Cliënte heeft op geen enkele wijze onderbouwing gegeven waarom het coachingstraject ver beneden peil zou zijn geweest. De klacht over het moeten verlaten van de woning zonder doorbemiddeling kan de commissie niet behandelen, omdat deze klacht niet gaat over de door de zorgaanbieder verleende zorg

  • Home >>
  • Geestelijke Gezondheidszorg >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 113672

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Klager], wonende te [plaats], gemachtigde: [naam gemachtigde], en Stichting Leviaan, gevestigd te Purmerend, (verder te noemen: de zorgaanbieder), gemachtigde: [naam gemachtigde zorgaanbieder]

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 27 augustus 2018 te Amsterdam. Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. Klager werd ter zitting bijgestaan door zijn gemachtigde en de heer [naam], regiomanager [naam kantoor gemachtigde]. De zorginstelling werd ter zitting vertegenwoordigd door de gemachtigde, de heer [naam], leidinggevende en mevrouw [naam], [functie].

Onderwerp van het geschil

Het onderwerp van het geschil betreft het project [naam project].
Bij het vragenformulier, ontvangen op 25 april 2018,  heeft klager het geschil aanhangig gemaakt tegen de zorgaanbieder. Klager vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 25.000,–.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door klager overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt van klager op het volgende neer.
Het project [naam project] heeft in de periode 2012 tot en met augustus 2017 plaatsgevonden aan de [straatnaam project] te Koog aan de Zaan. In totaal waren 25 jongeren betrokken bij dit project. Bij het ondertekenen van de overeenkomsten is bij allen, al dan niet met een ouder/verzorger als getuige, mondeling toegezegd dat wanneer zij 52 keer per jaar via Woningnet reageren op een sociale huurwoning doorbemiddeld zouden worden naar een sociale huurwoning voor onbepaalde tijd. Drie van de jongeren zijn daadwerkelijk doorbemiddeld. In deze periode is het project verhuisd naar het [straatnaam] in [plaats].

Puntsgewijs zijn de klachten:
A. De overeenkomsten zijn niet duidelijk opgesteld. De mondelinge toezegging over doorbemiddeling naar andere woning is niet opgenomen in de overeenkomst.
B. De jongeren zijn niet geattendeerd op alle verzekeringen: inboedel- aansprakelijkheid en rechtbijstandsverzekering.
C. Enkele jongeren kwamen financieel niet rond. Zij hebben geen ondersteuning mogen ontvangen en werden niet geattendeerd op sociale voorzieningen zoals een aanvullende uitkering.
D. Het coachingstraject bood geen toegevoegde waarde. De begeleiding was slecht, afspraken werden niet nagekomen en vaak verzet.
E. Wellicht waren de coaches niet vakbekwaam om de hulpvragen van de jongeren te beantwoorden.
F. Regelmatige wisseling van coach waardoor er geen band opgebouwd kon worden. De overdracht van informatie ging niet naar behoren.
G. De sollicitatieprocedure voor de functie “redzamere jongere” is oneerlijk verlopen. Een enkeling heeft geen informtiepakket ontvangen en diegenene die als laatsten bij het project aansloten, kwamen niet in aanmerking.
H. Waarom is er hierarchie gecreëerd binnen de groep met de functie redzamere jongere?
I. De coaches waren niet punctueel of de taken van de redzamere jongeren naar behoren werden uitgevoerd, hetgeen niet op prijs gesteld werd door de groep.
J. De laatste twee redzamere jongenen hebben op aanraden van de gemachtigde van klager in maart 2017 een advocaat kunnen inschakelen. Voor de andere jonngeren kwam het advies te laat. In december 2017 is na de eerste zitting besloten ddat zij mogen blijven wonenn aan de [straatnaam project].
Een en ander heeft ertoe geleid dat de jongeren op straat kwamen met hun verzamelde inboedel. Velen hebben studievertraging opgelopen en de nodige stress ervaren. Door het ontbreken van goede begeleiding zijn een aantal in de schuldhulpverlening terecht gekomen.

Klager verlangt alsnog bemiddeling naar een sociale huurwoning voor onbepaalde tijd met behoud van inschrijfduur bij Woningnet en een urgentieverklaring. Daarnaast verlangt klager een financiële tegemoetkoming voor de geleden schade en nog te lijden schade. Te denken valt aan het huren van opslagruimte voor inboedel, de kosten die voortvloeien uit het uitstellen / verlengen van de studie en psychisch leed.

De jongeren hebben het eerder in hun individuele gesprekken dan wel in groepsgesprekken herhaaldelijk en veelvuldig gehad over hun genoemde problematiek en hun bevindingen en ongenoegen dienaangaande geuit voordat de gemachtigde van klager in beeld kwam. Op de brief namens de ex-bewoners aan de klachtencommissie van de zorgaanbieder d.d. 2 juni 2017 is door de zorgaanbieder nimmer inhoudelijk gereageerd. Er is alleen een uitnodiging voor een gesprek uit voortgevloeid. Het heeft niet geresulteerd in een passende oplossing.
De klachten hebben wel degelijk betrekking op de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is specifiek verantwoordelijk voor de inhoud van de klachten zoals vermeld onder B tot en met H zoals vermeld in de brief van 17 januari 2018. Klager verwijst daarbij naar het gesprek d.d. 14 juli 2017. Het is bekend dat een aantal jongeren in het verleden een advocaat hebben gehad in bepaalde kwesties, dat staat hier echter los van en is hier niet relevant. De jongeren hebben in de praktijk de feitelijke en uitvoerende vakbekwaamheid van de veelvuldig wisselende coaches in meer of mindere mate, als een schromelijke tekortkoming ervaren.

Ter zitting heeft klager zijn klachten nader toegelicht.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorginstelling verwijst de commissie naar het verweer van de zorginstelling d.d. 27 juni 2018.

Klagers hebben eerst in maart 2017 hun zorgen c.q. klachten bij de zorgaanbieder ingediend. Op grond van art. 6 sub b van het reglement dient klager zijn klacht binnen 12 maanden na de datum waarop klager de klacht bij de zorgaanbieder indiende, bij de commissie in te dienen. Het had op de weg van klager gelegen om voor maart 2018 het geschil aanhangig te maken. Klager heeft zijn klacht evenwel eerst in april 2018 bij de commissie ingesteld.
Daarnaast stelt de zorgaanbieder dat voor ontvankelijkheid van de klacht vereist is dat de betreffende klacht betrekking heeft op een overeenkomst tussen de zorgaanbieder en klager. De klachten van klager zien evenwel hoofdzakelijk op de inhoud en de gevolgen van de bewoningsovereenkomst tussen [naam woningcorporatie] en de jongeren. De klachten hebben, indien de zorgaanbieder klager op de juiste wijze heeft begrepen, in hoofdzaak geen betrekking op de overeenkomst gesloten tussen de zorgaanbieder en klager. Dit betreffen de klachten onder A, B en C. In zoverre is klager niet-ontvankelijk in de klachten.
Ingevolge art. 5 lid 1 sub e van het reglement wordt klager niet-ontvankelijk verklaard indien hij geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie. De klachten zien hoofdzakelijk op onvrede over het niet kunnen doorstromen naar een andere woning en dus niet op het door de zorgaanbieder uitgevoerde coachingstraject. De zorgaanbieder staat daar buiten.
Uit de stukken blijkt verder dat klagers reeds een procedure aanhangig hebben gemaakt bij de rechtbank om voor een langere periode in de woning te kunnen verblijven. Op grond van art. 5 sub b dient de commissie klager ambtshalve niet-ontvankelijk te verklaren.
Tot slotte stelt de zorgaanbieder zicht op het standpunt dat de klachten van onder meer klager tot op heden niet, dan wel niet voldoende zijn gespecificeerd. Dit maakt het voor de zorgaanbieder lastig om inhoudelijk en concreet op de klachten die jegens haar zijn geuit te reageren. In de brieven van de gemachtigde van onder meer klager wordt regelmatig in algemeenheden gesproken, sprekend over de klachten van meerdere jongeren (derhalve niet specifiek klager), waarbij de daadwerkelijk inhoudelijke klachten over de zorgaanbieder zelf, lastig te ontwaren zijn. De zorgaanbieder kan derhalve wel in zijn algemeenheid betwisten dat er sprake is van een tekortkoming aan haar zijde, nu zij meent haar verplichtingen behoorlijk te zijn nagekomen en te hebben gehandeld zoals van een redelijk en zorgvuldig handelend zorgverlener mag worden verwacht, maar meer specifiek op concrete stellingen van klager reageren wordt lastig, omdat deze concrete stellingen niet zijn geformuleerd.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

De klachten van klager kunnen in twee onderdelen worden uitgesplitst: (1) de woning moeten verlaten zonder doorbemiddeling en (2) het coachingstraject.

Voor zover de klachten van klager zien op klacht onderdeel (1) is de commissie onbevoegd, nu de klacht (het moeten verlaten van de woning) niet ziet op de door de zorgaanbieder verleende zorg..

Voor zover de klachten van klager zien op onderdeel 2 (het coachingstraject) overweegt de commissie dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Uit het vragenformulier, ontvangen op 25 april 2018 volgt dat klager op 9 juni 2017 voor het eerst zijn klachten aan de zorgaanbieder kenbaar heeft gemaakt. Aldus heeft klager tijdig bij de commissie geklaagd. De klachten van klager worden afgewezen. In de overgelegde stukken is geen enkele onderbouwing gegeven waarom het coachingstraject ver beneden peil zou zijn geweest. Daardoor is de zorgaanbieder evenmin in staat gesteld op de klachten van klager te reageren.

Aangezien niet vast is komen te staan dat er sprake is van een tekortkoming aan de zijde van de zorgaanbieder, is er ook geen grondslag voor het opleggen van een schadevergoeding.
Op grond van het vorenstaande volgt dat de klacht  ongegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd om over onderdeel 1 van de klacht te oordelen;
De commissie verklaart klachtonderdeel 2 ongegrond en wijst het door klager verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg.