Cliënt mag niet meer meedoen aan mannengroep van zorgaanbieder

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Complementaire Behandelvormen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 54631/67827

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt klaagt over de onterechte afwijzing van een nieuwe deelname aan de mannengroep van de zorgaanbieder. De cliënt denkt dat de zorgaanbieder zijn opmerkingen en verslag niet waardeerde, waardoor hij is uitgesloten van de mannengroep. De zorgaanbieder geeft aan dat de spanning tussen hem en de cliënt voelbaar was voor meerdere deelnemers in de groep. De cliënt verwachtte van de zorgaanbieder dat rekening werd gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en stond niet open om het thema relaties aan te gaan, omdat dit voor hem moeilijk bespreekbaar was. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder zelf mag beslissen wie er wel en niet mag deelnemen aan de mannengroep. Echter, de zorgaanbieder had wel beter kunnen communiceren over het afscheid van cliënt, hier zijn excuses voor aangeboden. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënt], wonende te [woonplaats]

en

[naam] van Praktijk voor Individuele en Relatietherapie, gevestigd te Apeldoorn
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Complementaire Behandelvormen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 19 maart 2021 te Zwolle.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

De cliënt heeft ter zitting het standpunt toegelicht. Door de zorgaanbieder is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

De cliënt beklaagt zich over het feit dat hij op onterechte gronden is uitgesloten van deelname aan de mannengroep van de zorgaanbieder.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Cliënt heeft onder meer het volgende naar voren gebracht.

Cliënt nam deel aan een mannengroep van de zorgaanbieder. Cliënt meent dat hij ten onrechte is uitgesloten van deelname aan de mannengroep die dat najaar zou starten. De redenen die de zorgaanbieder daarvoor heeft aangedragen zijn incorrect. Cliënt vermoedt dat de echte reden was dat de zorgaanbieder zijn opmerkingen en zijn verslag niet waardeerde. Hij wil dat de zorgaanbieder alle argumenten om cliënt uit te sluiten van de mannengroep intrekt. Daarnaast wil hij dat de zorgaanbieder erkent wat voor leed hij hem heeft aangedaan en dat de zorgaanbieder hiervoor excuses aanbiedt. Dit wil cliënt dan communiceren aan alle leden van de voorjaarsgroep.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. De zorgaanbieder heeft onder meer het volgende naar voren gebracht.

De cliënt stond er niet voor open om tijdens bijeenkomsten het thema relaties aan te gaan en verwachtte van de zorgaanbieder dat tijdens de bijeenkomsten rekening werd gehouden met het feit dat hij geen partner had en dat hierover praten pijnlijk was. De spanning tussen cliënt en de zorgaanbieder was voelbaar voor meerdere deelnemers. De zorgaanbieder kon en wilde niet dat dit de sfeer nog een seizoen zou beïnvloeden in de mannengroep. De zorgaanbieder vond dat hij niet de juiste therapeut was voor de cliënt.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de zorgovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

Op de zitting heeft cliënt aangegeven dat hij graag wil dat de commissie oordeelt dat de zorgaanbieder hem op oneigenlijke gronden heeft uitgesloten van deelname aan het vervolg van de mannengroep. Hiervoor wil hij erkenning en excuses. De cliënt vermoedt dat de reden die de zorgaanbieder daarvoor heeft aangedragen namelijk niet de échte reden is. Ter zitting is met cliënt besproken dat de zorgaanbieder vanwege zijn professionele autonomie zelf mag beslissen wie er, om hem moverende redenen, wel en niet mag deelnemen aan de mannengroep en de cliënt heeft aangegeven dit te begrijpen. Tevens heeft hij aangegeven dat hij begrijpt dat de zorgaanbieder en hijzelf niet op één lijn zitten en dat hij het zou begrijpen als de zorgaanbieder dat ook zo heeft ervaren. De commissie is van oordeel dat reeds daarom de zorgaanbieder, in verband met zijn professionele autonomie, kon beslissen dat cliënt niet mocht deelnemen aan de najaarsgroep.

Zoals in de klachtprocedure reeds is besproken, had de zorgaanbieder wel beter kunnen communiceren over het afscheid van cliënt in de mannengroep, maar daarvoor heeft de zorgaanbieder, zoals uit de stukken blijkt, reeds zijn excuses aangeboden.

Concluderend komt de commissie tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat de zorgaanbieder niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk handelend hulpverlener.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Complementaire Behandelvormen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer mr. B. van der Deijl, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van Mevrouw mr. N. Sewradj, secretaris, op 19 maart 2021.