Cliënte niet-ontvankelijk in klacht over onzorgvuldige zorgverlening

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 52403/63684

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte klaagt dat de zorgaanbieder op twee locaties geen veilige, doelmatige, doeltreffende en tijdige zorg heeft verleend. Ook was de communicatie slecht. De zorgaanbieder vindt dat de cliënte niet-ontvankelijk is in haar klacht, omdat de cliënte het geschil niet op tijd bij de commissie heeft ingediend. De commissie heeft geconstateerd dat de cliënte op 17 oktober 2019 voor het eerst de klacht kenbaar heeft gemaakt bij de zorgaanbieder. Op grond van het reglement van de commissie moet de cliënt binnen een periode van 12 maanden na het indienen van de klacht bij de zorgaanbieder, de klacht bij de commissie hebben ingediend. De cliënte heeft de klacht op 23 oktober 2020 bij de commissie ingediend. Dit is niet binnen de periode van 12 maanden. De commissie verklaart de cliënte daarom niet-ontvankelijk in haar klacht. De klacht wordt niet verder inhoudelijk behandeld.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënte], wonende te [woonplaats],
gemachtigde [naam] te [plaatsnaam]

en

ViVa! Zorggroep, gevestigd te Heemskerk
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. Cliënte heeft door middel van een melding van een klacht of geschil van 23 oktober 2020 en het vragenformulier Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg van 3 december 2020 een klacht ingediend tegen de zorgaanbieder. Bij brief van 3 maart 2021 heeft de zorgaanbieder gereageerd op die klacht en de commissie verzocht cliënte in haar klacht niet-ontvankelijk te verklaren. Vervolgens heeft cliënte op 14 maart 2021 gereageerd op het niet-ontvankelijkheidsverweer. De commissie heeft besloten eerst te oordelen over de vraag of cliënte al dan niet ontvankelijk is in haar klacht en – indien zij die vraag bevestigend beantwoordt – pas in tweede instantie en op een later tijdstip te oordelen over de inhoud van de klacht. De behandeling van de vraag over de ontvankelijkheid van de klacht heeft buiten aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op de zitting van de commissie van 6 mei 2021 te Den Haag.

Beoordeling van het geschil
Cliënte beklaagt zich erover dat de zorgaanbieder op twee locaties geen veilige, doelmatige, doeltreffende en tijdige zorg heeft verleend. Daarnaast is de communicatie slecht. Voor de verdere inhoud van de klacht verwijst de commissie – kort gezegd – naar de door cliënte overgelegde stukken, dit in verband met de aard van deze beslissing, waarin niet de inhoud van de klacht aan de orde is, maar slechts de voorvraag, of cliënte in haar klacht al dan niet ontvankelijk is. De zorgaanbieder baseert zijn verweer, dat cliënte niet-ontvankelijk is in haar klacht, op het feit dat cliënte haar geschil niet binnen twaalf maanden na de datum waarop de cliënte de klacht bij de zorgaanbieder heeft ingediend bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

De commissie heeft vastgesteld dat cliënte op 28 juni 2018 is opgenomen bij de zorgaanbieder. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de klachten aan de zorgaanbieder op 17 oktober 2019 voor het eerst formeel kenbaar zijn gemaakt. Daarnaast blijkt uit de overgelegde stukken dat op 23 oktober 2020 de klacht aan de commissie is ingediend.

Ingevolge art. 6 lid 1 aanhef en sub b van het vigerende reglement van de Geschillencommissie verklaart de commissie op verzoek van de zorgaanbieder – gedaan bij eerste gelegenheid – de cliënt in zijn klacht niet ontvankelijk indien hij zijn geschil niet binnen 12 maanden, na de datum waarop de cliënt de klacht bij de zorgaanbieder indiende, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

Cliënte heeft haar klacht na het verstrijken bedoelde de twaalf maanden, nadat de klacht schriftelijk aan de zorgaanbieder is voorgelegd, bij de commissie ingediend. Cliënte heeft daarnaast – terwijl dit op haar weg lag – geen feiten en omstandigheden gesteld die maken dat haar ter zake de niet naleving van de hiervoor gestelde termijn redelijkerwijs geen verwijt treft. Dat op 30 oktober 2019 de op 17 oktober 2019 ingediende klacht is bevestigd door de zorgaanbieder maakt dit niet anders.

Uit een en ander volgt dat cliënte op grond van het bepaalde in art. 6 lid 1 aanhef en sub b van het vigerende reglement niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar klacht. Dit betekent dat de commissie niet meer toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Verklaart cliënte niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. I. van der Kamp, secretaris, op 6 mei 2021.