Commissie: CommissieVoertuigen
Categorie: Bevoegdheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
511215/779472
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over een Renault Captur uit 2015, gekocht op 22 november 2022 voor €13.950. Kort na aankoop verscheen een foutmelding “kans op motorschade” en ontstond discussie over garantie en facturering. Hoewel de consument stelde dat de auto privé was betaald en niet zakelijk werd gebruikt, bleek uit de overeenkomst en financieringsdocumenten dat de aankoop op naam van zijn bedrijf stond. Omdat de Geschillencommissie Voertuigen uitsluitend geschillen tussen consumenten en ondernemers behandelt, en hier sprake was van een zakelijke transactie, verklaarde de commissie zich op 16 mei 2025 onbevoegd om het geschil inhoudelijk te behandelen.
De volledige uitspraak
ONBEVOEGDVERKLARING
Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 22 november 2022 tussen de consument dan wel het bedrijf van de consument en de ondernemer totstandgekomen overeenkomst, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot het leveren van een auto (Renault Captur, bouwjaar 2015) tegen een daarvoor te betalen prijs van in totaal € 13.950, –.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De inhoudelijke klacht is – in het kort – dat de bij de ondernemer gekochte auto een foutmelding “kans op motorschade” kreeg, voor reparatie naar de ondernemer is gebracht maar dat nogal moeilijk werd gedaan over de garantie. Hierin heeft de ondernemer uiteindelijk enigszins geschikt, maar pas een week na het ophalen van de auto kwam de factuur, waarin stond dat er een onderhoudsbeurt was gedaan terwijl dit nooit was afgesproken.
Ten aanzien van de vraag of dit een particuliere aankoop is of dat dit een bedrijfsmatige aankoop is, heeft de consument als volgt gereageerd. In het contract staat inderdaad de bedrijfsnaam. De consument heeft deze echter middels zijn privérekening betaald. De auto valt tevens ook niet onder de bedrijfsboedel en wordt ook niet zodanig gebruikt.
Geen standpunt van de ondernemer
De ondernemer is door de commissie verzocht om te reageren en eventueel verweer te voeren naar aanleiding van de inhoudelijke klacht van de consument. Ondernemer heeft geen verweer gevoerd. Uit eigen beweging heeft de commissie een voorbeslissing ingepland om te bepalen of de klacht van de consument in behandeling wordt genomen en of de procedure wordt voortgezet.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie moet allereerst ambtshalve onderzoeken of zij bevoegd is van deze zaak kennis te nemen. De commissie heeft namelijk op grond van haar reglement tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten. Volgens het reglement is een consument de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Het gaat er in deze zaak dus om of de consument de overeenkomst als natuurlijk persoon is aangegaan of dat hij daarbij in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld.
In dat verband is het volgende van belang. Op de overeenkomst met de ondernemer staat alléén de bedrijfsnaam vermeld, en níet de eigen naam van de consument. Dat is in wezen eigenlijk al beslissend in die zin dat het bedrijf de contractspartij is en niet de consument zelf als natuurlijk persoon. Hij heeft namelijk kennelijk gehandeld in de uitoefening van zijn bedrijf. Dat wordt ook bevestigd in de financieringsovereenkomst/financiële leaseovereenkomst. Daarin is als partij vermeld de naam van de consument “h/o”, oftewel handelend onder, gevolgd door de bedrijfsnaam. De commissie heeft verzocht om een bankafschrift naar aanleiding van het bericht dat de auto van zijn privérekening is betaald, maar dat heeft de consument niet ingestuurd. Al met al is de conclusie dat de koopovereenkomst tussen twee bedrijven is gesloten en dat de commissie dus niet bevoegd is om inhoudelijk te beslissen over het tussen partijen ontstane geschil.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter, de heer R. Vlasveld, de heer A. van Aldijk, leden, op 16 mei 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.