Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
234983/243670
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 14 januari 2022 een camper voor een afgesproken prijs van €187.937. Toen de camper in september 2023 klaar was voor levering, moest hij echter €192.060,97 betalen. Het verschil van €4.123,97 betrof een hogere BPM-heffing door de overheid, veroorzaakt door een gestegen catalogusprijs van het nieuwe model camper. De consument betaalde dit bedrag onder protest en vroeg om terugbetaling. De ondernemer gaf aan dat door vertragingen en leveringsproblemen een nieuwer en duurder model geleverd moest worden, maar dat hij de hogere productiekosten zelf heeft gedragen. Alleen de BPM-heffing werd aan de consument doorberekend, wat volgens de ondernemer wettelijk is toegestaan. De commissie oordeelde dat de ondernemer terecht de BPM heeft doorbelast, mede omdat de consument in een eerdere e-mail had aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een prijswijziging door overheidsheffing. Omdat de koopprijs zelf niet is verhoogd en de BPM wettelijk mag worden doorberekend, verklaarde de commissie de klacht ongegrond. De consument krijgt het gevraagde bedrag dus niet terug.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de tussen partijen gesloten koopovereenkomst van een camper.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 14 januari 2022 is een koopovereenkomst gesloten voor camper tegen een koopprijs van € 186.940,–. Daarna is de overeengekomen prijs wegens wijzigingen in accessoires gewijzigd in € 187.937,–. Deze prijs is tussen partijen overeengekomen. Eind september 2023 was de camper klaar voor levering en verlangde de ondernemer betaling van een hoger bedrag, te weten, € 192.060,97.
Teneinde de camper toch te kunnen afnemen, heeft de consument dit bedrag onder protest betaald. Deze prijs wordt door ons betwist, omdat deze niet is overeengekomen.
De consument wenst terugbetaling van € 4.123,97, zijnde het verschil tussen de overeengekomen koopprijs en de betaalde prijs bij aflevering.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Door Corona, fabriekssluitingen, backorder situaties zijn er in Europa flinke levertijden ontstaan. Ook voor de bouw van deze camper, met als gevolg dat de eerder bestelde chassis van Mercedes Benz niet meer leverbaar waren. De camper is op een volledig nieuw model Mercedes gebouwd met de nieuwste en modernste uitrusting. Door deze vertraging zijn ook alle producten van alle toeleveranciers flink duurder geworden, naast de stevige verhogingen die door Hymer voor nieuwe modeljaren zijn doorgevoerd.
Het resultaat van dit alles is dat de camper ruim € 36.000,– duurder is geworden.
Omdat niet in de koopovereenkomst is opgenomen dat toekomstige prijswijzigingen mogen worden verrekend en toegepast, is de spiksplinternieuwe Hymer van het nieuwe modeljaar met de nieuwe Mercedes Benz motor en chassis voor de oude goedkope prijs geleverd aan de consument.
Wel hebben we hem op gesprek uitgenodigd en gesproken om deze vervelende situatie voor te leggen, omdat iedereen wel op zijn vingers kan natellen dat wij in plaats van een mooie winst nu een nieuwe camper zouden moeten gaan leveren met verlies.
Hoewel deze nieuwe Camper natuurlijk ook voor consument een veel hogere waarde vertegenwoordigt en hij beschikking zou krijgen over de nieuwste en modernste uitvoering, die uiteindelijk hem in de toekomst veel meer inruil of verkoopwaarde gaat opleveren, was hij niet bereid om iets bij te dragen in de meerwaarde van het object.
Vervolgens heeft de consument contact gezocht met de BOVAG om te kijken of hij wel de hogere BPM zou moeten betalen. Deze heffing van de overheid mag altijd aan de consument worden doorbelast en dat heeft de ondernemer ook gedaan. De consument is hiermee ook akkoord gegaan zoals, ook blijkt uit zijn mail van donderdag 7 september 2023.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en ingebracht, stelt de commissie vast dat de consument op basis van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst een camper geleverd heeft gekregen tegen de overeengekomen prijsafspraak, maar met een catalogusprijs die ongeveer
€ 36.000,– hoger is dan deze prijsafspraak.
Dit verlies voor de ondernemer heeft hij op goede gronden voor zijn rekening genomen. Immers, in de koopovereenkomst had de ondernemer verzuimd op te nemen dat toekomstige prijsstijgingen aan de consument zou worden doorberekend.
Echter, door die gestegen catalogusprijs van de camper werd de aan de overheid af te dragen BPM verhoogd met € 4.123,97.
De commissie vindt het volstrekt redelijk dat de ondernemer dit aan de consument, heeft doorberekend. Nog afgezien van de omstandigheid dat het er op lijkt dat de consument bij mail van 7 september 2023 daarmee ook heeft ingestemd daar waar hij schrijft geen bezwaar te hebben tegen een prijswijziging ten gevolge van een heffing door de overheid.
Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht dan ook ongegrond verklaren met afwijzing van het door de consument verlangde.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer A. Belt, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 27 februari 2024.