Commissie onbevoegd bij klacht over onvrijwillige zorg

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1151877/1314222

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil gaat over de voorwaarden die de zorgaanbieder stelt aan het bezoek van cliënt aan het steunpunt, een ontmoetingsruimte binnen de woonlocatie. Cliënt vindt de verplichting om vooraf toestemming te vragen een beperking van de vrijheid. De zorgaanbieder stelt dat deze voorwaarden nodig zijn voor de veiligheid en het welzijn van alle betrokkenen en dat het geen vrijheidsbeperkende maatregel is. De commissie oordeelt dat sprake is van verzet tegen deze voorwaarden, waardoor sprake is van onvrijwillige zorg in de zin van de Wet zorg en dwang (Wzd). Omdat klachten over onvrijwillige zorg via een aparte Wzd-klachtenregeling moeten worden behandeld, verklaart de commissie zich onbevoegd om het geschil inhoudelijk te beoordelen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: cliënt)

en

Stichting SIG, organisatie voor ondersteuning van mensen met een beperking, gevestigd te Beverwijk
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de voorwaarden die de zorgaanbieder heeft gesteld aan het bezoek van cliënt aan het steunpunt, een ruimte van de zorgaanbieder.

Standpunt van cliënt

Voor het standpunt van cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht van cliënt ziet op beperking van zijn vrijheid. Cliënt gaat graag naar het steunpunt van de zorgaanbieder, maar cliënt moet dan eerst toestemming vragen. Cliënt mag niet zonder begeleiding op het steunpunt zijn. Deze regels gelden voor cliënt en niet voor andere bewoners van de zorginstelling.

Cliënt heeft hierover geklaagd, maar zelfs met hulp van de cliëntvertrouwenspersoon en de klachtenfunctionaris zijn cliënt en de zorgaanbieder er niet uitgekomen. Cliënt klaagt dat de opgelegde maatregel onder de Wet zorg en dwang (hierna Wzd) valt. Cliënt verzet zich tegen de opgelegde maatregel.

Cliënt wil op eigen tijd, wijze en voorwaarden naar het steunpunt kunnen gaan.

Ter zitting heeft de cliëntvertrouwenspersoon benadrukt dat de opgelegde maatregel moet worden aangemerkt als zorg onder de Wzd. De cliëntvertrouwenspersoon merkt op dat cliënt het van groot belang vindt dat het verzet tegen deze maatregel wordt erkend.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het steunpunt binnen de woonlocatie is een openbare ontmoetingsruimte, vergelijkbaar met een buurthuis. Hier wordt geen zorg verleend, maar staan ontmoeting en gemeenschapsvorming centraal.

Cliënten van de zorgaanbieder hebben gezamenlijk regels opgesteld om het gebruik van deze ruimte prettig en veilig te houden. Cliënt ervaart moeite met het naleven van deze afspraken, hetgeen in het verleden heeft geleid tot spanningen en gevoelens van onveiligheid bij andere cliënten. Gezien het indrukwekkende voorkomen van cliënt en eerdere incidenten (waaronder een handgemeen) heeft dit geleid tot angst en vermijding bij medebewoners.

Om die reden is bepaald dat er altijd begeleiding aanwezig is wanneer cliënt in het steunpunt verblijft. De aanwezigheid van begeleiding in het steunpunt betreft geen vrijheidsbeperking in de zin van de Wzd maar is een ondersteunende en regulerende maatregel. Cliënt behoudt zijn vrijheid om het steunpunt te bezoeken, mits dit gebeurt binnen het begeleidingskader dat voor hem helpend is gebleken.

In samenwerking met de gedragsdeskundige en op basis van observaties is er een signaleringsplan opgesteld ter ondersteuning van cliënt. Dit plan is gericht op het bevorderen van het welzijn van cliënt en het voorkomen van overprikkeling in sociale situaties. De formulering ervan is in september 2024 aangepast om beter aan te sluiten bij de beleving van cliënt. Er is geen sprake van beperking in bewegingsvrijheid noch van dwang of drang.

Het signaleringsplan (met gebruik van de kleuren groen-oranje-rood), geeft handvatten aan cliënt en de begeleiding om de mate van spanning of ontregeling in te schatten en daar regulerend op te handelen. Zodra cliënt zich in de ‘groene fase’ bevindt, wordt de interventie beëindigd. Deze werkwijze is in samenspraak met de gedragsdeskundige en mentor van cliënt tot stand gekomen.

Tijdens de zitting heeft de zorgaanbieder benadrukt dat cliënt zorg in natura ontvangt en dat de zorgaanbieder geen zorg levert die onder de Wzd valt. Indien de commissie oordeelt dat het signaleringsplan een maatregel is die onder de Wzd valt, kan de zorgaanbieder de zorg in natura niet voortzetten. De zorg die cliënt ontvangt zal dan omgezet worden. Als het signaleringsplan wordt gezien als een Wzd maatregel, kan cliënt mogelijk het steunpunt niet langer bezoeken. In de situatie dat cliënt geen zorg in natura meer ontvangt vanuit de zorgaanbieder heeft dit geen gevolgen voor zijn huisvesting.

Juridisch kader
De zorgaanbieder benadrukt dat er geen sprake is van toepassing van de Wzd. De zorgaanbieder is een semimurale setting waarbij zij het uitgangspunt hanteert geen inzet te doen die onder de Wzd valt. Mede vanwege het feit dat de zorgaanbieder ook geen behandeling in het kader van de Wzd kan bieden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van cliënt ziet op de beperking van zijn vrijheid om het steunpunt op een door hem gewenst moment en op de door hem gewenste wijze, zonder voorwaarden, te bezoeken. Het steunpunt betreft een door de zorgaanbieder gehuurde ruimte die is bedoeld voor ontmoeting. Vaststaat dat bij het steunpunt geen zorg of begeleiding wordt verleend.

De commissie stelt voorop dat zij op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) bevoegd is om te oordelen over geschillen die betrekking hebben op gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening. Geschillen die zien op onvrijwillige zorg, bijvoorbeeld in het kader van de Wzd, vallen buiten de bevoegdheid van de commissie. Voor dergelijke zaken voorziet de Wzd immers in een eigen klachtenregeling.

Op basis van de overlegde stukken en het besprokene ter zitting heeft de commissie vastgesteld dat cliënt zich verzet tegen de door de zorgaanbieder gestelde voorwaarden met betrekking tot het bezoek aan het steunpunt. Dat het signaleringsplan vrijwillig en in samenspraak met cliënt, de mentor er de gedragsdeskundige tot stand is gekomen laat onverlet dat cliënt zich hier op een later moment tegen kan verzetten. De wil van cliënt is hierin leidend. Cliënt verzet zich tegen de voorwaarden die eerder in samenspraak met cliënt zijn opgesteld. Het verzet tegen de gestelde voorwaarden dient te worden aangemerkt als onvrijwillige zorg als bedoeld in artikel 2 Wzd. Dit heeft tot gevolg dat de commissie in deze niet bevoegd is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer drs. P. Quaedvlieg, mevrouw mr. O.A.M. Floris, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. B.E. Leenhouts, secretaris, op 23 april 2026.

Opslaan als PDF