Cliënte wil met haar klacht bereiken dat de Inspectie een grondig onderzoek verricht naar de maaltijdbereiding bij de zorgaanbieder. Omdat de Inspectie heeft aangegeven dat niet te zullen doen en de commissie de Inspectie dat niet kan opdragen, kan de klacht niet worden behandeld

  • Home >>
  • Verpleging Verzorging en Geboortezorg >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 119802

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënte], wonende te [plaats], en Stichting Samen Zorgen, gevestigd te Herveld, (verder te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken. Partijen zijn voor deze zitting niet uitgenodigd omdat zij hebben aangegeven geen mondelinge behandeling te wensen. Het geschil is behandeld op 7 november 2018 te Den Haag.

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de kwaliteit van de maaltijdbereiding in verzorgingshuis Liefkenshoek, de locatie van de zorgaanbieder in Heteren, waar de cliënte verblijft.

Standpunt van de cliënte

De klacht van de cliënte luidt in hoofdzaak als volgt. In september 2017 heeft de zorgaanbieder het “Handvest voor duurzaam en gezond eten” onderschreven, maar heeft geen enkel punt van de daarin genoemde acht punten waargemaakt. In de e-mailberichten van 17 en 27 augustus 2018 die de cliënte aan de zorgaanbieder heeft gestuurd, worden enkele voorbeelden genoemd, waaronder het maar drie dagen per week koken (zodat op andere dagen eerder gekookt eten wordt opgewarmd) en het zelden serveren van seizoensvers eten. De cliënte heeft in die e-mailberichten de zorgaanbieder dringend verzocht de Inspectie voor de Volksgezondheid (hierna: de Inspectie) op korte termijn hiervan in kennis te stellen.

De cliënte verlangt in de onderhavige procedure dat de Inspectie zo spoedig mogelijk een grondig onderzoek instelt naar de wijze waarop de maaltijden worden bereid in Liefkenshoek.

Standpunt van de zorgaanbieder

Het standpunt van de zorgaanbieder luidt in hoofdzaak als volgt. Met instemming van de cliëntenraad, de ondernemingsraad en met goedkeuring van de Raad van Toezicht heeft de zorgaanbieder het – samen met Stichting Diverzio uitgewerkte – “Toekomstbestendig plan en voedingsvisie Stichting Samen Zorgen” (hierna: het plan) uitgevoerd. In oktober 2017 is het nieuwe voedingsconcept, te weten: ‘Duurzaam en gezond aan tafel’, in Liefkenshoek ingevoerd.

De teamleider voedingsdienst heeft vervolgens meerdere malen contact gehad met de cliënte in verband met haar klachten over het eten. In januari 2018 heeft de chef-kok aan de cliënte het proces uitgelegd, een rondleiding in de keuken gegeven en laten zien dat verse producten worden gebruikt. De cliënte bleef ontevreden en heeft vervolgens een klacht ingediend bij de burgemeester van de gemeente [naam]. In augustus 2018 heeft de cliënte contact opgenomen met [naam], voorzitter van de klachtencommissie van zorgaanbieder, die namens de cliënte een klachtbrief heeft gestuurd naar de Inspectie. Bij brief van 7 september 2018 heeft de Inspectie medegedeeld dat de toegestuurde informatie geen aanleiding geeft om een onderzoek in te stellen. Daarbij is ook vermeld dat de Inspectie niet tot taak heeft om individuele klachten op te lossen of hier een oordeel over te geven.

De zorgaanbieder stelt samenvattend dat het nieuwe voedingsconcept het resultaat is van een zorgvuldige procedure van onderzoek, besluitvorming, voorbereiding en invoering. Ook na het bericht van de Inspectie is getracht om met de cliënte in gesprek tot een maatwerk-oplossing te komen, maar dit is helaas niet gelukt.

Beoordeling van het geschil

Voordat de commissie toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht, dient zij te beoordelen of de cliënte in haar klacht kan worden ontvangen.

Op grond van artikel 5, sub e, van het Reglement van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg verklaart de commissie de cliënt in zijn geschil ambtshalve niet-ontvankelijk, indien de cliënt geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie.

De commissie betrekt het navolgende in haar overwegingen. De cliënte heeft geklaagd over de maaltijdbereiding bij de zorgaanbieder en wenst in dat kader dat de Inspectie hier een grondig onderzoek naar doet. De voorzitter van de klachtencommissie heeft over de maaltijdbereiding namens cliënte een brief gestuurd aan de Inspectie. De commissie stelt vast dat de Inspectie in antwoord hierop bij brief van 7 september 2018 heeft bericht dat geen aanleiding bestaat de melding van de cliënte te onderzoeken. Dit omdat geen sprake is van een calamiteit of anderszins verplichte melding, en de melding onvoldoende aanleiding vormt om aan te nemen dat de algemene kwaliteit van zorg of cliëntveiligheid ernstig in het geding is. Voorts is in de brief vermeld dat de Inspectie niet tot taak heeft om individuele klachten op te lossen of hier een oordeel over te geven.

Nu de cliënte met haar klacht wenst te bereiken dat de Inspectie een grondig onderzoek verricht, de Inspectie reeds heeft aangegeven hier niet toe over te gaan en de commissie de Inspectie niet kan opdragen dit wel te doen, ontbreekt een redelijk belang bij de klacht.

Nu het belang voor de cliënte bij een uitspraak van de commissie ontbreekt, dient zij in haar klacht
niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de cliënte niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg op 7 november 2018.