Commissie niet bevoegd, omdat er geen zorgovereenkomst is tussen klager en zorgaanbieder

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 105910

De uitspraak:

In het geschil tussen

Klager en Stichting Vivantes Zorggroep, gevestigd te Geleen (verder te noemen: de zorgaanbieder)

Behandeling van het geschil

De Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Op 11 januari 2017 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling plaatsgevonden.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen, omdat uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of klager in zijn klacht ontvankelijk is. Partijen zijn van deze procedurele gang van zaken op de hoogte gesteld.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de stopzetting van de omgangsregeling tussen klager en zijn vrouw die bij de zorgaanbieder verblijft.

Klager heeft op 9 mei 2016 de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Standpunt van de klager

Klager heeft zijn klachten vermeld in het door hem op 28 september 2016 ingevulde klachtenformulier. Bij brief van 4 januari 2017 heeft klager gereageerd op het standpunt van de zorgaanbieder dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn klacht.
Kort en zakelijk weergegeven stelt klager zich op het standpunt dat hij ontvankelijk is in zijn klacht. De klachtencommissie van de zorgaanbieder heeft in haar uitspraak overwogen dat klager de mogelijkheid heeft om van de uitspraak beroep in te stellen bij de commissie, wat klager heeft gedaan. Tijdens de procedure bij de klachtencommissie is niet aangevoerd dat klager niet-ontvankelijk zou zijn in zijn klacht. De zorgaanbieder is nu te laat met dit verweer. Tot 16 augustus 2016 was klager de enige persoon die als wettelijk vertegenwoordiger voor zijn vrouw kon optreden.
De klacht heeft ook te maken met het belang van de vrouw van klager, die bij de zorgaanbieder verblijft. Zowel klager als zijn vrouw willen een goede omgangsregeling zoals deze was vóór 24 april 2016.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar het verweerschrift van de zorgaanbieder van 20 december 2016 en de brief van 10 januari 2017.
De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de commissie niet bevoegd is de klacht te behandelen. Volgens de zorgaanbieder is de commissie niet bevoegd. De zorgaanbieder en klager zijn niet de bevoegdheid van de commissie overeengekomen, wat wel vereist is. Klager is niet in zorg bij de zorgaanbieder. De klacht heeft geen betrekking op de door de zorgaanbieder aan de vrouw van klager verleende zorg.
Dat de klachtencommissie onderaan haar uitspraak verwijst naar de commissie, maakt het voorgaande niet anders. De klachtencommissie vertegenwoordigt niet de zorgaanbieder.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het
volgende.

De commissie dient zich eerst uit te spreken over de vraag of zij bevoegd is het geschil inhoudelijk te behandelen.

Tussen klager en de zorgaanbieder is geen zorgovereenkomst gesloten. De vrouw van klager verblijft bij de zorgaanbieder, maar de zorg die haar wordt geboden maakt geen onderdeel uit van de klacht. De klacht is gericht op de omgangsregeling zoals deze tot april 2016 tussen klager en zijn vrouw gold.
Klager wordt niet gevolgd in zijn stelling dat hij tot voor kort de wettelijke vertegenwoordiger was van zijn vrouw. Uit de stukken blijkt dat de vrouw van klager een bewindvoerder en een curator heeft en dat zij daarvoor werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].

De klachten- en Geschillencommissie van Vivantes Zorggroep heeft op 9 mei 2016 uitspraak gedaan naar aanleiding van de door klager ingediende klacht. Onderaan deze uitspraak wordt klager erop gewezen dat hij binnen drie maanden na ontvangst van de uitspraak in beroep kan gaan bij de  commissie. De commissie dient evenwel zelfstandig te beoordelen of zij bevoegd is om een haar voorgelegd geschil te behandelen. Zij is niet gebonden aan een oordeel daaromtrent van een klachtencommissie. 

Nu tussen klager en de zorgaanbieder geen overeenkomst is gesloten en zij niet zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen, is de commissie gelet op artikel 4 van het reglement Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Thuiszorg onbevoegd het aanhangig gemaakte geschil te behandelen.

Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Thuiszorg, op 11 januari.