Cliënt heeft zich niet aan afspraken gehouden, ontslag door zorgaanbieder is terecht

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 383/18882

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt heeft zich zeer regelmatig niet aan de huisregels gehouden en vertoonde vaker grensoverschrijdend gedrag. De zorgaanbieder heeft de cliënt meerdere malen gewezen op het feit dat hij zich niet aan de regels houdt en dat hij zich moet gehoorzamen. Hier heeft de cliënt geen gehoor aan gegeven. De cliënt maakte zich schuldig aan alcoholgebruik en het verstrekken van alcohol aan medebewoners en grensoverschrijdend gedrag. De situatie was niet meer houdbaar, daarom is de cliënt door de zorgaanbieder ontslagen. Hierbij is beoordeeld dat er geen sprake is van psychose, depressie en/of suïcidaliteit of ander dreigend destructief gedrag. De commissie vindt dat de zorgaanbieder de cliënt vaak tegemoet is gekomen. De cliënt heeft heel veel kansen gehad om zich te verbeteren, maar heeft dit niet gedaan. De commissie beslist dat de zorgaanbieder bij het ontslag van de cliënt zorgvuldig heeft gehandeld.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënt], wonende te ’s-Gravenhage en Parnassia Groep BV, gevestigd te ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Bij brief van 31 maart 2020 heeft het bureau van de Commissie aan beide partijen bericht dat de Commissie de behandeling van het geschil zal afdoen zonder mondelinge behandeling. De Commissie heeft daartoe ook de bevoegdheid conform haar reglement. Alhoewel daartoe wel in de gelegenheid gesteld, heeft geen van partijen aangegeven prijs te stellen op een mondelinge behandeling. Om die reden zijn partijen bij brief van 7 mei 2020 geïnformeerd over de datum waarop de Commissie zal beslissen over het geschil, namelijk op 22 mei 2020.

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de volgens de cliënt onterechte beëindiging van het verblijf van de cliënt bij de zorgaanbieder en de schade die de cliënt als gevolg daarvan stelt te hebben geleden.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Vanaf eind oktober 2017 verbleef de cliënt op de locatie MiCasa van de zorgaanbieder. Van 27 april 2018 tot 30 april 2018 heeft de cliënt een bezinningsverlof (tijdelijk ontslag) gekregen. Na afloop van dit verlof heeft de zorgaanbieder de cliënt verplicht een wijziging in de inrichting van zijn kamer aan te brengen, omdat de doeken en gordijnen in zijn kamer brandgevaar zouden opleveren.
Op 2 mei 2018 heeft de cliënt een officiële waarschuwing gekregen in verband met zijn gedragingen en de brandveiligheid in zijn kamer.
Op 10 mei 2018 heeft de zorgaanbieder de cliënt opnieuw met bezinningsverlof gestuurd. Vervolgens is hij, na afloop van het tijdelijk ontslag op 14 mei 2018 permanent ontslagen door de zorgaanbieder, omdat hij de afspraken van de officiële waarschuwing van 2 mei 2018 niet zou zijn nagekomen.
Tegen deze beëindiging is de cliënt in beroep gegaan bij de directeur Zorg van de zorgaanbieder.

Deze heeft geoordeeld dat de cliënt zich niet hield aan gemaakte afspraken, onder meer met betrekking tot zijn kamer, alsmede dat de cliënt geen psychiatrische stoornis zou hebben.
Na het permanente ontslag door de zorgaanbieder is de cliënt een jaar dakloos geweest.

De cliënt verlangt een financiële genoegdoening en excuses. Hij verzoekt de commissie hem een vergoeding van € 25.000,– toe te kennen voor de door hem door toedoen van de zorgaanbieder geleden schade, te weten; verloren gegane inboedel en de materiële en immateriële kosten van een jaar dakloos zijn.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder is van mening dat er terechte maatregelen zijn opgelegd aan de cliënt. In afwachting van een plaats op de locatie Woodstock was de cliënt bij uitzondering sedert eind oktober 2017 geplaatst op de locatie MiCasa van de zorgaanbieder. De cliënt heeft zich zeer regelmatig niet aan de huisregels gehouden en vertoonde bij herhaling grensoverschrijdend gedrag. De cliënt is van 27 april 2028 tot 30 april 2018 tijdelijk weggestuurd. Gelet op het inhoudelijke karakter van deze maatregelen was dit een schorsing en geen bezinningsverlof. De cliënt wist precies waar hij aan toe was en hoe lang de time out zou duren.

De cliënt heeft zich daarna opnieuw niet aan de huisregels gehouden en vertoonde grensoverschrijdend gedrag. Op 2 mei 2018 is aan de cliënt een officiële waarschuwing gegeven geldende tot 1 juni 2018. De cliënt bleef voortdurend de confrontatie zoeken waarna op 10 mei 2018 opnieuw een time out is gevolgd. Dit resulteerde evenmin in een verandering van het gedrag van de cliënt.
Vanwege het voortdurende grensoverschrijdende gedrag van de cliënt – dat in rapportages is vastgelegd – kon een langer verblijf op de betreffende locatie niet worden verwacht van de zorgaanbieder. In het exitgesprek van 14 mei 2018 is de reden van het ontslag besproken. Tijdens dit exitgesprek is – zoals te doen gebruikelijk – het toestandsbeeld van de cliënt beoordeeld; er was geen sprake van een psychose, depressie en/of suïcidaliteit of anderszins dreigend destructief gedrag. De cliënt bleef op de wachtlijst staan voor de andere locatie (Woodstock) en de medicatie en heroïneverstrekking via een andere zorgaanbieder bleef doorlopen. Met betrekking tot de inboedel zijn afspraken gemaakt. De cliënt kon na afloop van het gesprek de meest belangrijke spullen pakken en moest binnen twee weken een afspraak maken om zijn overige spullen op te halen. De cliënt heeft echter geen contact meer opgenomen.

De zorgaanbieder heeft langdurig geprobeerd het grensoverschrijdende gedrag in goede banen te leiden door de cliënt op zijn gedrag aan te spreken en hem extra kansen te geven. Er is door de medewerkers zorgvuldig en volgens de richtlijnen gehandeld. Dat de cliënt uiteindelijk is ontslagen en daardoor gedurende de wachttijd voor de andere locatie elders heeft verbleven, is niet te wijten aan onzorgvuldig of onrechtmatig handelen door de zorgaanbieder. Tussen de mogelijke gevolgen van de handelwijze van de zorgaanbieder en de door de cliënt gevraagde schadevergoeding ontbreekt een causaal verband. Bovendien heeft de cliënt zijn schade niet nader onderbouwd.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de stukken is gebleken dat de cliënt wegens verslavingsproblematiek op de wachtlijst stond voor plaatsing op de locatie Woodstock van de zorgaanbieder. Vanwege de lange wachttijd werd de cliënt geplaatst op de locatie MiCasa hoewel hij niet voldeed aan de eisen. De plaatsing werd bij hoge uitzondering en ter overbrugging toegekend. De cliënt heeft bij aanvang van zijn verblijf bij MiCasa een document ondertekend waarin de afspraken en voorwaarden zoals voor hem van toepassing gedurende zijn verblijf waren opgenomen. Het betrof de huisregels en het sanctiebeleid van MiCasa.

Uit de rapportages blijkt dat de cliënt de huisregels en afspraken bij herhaling heeft overtreden en geschonden. De cliënt maakte zich schuldig aan alcoholgebruik en het verstrekken van alcohol aan medebewoners, schoppen, schelden, schreeuwen, provoceren en bij voortduring de confrontatie zoeken. Ook hield de cliënt zich niet aan de brandveiligheidsregels en afspraken betreffende de inrichting van zijn kamer. Ondanks twee schorsingen van enkele dagen en een officiële waarschuwing van twee maanden bleef de cliënt zich in die periode grensoverschrijdend gedragen waarna de zorgaanbieder de cliënt uiteindelijk op 14 mei 2018 definitief heeft ontslagen.

De commissie overweegt dat de zorgaanbieder de cliënt vele malen tegemoet is gekomen. Zo heeft de zorgaanbieder de cliënt in afwachting van plaatsing op de locatie Woodstock tijdelijk geplaatst bij Micasa hoewel de cliënt niet voldeed aan de eisen voor die locatie. Ondanks herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag heeft de zorgaanbieder de cliënt vele malen de gelegenheid gegeven zijn leven te beteren en hem extra kansen gegeven. Aangezien de cliënt de confrontatie bleef opzoeken en het grensoverschrijdende gedrag continueerde was de zorgaanbieder gerechtigd de plaatsing van de cliënt in MiCasa te beëindigen. De zorgaanbieder heeft immers ook het belang van de overige patiënten en bewoners van haar zorglocaties te dienen en te waarborgen.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder bij het ontslag van de cliënt zorgvuldig heeft gehandeld. Zo werd getoetst of bij de cliënt sprake was van psychisch dreigend of destructief gedrag. Bij de cliënt was (nog steeds) uitsluitend sprake van verslavingsproblematiek en niet van psychiatrie. De behandeling van de cliënt werd gecontinueerd en hij bleef toegang houden tot de nachtopvang. Daarbij bleef de cliënt op de wachtlijst staan voor plaatsing op de locatie Woodstock.

De cliënt heeft geklaagd dat hij als gevolg van zijn ontslag bij MiCasa zijn inboedel heeft verloren. Door de zorgaanbieder is aan de cliënt een termijn van 14 dagen gegund, tot 28 mei 2018, om zijn inboedel af te halen. De cliënt heeft van die mogelijkheid geen gebruikt gemaakt, zo constateert de commissie en geen contact meer opgenomen met de zorgaanbieder.
De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder de cliënt voldoende tijd en gelegenheid heeft gegeven zijn inboedel af te halen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;
– wijst af het verzoek tot het bepalen van schadevergoeding.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw drs. H. Schaffels en de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, plaatsvervangend secretaris, op 22 mei 2020.