Cliënte voelt zich verminkt door neusoperatie, ongegrond verklaard

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: Inspanningsverplichting    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 131262/143482

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënte is op 7 augustus 2020 geopereerd aan haar neus. Tijdens de operatie zijn er volgens cliënte diverse fouten gemaakt en is er sprake van verminking en blijvend letsel door de operatie. Cliënte stelt dat de operatie niet is uitgevoerd zoals afgesproken, er sprake is van een medische fout, de nazorg onvoldoende is, de klachtafhandeling onjuist was en de arts van de second opinion beïnvloed was door de zorgaanbieder. Cliënte verzoekt om € 15000,- schadevergoeding. Zorgaanbieder stelt dat de operatie zorgvuldig is uitgevoerd, maar dat naderhand een heel zeldzame complicatie is opgetreden. Zorgaanbieder stelt dat de klachtafhandeling niet helemaal volgens de regels der wet is verlopen, maar cliënte uiteindelijk wel heeft verwezen naar een klachtenfunctionaris. De commissie oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat er fouten zijn gemaakt of dat er onzorgvuldig is gehandeld in en bij de behandeling. De commissie oordeelt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn en wijst de vordering tot schadevergoeding af.

De uitspraak

in het geschil tussen

[cliënte], wonende te [woonplaats]

en

Stichting Kliniek Oud Zuid, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 15 september 2022 via Zoom.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Cliënte is ter zitting verschenen.

Namens de zorgaanbieder zijn mevrouw [naam] (advocaat) en de heer [naam] (behandelend arts) ter zitting verschenen.

Onderwerp van het geschil
De door cliënte gestelde verminking en blijvend letsel als gevolg van een door de zorgaanbieder verrichte neuscorrectie en de gebrekkige nazorg door de zorgaanbieder.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en de verklaring ter zitting. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In verband met het feit dat cliënte op 19 december 2019 met haar neus op een tafel is gevallen, diende er een neusoperatie plaats te vinden. Daarnaast wilde cliënte graag enkele cosmetische aanpassingen (neustip en neusgaten) aan haar neus laten doen.
Cliënte is op de dag van de val behandeld in het [naam ziekenhuis] te Amsterdam. Volgens de behandelend arts aldaar kon de neus alleen recht worden gezet door hem opnieuw te breken.
Op 7 augustus 2020 is cliënte door de heer [naam] die werkzaam is voor de zorgaanbieder, geopereerd aan haar neus.

Volgens cliënte zijn er diverse fouten gemaakt tijdens de operatie en is er sprake van verminking en blijvend letsel door de operatie. Cliënte heeft haar klacht onderverdeeld in de volgende onderdelen:
1. de operatie is niet uitgevoerd zoals vooraf afgesproken. Volgens cliënte zou haar neus opnieuw worden gebroken, terwijl dokter [naam] gebruik heeft gemaakt van een vijltechniek. Volgens cliënte heeft zij tijdens, in ieder geval twee aan de operatie voorafgaande, consulten en in een e-mail aan dokter [naam] medegedeeld dat haar voorkeur uitging naar het breken van de neus;
2. er is sprake van een medische fout waardoor onder andere:
• een gat in het neustussenschot is ontstaan;
• de neusgaten niet meer symmetrisch zijn;
• het reukvermogen en het slijmvlies is aangetast;
• de neus veel schever is dan vóór de operatie;
• er sprake is van zichtbaar bot uit het neusgat;
• cliënte veel meer en nieuwe klachten heeft dan vóór de operatie (nu o.a. verstoppingen, korsten, een loop- en drupneus);
• om vorenstaande zoveel mogelijk te verhelpen, er een hersteloperatie dient plaats te vinden;
3. de nazorg was onvoldoende. Cliënte moest onterecht stoppen met medicatie ter behandeling van een ontsteking. Dokter [naam] ontkent dat hij niet reeds op 25 september 2020 wist dat er sprake was van een gat in het tussenschot. Dokter [naam] heeft geen informatie over de operatie, de ontsteking en medicatie aan de huisarts van cliënte gestuurd;
4. de klachtafhandeling vond niet plaats door een onafhankelijke/onpartijdige klachtenfunctionaris, maar door een medewerkster van de kliniek, genaamd [naam], die zich in eerste instantie heeft voorgedaan als klachtenfunctionaris en dit later heeft ontkend;
5. de arts die de second opinion heeft uitgevoerd (dokter [naam] van het [naam zorginstelling]), is beïnvloed door de zorgaanbieder. Dokter [naam] bleek volgens cliënte collega te zijn van een mede-eigenaar van de kliniek van de zorgaanbieder (dokter [naam]). Dokter [naam] wilde cliënte ineens niet meer opereren.

Cliënte verzoekt in totaal € 15.000,– aan schadevergoeding aan haar toe te kennen, waaronder
€ 10.000,– voor de operatie en smartengeld en € 3.471,67 voor kosten die reeds zijn betaald door de verzekeringsmaatschappij.

Cliënte heeft verklaard dat ze twee weken na de operatie al wist dat er ‘een stuk vlees weg was’ in haar neus, aangezien bij het spoelen van de neus, de vloeistof die zij in het ene neusgat inspoot, er uit het andere neusgat uitkwam. Volgens cliënte heeft ze dit aan dokter [naam] gemeld. Volgens cliënte wist dokter [naam] het in ieder geval bij het consult op 25 september 2020.

Volgens cliënte heeft [naam] zich vanaf de indiening van de klacht bij de zorgaanbieder gemanifesteerd als klachtenfunctionaris en is in het gespreksverslag van 31 december 2020 vermeld dat het gesprek heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de klachtenfunctionaris.

Cliënte heeft verklaard dat zij dokter [naam], zonder tussenkomst van dokter [naam], heeft benaderd voor een second opinion. Dokter [naam] heeft echter het operatieverslag van de operatie door dokter [naam] gelezen en wist volgens cliënte daardoor dat het om een arts van de zorgaanbieder ging.

Volgens cliënte zijn van begin af aan haar klachten gebagatelliseerd. Cliënte heeft verklaard nog steeds een hersteloperatie te wensen. Cliënte heeft geïnformeerd bij het [naam ziekenhuis] en vernomen dat een eerste consult binnen een half jaar kan plaatsvinden, maar dat er voor een operatie een wachtlijst is van vijf jaar.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en de verklaring ter zitting. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Volgens dokter [naam] heeft hij de operatie zorgvuldig uitgevoerd, zoals hij altijd doet, maar is er naderhand een heel zeldzame complicatie opgetreden.
Op 21 augustus 2020 werd tijdens een consult een geïrriteerd plekje op het tussenschot gezien. Tijdens een controle op 25 september 2020 werd een hoge ontsteking met korsten op het tussenschot geconstateerd. In verband met deze ontsteking werd nog een week antibiotica voorgeschreven. Op
23 oktober 2020 heeft cliënte een email aan de zorgaanbieder gestuurd waarin zij onder andere heeft opgemerkt dat er een gat in het tussenschot is ontstaan. Voorts heeft cliënte in de email haar medisch dossier opgevraagd. Naar aanleiding van de opmerking dat er sprake is van een gat in het tussenschot, heeft dokter [naam] voorgesteld op korte termijn een (telefonische) afspraak in te plannen. Volgens dokter [naam] was dat de eerste keer dat hij over het gat in het tussenschot hoorde. Op 31 oktober 2020 heeft cliënte een klacht ingediend bij de zorgaanbieder. Op 31 december 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen cliënte, dokter [naam] en een andere medewerker van de zorgaanbieder. Volgens dokter [naam] heeft hij op 31 december 2020 voor het eerst zelf het gat in het neustussenschot waargenomen. Dokter [naam] heeft de huisarts geïnformeerd over de gang van zaken. Vervolgens is er volgens de zorgaanbieder enige verwarring ontstaan over hoe de klachtbehandeling verder in zijn werk zou gaan. Op 4 maart 2021 heeft de zorgaanbieder aan cliënte een e-mail gestuurd waarin is medegedeeld dat de medewerkers van de zorgaanbieder geen klachtenfunctionaris zijn, maar dat cliënte bij [naam website] terecht kan voor een klachtenprocedure. Vervolgens heeft de zorgaanbieder eerst weer van cliënte vernomen nadat zij een klacht bij de commissie had ingediend.

Volgens de zorgaanbieder is de operatie zorgvuldig uitgevoerd en blijkt uit niets dat de klachten die cliënte thans stelt te ondervinden, het gevolg zijn van de operatie.
Dokter [naam] heeft verklaard dat hij vooraf aan de operatie niet heeft medegedeeld dat hij de neus opnieuw zou breken. Volgens dokter [naam] zijn de voor- en nadelen van beide technieken besproken en kiest hij tijdens de operatie voor de techniek waarvan hij het beste resultaat verwacht. Volgens dokter [naam] was hem de uitdrukkelijke wens van cliënte dat de neus opnieuw moest worden gebroken, onbekend. Volgens hem verliep de communicatie met cliënte moeizaam en heeft hij ook tegen haar gezegd dat het wellicht beter was de operatie niet te laten plaatsvinden.

Volgens dokter [naam] heeft hij zes weken na de operatie korsten op het tussenschot gezien, maar heeft hij geen gat gezien. Dokter [naam] heeft verklaard dat naar alle waarschijnlijkheid onder die korsten het gat heeft gezeten. Volgens dokter [naam] had hij het niet anders kunnen aanpakken. Hij moest sowieso wachten tot de perforatie tot rust was gekomen en had daarna pas de perforatie met een hersteloperatie dicht kunnen maken. Dokter [naam] heeft verklaard dat hij cliënte destijds opnieuw antibiotica heeft voorgeschreven. Volgens dokter [naam] is de zorgaanbieder nog steeds bereid de perforatie in het tussenschot te dichten.

Volgens de zorgaanbieder is de klachtafhandeling niet helemaal volgens de regels der wet verlopen, maar heeft er een gesprek plaatsgevonden met dokter [naam] en is er uiteindelijk verwezen naar een klachtenfunctionaris. Volgens de zorgmanager ([naam]) die de klacht heeft ingenomen, heeft zij zich niet gepresenteerd als klachtenfunctionaris. De werkwijzen op het vlak van de klachtenafhandeling zijn aangescherpt.

Dokter [naam] heeft verklaard dat hij geen contact heeft gehad met dokter [naam] en/of dokter [naam] over de casus van cliënte. Dokter [naam] heeft cliënte ook niet geadviseerd een second opinion aan dokter [naam] te vragen. De second opinion heeft zich buiten het zicht van dokter [naam] en de zorgaanbieder afgespeeld.

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt als volgt.

Bij de beoordeling van de klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen cliënte en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW).
De commissie dient te oordelen of de zorgaanbieder is tekortgeschoten in het nakomen van de behandelovereenkomst met cliënte.

De commissie heeft de klacht onderverdeeld in de vijf hiervoor genoemde klachtonderdelen en zal deze in die onderverdeling behandelen.
Voorafgaande aan die behandeling overweegt de commissie dat cliënte ter zitting in de gelegenheid is gesteld de vindplaatsen van een e-mail en een verslag door te geven aan de commissie en dit voor het einde van de week volgend op de week waarin de zitting plaatsvond. De commissie heeft binnen een week een bericht van anderhalve bladzijde met veel meer informatie dan de gevraagde vindplaatsen toegestuurd gekregen en heeft aan cliënte medegedeeld dat haar bericht niet in behandeling wordt genomen. Cliënte is nogmaals verzocht slechts de twee vindplaatsen door te geven. Cliënte is hiertoe niet overgegaan, zodat de e-mail en het verslag niet bij de beoordeling van de klacht zullen worden betrokken.

Klachtonderdeel 1: de neus is gevijld in plaats van gebroken
De commissie is van oordeel dat cliënte niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij uitdrukkelijk aan dokter [naam] heeft medegedeeld dat zij haar neus opnieuw gebroken wilde hebben in plaats van dat de neus zou worden gevijld. Volgens cliënte is er sprake van een e-mail waarin zij dat heeft bevestigd, maar cliënte heeft – ondanks dat zij daartoe ruimschoots in de gelegenheid is gesteld – de vindplaats daarvan niet doorgegeven.

Klachtonderdeel 2: er zijn medische fouten gemaakt
De commissie concludeert dat de perforatie in het neustussenschot het gevolg is van een zeldzame complicatie, te weten een infectie. De perforatie is niet het gevolg van een tijdens de operatie gemaakte fout. Een perforatie hoeft ook niet tot klachten te leiden. Voor zover cliënte van mening is dat het gat in het tussenschot klachten veroorzaakt, is de zorgaanbieder bereid dit gat door middel van een hersteloperatie te dichten. De commissie is van oordeel dat ook voor het overige niet aannemelijk is gemaakt dat er fouten zijn gemaakt tijdens de operatie en volgt cliënte niet in het zichtbare deel van de door haar gestelde klachten, zoals de gestelde asymmetrie van de neusgaten, het uit het neusgat stekende bot en de scheefstand van de neus. De commissie is van oordeel dat het tussenschot goed staat en de littekens aan de buitenkant van de neus beperkt zijn. De commissie is van oordeel dat er een acceptabel resultaat is bereikt.

Klachtonderdeel 3: de nazorg was onvoldoende
Volgens cliënte moest zij stoppen met antibiotica ter behandeling van een ontsteking. De commissie is van oordeel dat door de korsten in de neus niet kon worden vastgesteld of er al dan niet sprake was van een infectie. Dokter [naam] heeft cliënte op 25 september 2020 nog wel een keer antibiotica voorgeschreven. De commissie is voorts van oordeel dat cliënte niet aannemelijk heeft gemaakt dat dokter [naam] voor haar
e-mail van 23 oktober 2020 op de hoogte was van een mogelijke perforatie in het tussenschot. Evenmin is gebleken dat dokter [naam] de huisarts van cliënte niet heeft geïnformeerd over de operatie en het medische verloop daarna.

Klachtonderdeel 4: klachtafhandeling niet door onafhankelijke klachtenfunctionaris
De commissie concludeert dat cliënte eerst in een laat stadium naar de onafhankelijke klachtenfunctionaris is verwezen. Of zorgmanager [naam] zich in eerste instantie heeft voorgedaan als klachtenfunctionaris, kan de commissie niet vaststellen. De commissie concludeert dat de klachtafhandeling door de zorgaanbieder, zoals de zorgaanbieder ook heeft erkend, niet geheel volgens de regels der wet is verlopen, maar is van oordeel dat cliënte door de gang van zaken niet in haar klachtrecht is beperkt.

Klachtonderdeel 5: de arts van de second opinion is beïnvloed door de zorgaanbieder
Cliënte heeft niet aannemelijk gemaakt dat de arts die de second opinion heeft uitgevoerd, is beïnvloed door dokter [naam] of de zorgaanbieder. Voor de commissie staat namelijk vast dat cliënte deze arts zonder inmenging van dokter [naam] en de zorgaanbieder heeft benaderd en voor het overige is niet gebleken van feiten of omstandigheden waar de door haar gestelde beïnvloeding op zou kunnen worden gebaseerd.

De commissie verklaart de klacht op grond van vorenstaande overwegingen in alle klachtonderdelen ongegrond. Niet aannemelijk is geworden dat er fouten zijn gemaakt of dat er onzorgvuldig is gehandeld in en bij die behandeling. De commissie is van oordeel dat het zichtbare deel van de door cliënte gestelde klachten niet aannemelijk is gemaakt en dat de overige gestelde klachten, nu er geen fouten of onzorgvuldig handelen is vastgesteld, niet onomstotelijk het gevolg zijn van de operatie en de nazorg. De commissie wijst cliënte er tenslotte op dat de zorgaanbieder bereid is een hersteloperatie voor zijn rekening te verrichten, te weten het dichten van het gat in het neustussenschot.

Vordering tot schadevergoeding

Voor een aanspraak op schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelovereenkomst. Nu de commissie geen tekortkomingen in de nakoming van de behandelovereenkomst heeft vastgesteld, kan er niet worden gesproken van tekortschieten dat heeft geleid tot schade. De vordering tot vergoeding van schade zal dan ook worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer dr. J.F.A. van der Werff, de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. C. Koppelman, secretaris, op 15 september 2022.