Cliënte heeft haar klacht over de aanpassing van de second opinion ter zitting ingetrokken. De resterende klachten kan de commissie niet behandelen

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 119292

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Klaagster], wonende te [plaats], en Academisch Ziekenhuis Groningen, gevestigd te Groningen,
(verder te noemen: de zorgaanbieder),

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de
Geschillencommissie voor Consumentenzaken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Het geschil is ter zitting behandeld op woensdag 13 maart 2019 te Zwolle.

Klaagster is, vergezeld door haar partner, [naam], ter zitting verschenen. Namens de zorgaanbieder zijn [naam] (psychiater), verder te noemen: [naam psychiater], [naam] (hoofd juridische zaken) ter zitting verschenen.

Onderwerp van het geschil

Het onderwerp van het geschil betreft de door de zorgaanbieder (in de persoon van [naam psychiater]) afgegeven second opinion betreffende psychische problematiek van klaagster.

Bij het vragenformulier, ontvangen op 20 augustus 2018, heeft klaagster het geschil tegen de zorgaanbieder bij de commissie aanhangig gemaakt.

Standpunt van klaagster

Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door klaagster overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Voorts verwijst de commissie – in hoofdlijnen – naar de verklaring van klaagster ter zitting.

Puntsgewijs zijn de klachtonderdelen:
– de second opinion dient te worden aangepast, zodat er sprake is van een professionele tweede mening, omdat:
o in de second opinion sprake is van grove taalfouten;
o de feitelijke toedracht van de gebeurtenissen herhaaldelijk fout is weergegeven;
o de diagnose in de schriftelijke vorm niet overeenkomt met de mondelinge toelichting op de diagnose op 5 januari 2018;
– er dienen consequenties te worden verbonden aan de handelingen en werkhouding van
[naam psychiater].

Klaagster heeft eerst een klacht ingediend bij de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder
(d.d. 7 mei 2018) voordat zij een klacht heeft ingediend bij de commissie.
Dit heeft ook nadat de klacht aan de klachtencommissie van de zorgaanbieder is voorgelegd, niet tot een oplossing geleid.

Het geschil betreft volgens klaagster – in hoofdlijnen – het volgende.

Op 5 januari 2018 heeft [naam psychiater] een mondelinge toelichting op de second opinion gegeven aan klaagster en haar partner. Vervolgens is de second opinion in schriftelijke vorm aan klaagster toegestuurd. Op 22 februari 2018 heeft klaagster [naam psychiater] telefonisch gesproken over haar klachtpunten. Volgens klaagster heeft [naam psychiater] haar telefonisch onder andere medegedeeld dat het verslag van de second opinion niet meer kon worden aangepast, omdat dit in het (computer)systeem niet mogelijk is en dat de second opinion alleen voor klaagster is bedoeld. De taalfouten zouden zijn ontstaan doordat bij het schrijven van de second opinion gebruik is gemaakt van de computer. De door klaagster gestelde onjuiste weergave van de feitelijke toedracht van gebeurtenissen, zou volgens [naam psychiater], wederom om systeemtechnische redenen, niet kunnen worden aangepast. Volgens [naam psychiater] zou het wel mogelijk zijn een aanvulling te doen op de schriftelijke second opinion van een onderwerp dat in de mondelinge toelichting wel en in de schriftelijke second opinion niet aan de orde is gekomen.
Aan de schriftelijke versie van de second opinion zou volgens klaagster onder andere dienen te worden toegevoegd dat er sprake is van een angststoornis of van angsten, die gepaard gaan met een laag zelfbeeld, welke angststoornis door middel van therapie kan worden behandeld.
Volgens klaagster is de mededeling van [naam psychiater] dat de second opinion alleen voor haar is bestemd en er daardoor geen aanpassingen nodig zijn, zeer beledigend, omdat zijzelf weet wat het betekent om je niet te kunnen verweren als zieke en afhankelijke patiënt. Volgens klaagster is het om die reden onacceptabel om onjuiste informatie in een second opinion te laten staan.

Ter zitting heeft klaagster onder andere nog het volgende aangevoerd. Klaagster heeft verklaard dat ze het jammer vindt dat het zover heeft moeten komen. Volgens klaagster dient een professional eerder zijn verantwoordelijkheid te nemen als er fouten worden gemaakt. Volgens klaagster is ze geschrokken van de mededeling dat de second opinion alleen voor haar is bestemd. Er is in dat stadium niet gezocht naar mogelijkheden om haar tegemoet te komen. Eerst nadat klaagster een klacht heeft ingediend, zijn er handreikingen gedaan. Volgens klaagster is er destijds geen navraag gedaan in de organisatie van de zorgaanbieder hoe er wel aan haar verzoeken om wijziging van de second opinion tegemoet kon worden gekomen. Er is aan klaagster medegedeeld dat wijziging niet mogelijk is.

Klaagster heeft verklaard dat haar vertrouwen in deze zorgaanbieder is afgenomen en dat ze overweegt naar een andere deskundige te gaan voor een second opinion. Klaagster heeft verklaard geen herstel van de second opinion meer te willen door deze zorgaanbieder.

Klaagster heeft verklaard in te zien dat in een procedure bij een Geschillencommissie niet kan worden tegemoet gekomen aan het verzoek om consequenties te verbinden aan het functioneren van een zorgaanbieder, in dit geval aan het functioneren van [naam psychiater]. Klaagster ziet af van het voortzetten van dit klachtonderdeel.

Klaagster heeft tijdens de zitting haar eis gewijzigd in die zin dat ze geen herstel van de second opinion meer wenst, maar een vergoeding voor de proceskosten en het terugbetalen aan haar ziektekostenverzekeraar van de kosten van de second opinion.

Standpunt van de zorgaanbieder

Het standpunt van de zorgaanbieder zoals dat uit het de door de commissie ontvangen stukken, in het bijzonder uit de reactie op de bij de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder ingediende klacht, die op 8 juni 2018 is ingekomen bij die klachtenfunctionaris, en – in hoofdlijnen – uit de verklaring ter zitting, blijkt, luidt als volgt.

Ten aanzien van het klachtonderdeel ‘grove fouten in de Nederlandse taal’ heeft [naam psychiater] in zijn schriftelijk verweer verklaard dat anamnese en hetero-anamnese zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst worden weergegeven, waardoor er een verslag ontstaat met daarin delen spreektaal, hetgeen hier en daar wellicht wat vreemd aandoet. Na het nogmaals door de computer laten controleren van de tekst op taalfouten, kwamen er weinig fouten naar voren, aldus [naam psychiater].
[Naam psychiater] heeft verklaard dat het juist is dat een aan de huisarts verstuurde brief een definitieve versie is, omdat het elektronisch patiëntendossier niet toestaat dat een brief na versturing wordt gewijzigd. Het is wel mogelijk een brief opnieuw uit het dossier te halen en er een nieuwe brief van te maken. [Naam psychiater] heeft voorgesteld de nieuwe tekst als Worddocument aan klaagster toe te sturen, klaagster in het document de benodigde taalkundige wijzigingen te laten aanbrengen, waarna het secretariaat van de zorgaanbieder de wijzigingen kan doorvoeren en een nieuwe brief aan klaagster en haar huisarts kan sturen.
Eenzelfde voorstel heeft [naam psychiater] gedaan ten aanzien van de door klaagster gestelde feitelijke onjuistheden, die na aanpassing door klaagster, in de nieuwe brief kunnen worden verwerkt.
[Naam psychiater] heeft verklaard geen formele diagnostiek naar de aanwezigheid van een angststoornis te hebben verricht, omdat de vraag die aan hem voorlag, was of er wel of niet sprake is geweest van schizofrenie en omdat klaagster heeft verklaard dat haar angstklachten, die waarschijnlijk voortkomen uit een laag zelfbeeld, naar tevredenheid werden behandeld door een
EFT- (Emotion-Focused-Therapy)therapeut. [Naam psychiater] is echter bereid in de second opinion (nieuwe brief) een diagnostische bespreking van de angststoornis op te nemen.

Ter zitting heeft [naam psychiater] onder andere verklaard dat de brief al gereed was voordat de bespreking met klaagster en haar partner heeft plaatsgevonden. Volgens [naam psychiater] heeft hij van deze situatie geleerd door, voordat een (definitieve) brief wordt verstuurd aan de huisarts en de patiënt, de brief per email toe te sturen aan de patiënt om deze in de gelegenheid te geven de brief aan te vullen. [Naam psychiater] heeft verklaard dat het op grond van wet- en regelgeving niet is toegestaan brieven aan patiënten te e-mailen, maar dat hij dit sinds kort wel doet.
Volgens [naam psychiater] is inmiddels gebleken dat het met ‘kunst- en vliegwerk’ toch mogelijk is om de brief opnieuw uit het systeem te halen, waarna een nieuwe brief kan worden geschreven.
[Naam psychiater] heeft aan klaagster aangeboden een nieuwe brief te schrijven. Volgens
[naam psychiater] is de klacht een leermoment voor hem geweest en wordt er onderzocht hoe het toesturen van brieven aan patiënten met een verzoek om aanvullingen voordat een brief definitief wordt, ook juridisch goed kan worden afgedekt.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie concludeert dat klaagster het klachtonderdeel ‘de second opinion dient te worden aangepast’ ter zitting heeft ingetrokken. Klaagster heeft verklaard, wegens gebrek aan vertrouwen, geen herstel van de second opinion door de zorgaanbieder meer te wensen. Dit ondanks de verregaande handreikingen door [naam psychiater]. De commissie concludeert dat dit klachtonderdeel door de intrekking niet meer hoeft te worden beoordeeld.

Ten aanzien van het klachtonderdeel ‘er moeten consequenties worden verbonden aan het handelen en de werkhouding van [naam psychiater]’ overweegt de commissie dat klaagster ter zitting heeft verklaard in te zien dat de commissie geen maatregelen kan treffen. Klaagster heeft vervolgens afgezien van het nader toelichten van dit klachtonderdeel, omdat de commissie niet aan haar eis tegemoet kan komen. De commissie gaat ervan uit dat klaagster daarmee dit klachtonderdeel heeft ingetrokken. Voor zover dit niet het geval is, is de commissie van oordeel dat klaagster geen belang meer heeft bij de beoordeling van dit klachtonderdeel door de commissie en dat klaagster
niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel.

De commissie concludeert dat klaagster ter zitting haar eis heeft vermeerderd door vergoeding van de proceskosten en het terugbetalen van de kosten van de second opinion aan haar ziektekostenverzekeraar te verzoeken. De commissie overweegt dat een vermeerdering van de eis in deze stand van de procedure, gelet op de beginselen van een goede procesorde, niet meer mogelijk is. Klaagster had deze eis slechts bij de indiening van het klachtschrift bij de commissie aanhangig kunnen maken. De commissie overweegt ten aanzien van de proceskosten dat indien een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, (een deel van) het klachtgeld aan klaagster wordt vergoed.

De commissie concludeert dat, nu alle klachtonderdelen ofwel zijn ingetrokken, dan wel dat klaagster niet-ontvankelijk is verklaard in de klachtonderdelen, inhoudelijke behandeling van de klachtonderdelen niet meer aan de orde is.
Ten overvloede overweegt de commissie dat indien het klachtonderdeel ‘de second opinion dient te worden aangepast, zodat er sprake is van een professionele tweede mening’ niet zou zijn ingetrokken, de gegrondheid van dit klachteronderdeel er al aan zou zijn ontvallen op het moment dat de klacht bij de commissie werd ingediend, nu er op dat moment al een aanbod van [naam psychiater] lag om alle gewenste aanpassingen in de second opinion door te voeren.

Beslissing

De commissie verklaart klaagster, voor zover zij een klachtonderdeel niet heeft ingetrokken,
niet-ontvankelijk in haar (nog resterende) klacht

Aldus beslist op 13 maart 2019  door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit
de heer mr. M.M. Verhoeven, voorzitter,
mevrouw drs. H. Schaffels en de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, waarbij
mevrouw mr. C. Koppelman als plaatsvervangend secretaris fungeerde.