Cliënt heeft geen redelijk belang bij een uitspraak, omdat de zorgaanbieder al maatregelen heeft getroffen ten aanzien van de inzage in het medisch dossier. Ook had de cliënt de klachthandeling door de zorgaanbieder af moeten wachten

  • Home >>
  • Geestelijke Gezondheidszorg >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 113903

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënte] wonende te [plaats], en Stichting GGz Centraal, gevestigd te Amersfoort.

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Op 5 maart 2018 heeft buiten aanwezigheid van partijen de behandeling plaatsgevonden door de commissie. Partijen zijn voor deze zitting niet uitgenodigd omdat zij hebben aangegeven geen mondelinge behandeling te wensen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de toegang tot het medische dossier en aanwezigheid bij vertrouwelijke gesprekken van personeel dat niet beschikt over de vereiste papieren.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar het vragenformulier met bijlagen dat de commissie op 31 oktober 2017 heeft ontvangen.

Kortheidshalve komen de klachten van cliënte op het volgende neer:

1. De instelling heeft personeel zonder diploma in dienst dat toegang heeft tot het medisch dossier van cliënte en aanwezig is bij vertrouwelijke overleggen;
2. Ondanks toezegging van de instelling beschikt cliënte niet over een zogenaamd vip-dossier;
3. De klachtenfunctionaris heeft de toegezegde gespreksverslagen niet overgelegd;
4. De klachtenfunctionaris vermeldt pas veel later dat een klacht schriftelijk moet worden ingediend en degene met wie cliënte een gesprek had was niet op de hoogte van haar klachten.

Cliënte verzoekt de commissie ter oplossing van het geschil de instelling te veroordelen tot ontslag van de betreffende medewerkers en aannemen van gediplomeerd personeel; het maken van een visie en beleid dat marktconform is; excuses van de raad van bestuur over de klachtenbehandeling en een financiële vergoeding van € 500,– voor de tijd die cliënte aan deze zaak heeft besteed.

Naar aanleiding van het verweer dat de zorgaanbieder heeft ingediend stelt cliënte dat zij al haar klachten mondeling heeft ingediend. Zij was zich er niet van bewust dat de klachten schriftelijk moesten worden ingediend omdat haar eerste klacht die wel in behandeling was genomen ook mondeling was ingediend.

Cliënte stelt onder meer dat de zorgaanbieder zich niet gehouden heeft aan haar beroepsgeheim en privacywetgeving door haar dossier met honderden mensen te delen. Bij cliënte is het leed al geschied maar zij hoopt dat de instelling in de toekomst zich zal inzetten om dit bij andere cliënten te voorkomen.

Standpunt van de zorgaanbieder

De zorgaanbieder heeft bij brief van 22 december 2017 verweer gevoerd tegen de klacht van cliënte.

De zorgaanbieder verzoekt de commissie primair de cliënte niet-ontvankelijk te verklaren in haar klachten.

Gedurende de klachtbehandeling bij de klachtenfunctionaris heeft cliënte afspraken gemaakt over het realiseren van een vip-dossier zodat de toegang van hulpverleners tot haar medische dossier wordt beperkt. Hiermee waren voor cliënte haar klachten weggenomen. Kort daarop gaf cliënte aan dat het vip-dossier nog niet was gerealiseerd en dat de toegang van ervaringsdeskundigen toch nog steeds bestond. Op 14 november 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden met de directeur behandelzaken, manager bedrijfsvoering Sociale Psychiatrie, de klachtenfunctionaris en cliënte. In dit gesprek is toegelicht wat ervaringsdeskundigen kunnen en mogen binnen de zorgaanbieder en is gesproken over de voortgang van het vip dossier, dat reeds op 27 oktober was geëffectueerd.

De zorgaanbieder verzoekt de klachten van de cliënte op grond van artikel 6 lid 1 sub a van het reglement niet-ontvankelijk te verklaren. Cliënte heeft de klachten op 24 oktober 2017 schriftelijk ingediend en alvorens zij de zorgaanbieder de mogelijkheid heeft geboden om de klachten op te lossen en weg te nemen heeft zij haar klachten 7 dagen later op 31 oktober 2017 bij de Geschillencommissie aanhangig gemaakt. De termijn van klachtbehandeling is nog niet verstreken en de klachtbehandeling vindt plaats in overeenstemming met de artikelen 13 tot en met 17 van de Wkkgz.

Beoordeling ten aanzien van de ontvankelijkheid

De commissie dient primair te beoordelen of de cliënte in haar klachten kan worden ontvangen, nu de zorgaanbieder in haar verweer uitdrukkelijk een beroep op niet-ontvankelijkheid heeft gedaan.

De commissie heeft tot taak geschillen tussen cliënte en de zorgaanbieder te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van een gesloten behandelings¬overeen¬komst tussen cliënte en de zorgaanbieder.

De commissie kan uitsluitend een oordeel geven over de klachten van cliënte voor zover deze zijn gericht op haar eigen behandeling. De commissie verklaart de cliënte niet-ontvankelijk in haar klacht, voor zover deze is gericht op inzage in dossiers van cliënten van de zorgaanbieder in het algemeen.

Het eerste klachtonderdeel ziet op de inzage van ongediplomeerd personeel in het patiëntendossier van cliënte.

Ingevolge artikel 5, lid 1, sub e, van het reglement van de commissie wordt een klager niet-ontvankelijk verklaard indien klager geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie.

De commissie stelt vast dat naar aanleiding van de klachten van cliënte inmiddels per 27 oktober 2017, derhalve voor het indienen van de klacht bij de commissie, voor cliënte een zogenaamd vip-dossier is gerealiseerd waarbij is vastgelegd wie er toegang heeft tot dit dossier. Voorts is bij brief van 29 november 2017 door de instelling aangeboden aan cliënte om een maandelijkse uitdraai van de geregistreerde log-ins te verzorgen, zodat cliënte kan zien welke personen die maand haar dossier hebben geraadpleegd.

De commissie is van oordeel dat de cliënte in deze geen redelijk belang heeft bij een uitspraak op dit klachtonderdeel, nu de zorgaanbieder naar aanleiding van haar klacht reeds maatregelen heeft getroffen die voorkomen dat niet direct betrokkene haar (volledige) dossier in de toekomst kunnen inzien en dat cliënte zelf hierover controle kan uitoefenen.

Ook ten aanzien van de overige klachtonderdelen is de commissie van oordeel dat de cliënte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Op grond van artikel 17 van de Wet kwaliteit, klachten geschillen zorg ontvangt klager  zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na indiening van de klacht, een schriftelijke mededeling van de zorgaanbieder waarin met redenen omkleed is aangegeven tot welk oordeel het onderzoek van de klacht heeft geleid, welke beslissingen de zorgaanbieder over en naar aanleiding van de klacht heeft genomen en binnen welke termijn maatregelen waartoe is besloten, zullen zijn gerealiseerd.

Genoegzaam is komen vast te staan dat de overige klachten pas op 24 oktober 2017 schriftelijk door cliënte aan de zorgaanbieder  zijn voorgelegd. De termijn van 6 weken waarbinnen de zorgaanbieder een oordeel over de klachten dient te geven was nog niet verstreken ten tijde van het indienen – op 31 oktober 2017 – van de klachten bij de commissie. Naar het oordeel van de commissie heeft cliënte geen omstandigheden aangevoerd waardoor van haar in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij de behandeling van haar klachten door de zorgaanbieder afwacht.

Op grond van het voorgaande zal de cliënte niet-ontvankelijk worden verklaard in haar klachten. Dit betekent dat de commissie niet meer toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil.

Beslissing

De commissie verklaart de cliënte niet-ontvankelijk in al haar klachtonderdelen.

Aldus beslist op 5 maart 2018 door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg.