gaan. De cliënte heeft een second opinion gevraagd in het [naam ziekenhuis] en daar is haar verteld dat de geplaatste prothese was gekanteld. Zij kan zich opnieuw laten opereren maar aarzelt omdat haar is verteld dat er een kans is van 50 % dat de operatie geen verbetering brengt en haar (weer) een lange periode van herstel na de ingreep wacht.

De cliënte wenst een schadevergoeding te ontvangen voor de gehoortoestellen, oordruppels, oogdruppels en andere zorgkosten die zij heeft moeten maken en nog zal moeten maken. Zij verlangt een vergoeding van € 1.410,85 van de zorgaanbieder.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte heeft zich op 28 oktober 2019 bij de polikliniek KNO van de zorgaanbieder gemeld vanwege pijnklachten aan het linkeroor. Bij de cliënte werd een trommelvliesperforatie en secundair cholesteatoom gezien. Door deze aandoening lost het bot in het middenoor en het bot van de gehoorbeentjes geleidelijk op. Indien de aandoening niet wordt behandeld kunnen ernstige complicaties optreden. Een CT-scan liet zien dat al sprake was van aantasting van de gehoorbeenketen. Een gehoortest gaf aan de linkerzijde al een bijna maximaal geleidingsverlies te zien. De KNO-arts heeft het belang van opereren uitgebreid met de cliënte besproken. Ook werden mogelijke complicaties en een vermindering van het gehoor besproken.
Door de Covid pandemie heeft de cliënte wat langer op de ingreep moeten wachten. Op 19 juni 2020 is het trommelvlies gesloten en al het cholesteatoom verwijderd. De hamersteel en het aambeeld bleken al ernstig aangetast en werden verwijderd; de stijgbeugel was nog intact. De ingreep is ongecompliceerd verlopen maar het geleidingsverlies was, zoals verwacht, niet verminderd.
Conform de richtlijnen van de beroepsvereniging KNO werd na een half jaar, op 22 december 2020, een ‘second look’ verricht om te controleren of het cholesteatoom niet was teruggegroeid. Er werd geen cholesteatoom aangetroffen en als mogelijke oplossing voor het gehoorverlies werd een prothese geplaatst tussen de stijgbeugel en het trommelvlies. In de periode tussen beide ingrepen werd de cliënte verwezen naar Kentalis voor het aanmeten van een hoortoestel.
Ook bij de tweede ingreep op 22 december 2020 heeft de KNO-arts de cliënte, in het bijzijn van haar moeder, voorgelicht over de operatierisico’s en de kans dat de operatie niet tot verbetering van het gehoor zou leiden.
Deze operatie is eveneens zonder complicaties verlopen maar helaas is het gehoor van de cliënte niet verbeterd. De cliënte is op haar verzoek verwezen naar de KNO-arts van het [naam ziekenhuis] voor een second opinion.

De zorgaanbieder begrijpt goed dat het voor de cliënte moeilijk is om op haar leeftijd al te maken te moeten hebben met een fors gehoorverlies. Dit is echter een gevolg van de aandoening waarvoor de cliënte is behandeld en niet van de ingreep zelf.
De zorgaanbieder is dan ook van mening dat hij niet aansprakelijk is voor de door de cliënte geleden schade.

Beoordeling van het geschil
Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader.
De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënte en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de KNO-arts – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie dient te onderzoeken of de KNO-arts bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.

De commissie heeft het volgende overwogen.

De cliënte heeft zich op 28 oktober 2019 bij de zorgaanbieder gemeld vanwege pijnklachten aan haar oor. De oorzaak hiervan bleek een aandoening, cholesteatoom, die operatief ingrijpen vereiste om ernstige complicaties te voorkomen (aangezichtsverlamming, duizeligheid, meningitis). De operatie tot verwijdering van het cholesteatoom en het sluiten van het trommelvlies vond plaats op 19 juni 2020. De cliënte verwijt de zorgaanbieder een lange wachttijd. Door de gedeeltelijke sluiting van de ziekenhuizen ten gevolge van de Covidpandemie was echter sprake van een overmachtsituatie die niet aan de zorgaanbieder kan worden verweten.

De vervolgingreep, waarbij getracht is het gehoor van de cliënte te verbeteren door het plaatsen van een titaniumprothese in het oor, vond plaats op 20 december 2020. De cliënte is van mening dat ook hier sprake was van een te lange wachttijd. De wachttijd van zes maanden is echter conform de daarvoor geldende KNO richtlijnen; pas zes maanden na een ingreep tot het verwijderen van cholesteatoom kan bekeken worden of het cholesteatoom niet is teruggegroeid. De zorgaanbieder heeft zich gehouden aan deze zesmaandentermijn. Het cholesteatoom bleek niet teruggegroeid, waarmee de ingreep op 19 juni 2020 succesvol was uitgevoerd.
Dat het plaatsen van de prothese tussen de stijgbeugel en het trommelvlies niet tot een verbetering van het gehoor heeft geleid was een uitkomst waarover de cliënte was voorgelicht. Het kantelen van de prothese is een vaker voorkomende complicatie bij deze ingreep.

De cliënte heeft langer dan verwacht moeten wachten op het aanmeten van een gehoorapparaat bij Kentalis. Dit kan de zorgaanbieder niet worden tegengeworpen. Kentalis is een landelijke organisatie voor mensen met een gehoorprobleem. Deze organisatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder.

De commissie is van oordeel dat de cliënte voldoende was voorgelicht over de mogelijke resultaten en complicaties van de door de zorgaanbieder uitgevoerde gehooroperaties. De cliënte leed aan een ernstige aandoening die haar gehoor heeft beschadigd. Zonder operatief ingrijpen had de aandoening tot ernstige gezondheidsrisico’s kunnen leiden.
De KNO-arts heeft zich voldoende ingespannen voor de cliënte en heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam KNO-arts in vergelijkbare omstandigheden mag worden verwacht.
De klacht van de cliënte is ongegrond.

Aan een beoordeling van de door de cliënte gevorderde schadevergoeding komt de commissie dan ook niet toe.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van de cliënte in alle onderdelen ongegrond;

– wijst af het verzoek tot het bepalen van schadevergoeding;

– wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. F.J.M. Disch, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 1 maart 2022.