Cliënt niet goed geïnformeerd over oogbehandeling

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: Informed consent    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1022220/1114455

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze zaak gaat over een cliënt die een oogbehandeling heeft ondergaan met speciale lenzen, omdat zij geen bril of contactlenzen meer wilde dragen. Na de behandeling bleef zij slecht zien en kreeg zij klachten zoals halo’s en droge ogen. De cliënt vindt dat zij vooraf niet goed is geïnformeerd over de risico’s en gevolgen van de behandeling en klaagt ook over de slechte afhandeling van haar klacht. De Geschillencommissie oordeelt dat de zorgaanbieder de cliënt onvoldoende heeft geïnformeerd en dat er daarom geen sprake was van een informed consent. Ook is de klacht niet op tijd behandeld. De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat het klachtengeld aan de cliënt moet worden terugbetaald.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

ZBC Eyescan B.V., gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft informed consent ten aanzien van de behandeling (inzetten van Vivity-lenzen) die door de zorgaanbieder is uitgevoerd en de daaropvolgende klachtbehandeling.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

In 2023 heeft de cliënt na lang nadenken en sparen besloten voorzetlenzen te laten plaatsen en zij heeft hiervoor contact opgenomen met de zorgaanbieder. De cliënt wilde monofocale lenzen, maar volgens de zorgaanbieder waren multifocale lenzen meer geschikt. Ondanks twijfels en na meermaals overleggen is de cliënt hiermee akkoord gegaan.

In augustus 2023 is het linkeroog van de cliënt behandeld. Na twee dagen wist de cliënt al dat de lens niet goed was, maar de zorgaanbieder verzekerde haar dat haar klachten zouden verdwijnen als de tweede lens geplaatst zou worden. Dit bleek echter niet het geval.

Ook na het laseren van haar linkeroog bleef het zicht slecht. Uiteindelijk heeft de cliënt een second opinion aangevraagd en toen bleek dat haar probleem verholpen kon worden met een bril. Dit terwijl de cliënt juist de behandeling van € 3.000,- heeft ondergaan om geen contactlenzen meer te hoeven gebruiken. Uiteindelijk zijn de lenzen door een andere zorgaanbieder verwijderd en vervangen, maar de cliënt ervaart nog steeds visusklachten.

De cliënt heeft een klacht ingediend bij de zorgaanbieder en heeft veelvuldig geprobeerd contact te krijgen, maar de contactpersoon bleek vaak niet aanwezig en de cliënt werd niet teruggebeld.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De cliënt heeft op eigen verzoek een lensvervangende ingreep ondergaan. Hierbij is het doel om te proberen een cliënt zonder medische indicatie brilonafhankelijk te maken.

De cliënt is beoordeeld door een oogarts/refractiechirurg en geschikt bevonden voor een dergelijke ingreep. De oogarts heeft een voorstel gedaan voor een bepaald type lens, in dit geval een multifocale Vivity lens, torisch. De uitkomst heeft niet gebracht wat de cliënt wenste, zij geeft aan veel last van droge ogen te hebben en ziet halo’s.

Volgens de oogarts is de ingreep goed en zonder complicaties verlopen. Er is nog een zogenaamde nastaar-behandeling uitgevoerd (laserbehandeling), maar de klachten bleven bestaan. Volgens de oogarts zijn de klachten toe te schrijven aan droge ogen en in dat kader zijn oogdruppels voorgeschreven.

De zorgaanbieder is van mening dat medisch gezien zorgvuldig is gehandeld. Wel is met de cliënt afgesproken dat op kosten van de cliënt een lenswissel wordt uitgevoerd door professor [naam]. De zorgaanbieder is van mening hiermee voldoende tegemoet te komen aan de wens van de cliënt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie begrijpt uit het door de cliënt ingevulde vragenformulier dat haar klacht enerzijds ziet op het ontbreken van informed consent voor de uitgevoerde behandeling en anderzijds op de klachtbehandeling door de zorgaanbieder. De commissie bespreekt beide klachtonderdelen hierna afzonderlijk.

Informed consent
De cliënt heeft zich tot de zorgaanbieder gewend omdat zij niet langer afhankelijk wilde zijn van een bril of contactlenzen. Ter zitting heeft de cliënt verklaard dat zij ongeveer drie maanden voorafgaand aan de ingreep een consult bij de zorgaanbieder heeft gehad. Volgens de cliënt is haar toen meegedeeld dat sprake was van droge ogen, maar is geen melding gemaakt van beginnende staar.

De cliënt heeft voorts verklaard dat tijdens het consult van 30 augustus 2023 niet is besproken dat multifocale lenzen zouden worden geplaatst. Zij stelt dat zij zelf een duidelijke voorkeur had voor het gebruik van monofocale lenzen. Uiteindelijk heeft de cliënt, na telefonisch contact met de zorgaanbieder, ingestemd met het plaatsen van multifocale lenzen. Bij de cliënt zijn vervolgens Vivity-lenzen geplaatst.

Op basis van artikel 7:448 van het Burgerlijk Wetboek heeft een zorgaanbieder de plicht om een cliënt in begrijpelijke taal te informeren over onder andere het voorgenomen onderzoek, de diagnose, de behandelopties, de risico’s en (mogelijke) bijwerkingen. Op basis hiervan kan een cliënt een weloverwogen beslissing maken voor een bepaalde behandeling.

Onweersproken is ter zitting door de cliënt gesteld dat zij pas na afloop van de behandeling meer te horen kreeg over eventuele consequenties van de ingreep, waaronder de mogelijk blijvende brilafhankelijkheid of het zien van halo’s. Uit het dossier is verder ook niet gebleken dat de cliënt hierover is geïnformeerd, terwijl de wens om niet meer brilafhankelijk te zijn juist de reden was dat de cliënt zich bij de zorgaanbieder had gemeld. Nu brilafhankelijkheid na een dergelijke ingreep bij een relatief hoog percentage mensen voorkomt (volgens de website van de zorgaanbieder zelf betreft dit een percentage van 5%) had de zorgaanbieder de cliënt hierover expliciet moeten informeren.

Uit het dossier kan voorts niet worden afgeleid op welke wijze de keuze voor multifocale Vivity-lenzen tot stand is gekomen. In het medisch dossier is op 28 september 2023 genoteerd dat de cliënt ernstige twijfels had over het plaatsen van multifocale lenzen. De daaropvolgende aantekening in het dossier dateert van 16 oktober 2023, de dag waarop de ingreep heeft plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt niet of en, zo ja, in welke mate in de tussenliggende periode contact met de cliënt heeft plaatsgevonden en op welke gronden de cliënt uiteindelijk alsnog voor multifocale lenzen heeft gekozen.

De commissie overweegt dat, juist bij niet-medisch noodzakelijke ingrepen, van een zorgaanbieder mag worden verwacht dat deze zich er uitdrukkelijk van vergewist dat sprake is van informed consent. Nu uit het dossier niet blijkt dat de cliënt op toereikende wijze is geïnformeerd en evenmin anderszins is gebleken dat sprake was van informed consent, terwijl de zorgaanbieder bovendien niet ter zitting is verschenen om hierover nadere toelichting te geven, komt de commissie tot de conclusie dat bij de cliënt geen sprake is geweest van informed consent.

In zoverre is de klacht van de cliënt gegrond.

Klachtbehandeling
Uit het door de cliënt ingevulde vragenformulier begrijpt de commissie verder dat de cliënt ook klaagt over de klachtafhandeling door de zorgaanbieder. Naar het oordeel van de commissie blijkt uit het dossier dat de zorgaanbieder de klacht niet tijdig en binnen de wettelijke termijn heeft behandeld.

Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond.

Conclusie
Nu de klacht van de cliënt gegrond is, bepaalt de commissie onder verwijzing naar het reglement dat het door de cliënt betaalde klachtengeld aan hem moet worden vergoed.

De door de cliënt betaalde behandeling hoeft niet te worden terugbetaald. Ter zitting heeft de cliënt verklaard vooral een verklaring voor recht te wensen en te hopen dat de zorgaanbieder lering trekt uit de uitspraak.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 52,50 aan haar dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer drs. T.C.G. Feenstra, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 13 februari 2026.

Opslaan als PDF