Cliënt niet-ontvankelijk in zijn klacht, omdat termijn gebouwverbod tijdens procedure is verlopen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Publieke Gezondheid    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 73308/89966

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt geeft aan dat de zorgaanbieder hem een gebouw- en telefoonverbod heeft opgelegd. Op het moment dat de zorgaanbieder op de hoogte werd gesteld dat de klacht van de cliënt bij de commissie was ingediend, was de looptijd van het verbod al verstreken. Er heeft geen verlenging van het verbod plaatsgevonden. De cliënt heeft dus geen gebouw- en telefoonverbod meer en volgens de zorgaanbieder heeft de cliënt geen redelijk belang bij een uitspraak van de commissie. De commissie verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in zijn klacht, omdat hij geen redelijk belang heeft bij een beslissing van de commissie, nu tijdens de procedure het gebouwverbod inmiddels is opgeheven.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënt], wonende te [woonplaats]

en

GGD Haaglanden, gevestigd te ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Publieke Gezondheid (verder te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juli 2021 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Beoordeling van de ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 5 onder e van het reglement van de geschillencommissie Publieke Gezondheid verklaart de commissie de cliënt ambtshalve niet ontvankelijk in zijn klacht indien hij geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie.

De zorgaanbieder heeft in haar verweerschrift naar aanleiding van de klacht van cliënt, dat hem ten onrechte een gebouwenverbod én een telefoonverbod zou zijn opgelegd, het volgende aangevoerd.

Op het moment, d.d. 12 maart 2021, dat aan de zorgaanbieder werd gemeld dat cliënt zijn klacht aan de commissie had voorgelegd was de reden voor zijn klacht inmiddels al opgeheven omdat de looptijd van het verbod (tot 1 maart 2021) inmiddels was verstreken en er geen verlenging had plaatsgevonden.
Cliënt heeft geen contactverbod(belverbod). Op zijn verzoek is de Adviseur Veilige Publieke Taak (VPT), [naam adviseur VPT], het centrale aanspreekpunt van cliënt. Hij kan zich voor alle hulpvragen rechtstreeks tot haar wenden. Alle ambtenaren verwijzen indien cliënt contact opneemt met de gemeente naar de adviseur VPT.

De commissie is van oordeel dat cliënt geen redelijk belang heeft bij een beslissing nu ten tijde van de procedure het gebouwenverbod waarop de klacht zich richt inmiddels was opgeheven en er evenmin sprake is van een contactverbod. De zorgaanbieder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat cliënt zich voor hulpvragen kan wenden tot een centraal aanspreekpunt.

Dat aan cliënt na het indienen van de klacht wederom een gebouwenverbod is opgelegd doet in deze procedure niet ter zake nu dit verbod geen onderdeel is van het aanhangig gemaakte geschil.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart cliënt niet ontvankelijk in zijn klachten.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Publieke Gezondheid, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer drs. Th.N.J. van Rijmenam, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 23 juli 2021.