Commissie: Commissie
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
223464/234758
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende twee klachten in bij de Geschillencommissie Voertuigen. De eerste betrof de vervanging van de distributieriem van zijn Peugeot 3008, die volgens hem veel te vroeg was uitgevoerd. De tweede klacht ging over een foutieve reparatie door de ondernemer, waardoor de consument zijn auto elders moest laten herstellen voor ruim €3.000.
De commissie oordeelde dat beide klachten niet-ontvankelijk zijn. De consument had de klachten niet eerst bij de ondernemer neergelegd, zoals vereist volgens de BOVAG-voorwaarden en het reglement van de commissie. Klacht 1 over de distributieriem werd pas bij het indienen van het geschil geformuleerd, en klacht 2 volgde pas nadat een derde partij (Garage Wijffels) de auto had onderzocht en gerepareerd, zonder dat de ondernemer hiervan op de hoogte was gesteld of een kans tot herstel had gekregen.
Omdat de verplichte klachtafhandeling bij de ondernemer niet heeft plaatsgevonden, kan de commissie de klachten niet inhoudelijk beoordelen. De consument wordt daarom in beide klachten niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het geschil formeel afgesloten.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 20 januari 2023 door partijen tot stand gekomen overeenkomst waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot het doen van reparatiewerkzaamheden (waaronder vervanging van de distributieriem met toebehoren), waarvoor de consument in rekening is gebracht € 2.213,47 (factuur van 20 januari 2023).
De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks die datum.
De consument heeft op 30 mei 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
Mijn klachten zijn de volgende:
1. De distributieriem van mijn auto (Peugeot 3008) was veel eerder dan het onderhoudsschema voorschrijft aan vervanging toe. Ik heb de auto in 2020 bij de rechtsvoorganger van de ondernemer gekocht en meen dat ik niet hoefde te verwachten dat de distributieriem al vervangen hoefde te worden. Daarom is sprake van een non-conformiteit.
2. De ondernemer heeft de reparatie aan mijn auto, naar aanleiding van de motorstoringsmelding, niet goed uitgevoerd heeft en een onjuist reparatieadvies gegeven waardoor ik schade heb geleden.
Eind februari 2023 heeft consument bij verschillende andere deskundige partijen navraag gedaan zoals autogarages en de ANWB. Consument had namelijk weinig vertrouwen in het oordeel van de ondernemer. Door de derden die consument raadpleegde, werd het wantrouwen van de consument bevestigd. Consument heeft de ondernemer vervolgens gebeld en hier mededeling van gedaan. Daarbij heeft consument aangekondigd dat de auto door een derde, Garage Wijffels, opgehaald zou worden bij de ondernemer. Garage Wijffels heeft de auto begin maart 2023 opgehaald.
Garage Wijffels heeft de auto uitgebreid onderzocht en kwam kort gezegd tot de conclusie dat de motor niet defect was maar de distributieriem niet op tijd was gezet door de ondernemer. Oftewel, de ondernemer had de reparatie niet correct uitgevoerd. De volledige toelichting van Wijffels leest u op de factuur van Wijffels van 5 mei 2023 zoals reeds is toegezonden aan uw commissie. Wijffels heeft de auto hersteld voor een bedrag van € 3.009,95.
De consument heeft op 30 mei 2023 een uitgebreide brief gezonden aan de ondernemer met daarbij het verzoek tot vergoeding van diverse gemaakte kosten over te gaan. Consument heeft toen ook een bezoek gebracht aan de ondernemer om de kwestie te bespreken maar kreeg te horen dat de gesprekspartner van de consument niet meer in dienst was.
Non-conformiteit (distributieriem)
De ondernemer meent dat consument niet heeft aangetoond dat er sprake is van non-conformiteit en hij hier pas over geklaagd zou hebben via het aanmeldformulier van uw commissie.
Bij de koop van een tweedehandsauto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik ervan een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek, dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld (Hoge Raad 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338). In het arrest van de Hoge raad van 8 juli 2005 (ECLI:HR:2005:AT3097) is aangegeven dat hierop wel uitzonderingen mogelijk zijn. Het is niet zo dat een tweedehandsauto altijd aan de overeenkomst beantwoordt als deze normaal en veilig te gebruiken is. Een tweedehandsauto kan ook non-conform zijn, als deze andere gebreken heeft, die de koper onder de gegeven omstandigheden niet mocht verwachten.
Consument constateerde pas op een later moment dat de ondernemer de distributieriem veel eerder heeft vervangen dan het onderhoudsschema voorschrijft. Consument kwam hierachter na het zien van de uitzending van het programma Kassa over de blijkbaar vaker voorkomende problemen met de distributieriem van de Peugeot motor die ook in de auto van consument aanwezig is. Consument heeft vervolgens het onderhoudsschema van zijn auto erop nageslagen. Daarin zag hij dat de riem veel eerder is vervangen dan het onderhoudsschema voorschrijft. Consument heeft hier, nadat hij dit constateerde, op 30 mei 2023 per e-mail bij de ondernemer over geklaagd. De ondernemer was dus eerder op de hoogte van deze klacht dan de ondernemer nu stelt. Dat een BOVAG-garantietermijn of wettelijke termijn voor omkering van de bewijslast is verstreken, maakt overigens niet dat er geen sprake zou kunnen zijn van non-conformiteit. Na de wettelijke periode van omkering van de bewijslast is het kortgezegd aan consument om aan te tonen dat er sprake is van non-conformiteit.
Nu Louwman tot de conclusie en het oordeel kwam dat de distributieriem vervangen moest worden, is het voor consument duidelijk dat deze gebreken vertoonde. Anders zou deze natuurlijk niet vervangen hoeven te worden. Daarmee is voor consument duidelijk dat er sprake was van een gebrek aan de distributieriem. Deze riem was volgens het onderhoudsschema nog lang niet aan vervanging toe. Het onderhoudsschema schrijft namelijk voor dat de distributieriem bij 200.000-210.000 gereden kilometers of na 12 jaar vervangen dient te worden. Een foto van het onderhoudsvoorschrift is reeds bij aanmelding van de kwestie aan uw commissie toegezonden.
Consument heeft de auto van het benodigde onderhoud laten voorzien door Kwikfit en maakt op normale wijze gebruik van de auto. Consument hoeft in dat geval niet te verwachten dat de distributieriem al vroegtijdig vervangen moest worden. Dit blijkt ook uit de passage onder het kopje “Wat mag je qua levensduur verwachten?” uit het artikel van de ANWB in de bijlage (bijlage 6). Uit voornoemd artikel blijkt tevens dat de distributieriem een belangrijk onderdeel van de auto is. Consument kon daar bij aanschaf van de auto geen mankementen aan ontdekken. Ook kan consument de distributieriem niet eenvoudig herstellen. Gelet op het bovenstaande, meent consument dat de distributieriem al vanaf het moment van levering van de auto niet in orde is geweest en er daarom sprake is van non-conformiteit. Daar komt bij dat indien de distributieriem het begeeft, dit gevaar voor de (verkeers)veiligheid oplevert. De motor kan dan namelijk vastslaan met alle mogelijke gevolgen van dien.
Wanneer er sprake is van non-conformiteit, dan dient de verkoper tot kosteloos herstel over te gaan volgens de wet. Consument is daarom van mening de kosten die hij wat dat betreft aan de ondernemer heeft betaald, onverschuldigd heeft betaald. Voor een verdere toelichting verwijs ik u naar het aanvullende vragenformulier zoals dat destijds bij uw commissie is ingediend.
Kwikfit
Anders dan de ondernemer stelt, heeft Kwikfit niet aangegeven dat de distributie van tijd af zou zijn. Dit heeft consument ter zitting ook al aangegeven. Kwikfit heeft consument enkel, na het zien van de motorstoring, geadviseerd om naar de merkdealer te gaan omdat dit mogelijk met de distributieriem te maken had. Kwikfit heeft de riem en de timing dus niet gecontroleerd. Dat de ondernemer stelt dat Kwikfit de vermeende diagnose heeft gesteld, wordt dus uitdrukkelijk betwist door consument.
De ondernemer stelt ook dat Kwikfit de krukas geblokkeerd zou hebben met een slotpen. Dat is niet juist. Nogmaals, Kwikfit heeft geen werkzaamheden aan de distributie uitgevoerd.
Diagnose en (voorgestelde) herstelwijze van de ondernemer
De ondernemer kwam tot de conclusie dat de motor gereinigd moest worden en de distributie set vervangen moest worden. Consument vertrouwde op dat moment op de expertise van de ondernemer en mocht er dan ook redelijkerwijs vanuit gaan dat de ondernemer een juiste diagnose stelde en de geadviseerde reparatie naar behoren uit zou voeren. Dat mag consument ook van de ondernemer verwachten op basis van artikel 15 lid 1 van de BOVAG-voorwaarden. Hierin staat dat de reparateur ervoor in staat dat de verrichte werkzaamheden beantwoorden aan de opdracht. Ook wordt hierin de garantie gegeven dat de opdracht met goed vakmanschap wordt uitgevoerd en er goede materialen worden gebruikt.
De ondernemer heeft nadien om toestemming gevraagd van consument voor het vervangen van de nokkenasverstellers en tandwielen omdat de inwendige verstelling niet zou werken. Hier heeft consument mee ingestemd. Wederom ervan uit gaande dat de auto dan weer naar behoren zou functioneren. De e-mail van Hans Willemsen waar de ondernemer in haar verweerschrift op pagina 2 naar verwijst is consument overigens onbekend. Consument heeft zijn e-mailbox nog een keer gecontroleerd en komt tot de conclusie dat hij deze e-mail niet heeft ontvangen.
De oorzaak van het tikkende geluid dat de monteur van de ondernemer hoorde na vervanging van de distributie set en de andere onderdelen, is dus volgens Garage Wijffels gelegen in het feit dat de distributie niet correct was gemonteerd door de ondernemer en niet op tijd stond. Op basis hiervan dient geconcludeerd te worden dat de ondernemer een montagefout heeft gemaakt waardoor het tikkende geluid hoorbaar was. Daarbij heeft de ondernemer een onjuist reparatieadvies gegeven (motor vervangen). Consument merkt hierbij op dat de ondernemer ruim de tijd heeft gehad om de auto en de uitgevoerde reparatie nog eens te controleren. Van de ondernemer mag verwacht worden dat indien dat was gebeurd, de ondernemer net als Garage Wijffels geconstateerd zou hebben dat de distributieriem niet goed gemonteerd was en de distributietiming niet klopte. In plaats van dat te doen, bleef de ondernemer herhalen dat motor defect zou zijn en vervangen moest worden. Een andere optie was dat consument zijn auto in zou ruilen. De ondernemer heeft dit meermaals als zodanig tegen consument gezegd. Zoals ook blijkt uit de transcripties in de bijlage.
Verzuim ex art. 6:83 BW
De ondernemer heeft dus niet voorgesteld om nader onderzoek naar de motor te verrichten of een nadere reparatie aan de huidige motor uit te voeren. De enige optie die consument werd voorgehouden was het vervangen van de motor of het inruilen van de auto.
Uit deze mededeling moest consument afleiden dat de ondernemer te kort zou schieten in de nakoming van de overeenkomst. De overeenkomst betrof namelijk het verhelpen van de motorstoring door de door de ondernemer voorgestelde werkzaamheden uit te voeren (het reinigen van de motor, vervangen van de distributie set en enkele andere onderdelen). Door consument enkel mede te delen dat de motor vervangen moest worden of consument zijn auto maar in moest ruilen, heeft consument daaruit afgeleid dat de ondernemer te kort zou schieten in de nakoming van de overeenkomst. De ondernemer is daarom in verzuim op basis van art. 6:83 BW komen te verkeren. Er bestond voor consument dan ook geen verplichting om de ondernemer nog een keer in gebreke te stellen na de constatering van Garage Wijffels. De ondernemer was reeds in verzuim.
Garage Wijffels
Garage Wijffels heeft duidelijk aangegeven wat er mis was met de auto en welke fout de ondernemer heeft gemaakt. De ondernemer meent nu dat niet gecontroleerd kan worden wat Wijffels precies heeft gedaan en of Wijffels dit juist heeft gedaan. Feit is dat de auto van consument na de reparatie door Wijffels weer naar behoren functioneert. Dat is tot op heden nog steeds het geval. Dit toont aan dat Wijffels de reparatie naar behoren heeft uitgevoerd. Daarbij is de verklaring van Wijffels duidelijk, er is geen reden om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Wijffels heeft er ook geen belang bij om niet objectief te verklaren.
De vermeende schade volgens de ondernemer
Bovenaan pagina 4 van het verweerschrift van de zijde van de ondernemer wordt nu ineens aangegeven dat de ondernemer geconstateerd zou hebben dat er sprake was van een laag oliepeil. Dit is niet eerder benoemd door de ondernemer en is ook niet besproken met consument. Consument begrijpt dan ook niet waarom dit nu plotseling wordt aangegeven. Het lijkt consument stug dat er sprake zou zijn van een laag oliepeil. De olie was ongeveer een week voordat de auto naar de ondernemer werd gebracht namelijk nog vervangen door Kwikfit. Nu Garage Wijffels na onderzoek geen schade aan de motor heeft geconstateerd, klopt het standpunt van de ondernemer, inhoudende dat er al schade aanwezig was op het moment dat de ondernemer de auto ontving, niet.
Uit de verklaring van Garage Wijffels blijkt duidelijk dat de ondernemer een montagefout heeft gemaakt door de distributie niet correct te monteren. Dit vormt dus het bewijs dat de ondernemer een fout heeft gemaakt. Daarbij heeft de ondernemer dus een onjuist reparatieadvies gegeven door aan te geven dat de motor vervangen moest worden voor vele duizenden euro’s. De motor hoefde namelijk niet vervangen te worden.
Indien de ondernemer de distributie wel correct gemonteerd had, dan was de auto dus weer in orde geweest en had consument deze ook niet hoeven te laten repareren door Wijffels. Dan waren al de nu aanvullend gemaakte kosten bespaard gebleven. Omdat de ondernemer aangaf dat de kleppen vermoedelijk geraakt waren, was het overigens noodzakelijk om deze te laten controleren. Reden waarom ook deze kosten door consument geclaimd worden.
Fouten maken is menselijk. Nu het echter duidelijk is dat de ondernemer een fout heeft gemaakt waardoor consument op kosten is gejaagd, dient deze daar zijn verantwoordelijkheid in te nemen. De fout dient erkend te worden door de ondernemer en de door consument gemaakte kosten (zoals gevorderd) dienen vergoed te worden. Wellicht kan de ondernemer hiervoor zelfs een beroep doen op haar garageverzekering.
De BOVAG-voorwaarden
De ondernemer wijst naar art. 15 lid 2 van de BOVAG-voorwaarden waarin uitzonderingen op de BOVAG-garantie opgenomen zijn. De ondernemer meent dat zij niet de kans heeft gekregen om de problemen aan de auto op te lossen. Consument merkt allereerst op dat de ondernemer de auto getracht heeft te repareren maar daar niet in is geslaagd. De ondernemer kwam na de door haar uitgevoerde werkzaamheden aan de auto tot de conclusie dat het motordefect was. De ondernemer heeft de motor niet terug in elkaar gezet. De werkzaamheden van de ondernemer hebben er niet toe geleid dat de auto weer naar behoren functioneerde. De auto kan daarom ook niet als “gerepareerd” beschouwd worden in de zin van de BOVAG-voorwaarden. Het was de ondernemer duidelijk dat er iets mis was met de motor.
De ondernemer bleef, ondanks alle tijd te hebben gehad om de motor en de uitgevoerde reparatie nog eens na te lopen, enkel maar herhalen dat de motor vervangen moest worden. Voor het controleren van een door de ondernemer zelf uitgevoerde reparatie hoeft natuurlijk geen toestemming van consument verkregen worden. Het is immers het eigen werk van de ondernemer geweest. Het is dan niet terecht dat de ondernemer consument nu tegenwerpt dat hem niet de kans is geboden om de auto te onderzoeken/repareren. De ondernemer heeft alle tijd gehad om de auto naar behoren te repareren door de voorgestelde reparatie correct uit te voeren maar is daar niet in geslaagd. Van een merkdealer als de ondernemer mag consument verwachten dat zij de expertise in huis heeft om reparaties correct en volgens de eisen die aan goed en deugdelijk vakmanschap uit te voeren. Indien een monteur vermoedt dat er een probleem met de motor is, dan mag op zijn minst verwacht worden dat de door de monteur uitgevoerde reparatie nog een keer wordt gecontroleerd door een andere specialist in de garage.
Wanneer er na een reparatie een probleem aan het licht komt dat mogelijk verband houdt met de uitgevoerde reparatie, dan is het voor de hand liggend dat de uitgevoerde reparatie wordt nagelopen om zo na te gaan of het probleem daar geen verband mee heeft. De ondernemer heeft dat klaarblijkelijk nagelaten anders was hij net als Garage Wijffels tot de ontdekking gekomen dat de distributie niet correct was gemonteerd. De ondernemer had haar fout dan in eigen beheer kunnen herstellen.
Gelet op de mededeling van de ondernemer dat de motor defect was en vervangen zou moeten worden, was het voor consument duidelijk dat de ondernemer in de nakoming van de overeenkomst te kort zou schieten. De ondernemer verkeerde daarom in verzuim. Consument is dan niet gehouden om de ondernemer nog een keer de gelegenheid tot herstel te bieden na de constateringen van garage Wijffels. Daar komt bij dat van consument niet verwacht kan worden dat hij de auto weer terug naar de ondernemer zou laten transporteren.
Nu er volledige transcripties van de geluidsopnames zijn gevoegd, gaat consument ervan uit dat dit als bewijs wordt toegelaten. De geluidsopnames vormen het bewijs van het door de ondernemer herhaaldelijk gegeven reparatieadvies (motor vervangen of auto inruilen). Gebleken is dat dit een onjuist reparatieadvies was. Dit vormt tevens de onderbouwing dat consument uit de mededelingen van de ondernemer af moest leiden dat de ondernemer te kort zou schieten in de nakoming van de overeenkomst met verzuim aan de zijde van de ondernemer tot gevolg.
Bewijs kosten wegenbelasting en verzekering
Nu consument nog niet eerder een onderbouwing heeft gegeven voor de kosten die hij voor de wegenbelasting en verzekering van de auto heeft gevorderd, heb ik het bewijs van deze kosten aan de bijlage van deze brief toegevoegd (bijlage 7). De wegenbelasting voor de auto in kwestie bedraagt € 53,– per maand en de verzekering € 41,75 per maand.
Conclusie
De distributieriem die vroegtijdig vervangen moest worden levert non-conformiteit op. Consument heeft de kosten die hij daarvoor aan de ondernemer heeft betaald (al dan niet gedeeltelijk) onverschuldigd betaald. De ondernemer is gehouden het onverschuldigd door consument betaalde bedrag aan consument terug te betalen.
Het is duidelijk dat de ondernemer een reparatiefout heeft gemaakt door de distributie niet correct te monteren. De ondernemer heeft vervolgens een onjuist reparatieadvies gegeven. De ondernemer is hiervoor aansprakelijk en door haar mededelingen in verzuim komen te verkeren. De ondernemer is daarom gehouden de door consument geleden schade te vergoeden. Dit gaat om de kosten van Garage Wijffels, en de kosten voor de wegenbelasting en verzekering van de auto in kwestie voor de periode waarin consument deze niet heeft kunnen gebruiken.
Consument persisteert in zijn vordering zoals hij deze heeft ingediend en verzoekt uw commissie de geldvordering van toe te wijzen.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De consument blijft bij wat door hem is aangevoerd. Er is door de consument alsnog adequaat gereageerd op het verweerschrift van de ondernemer, waartoe de behandeling van deze zaak is aangehouden. Kwikfit heeft zelf niet aan de auto gesleuteld, heeft enkel verwezen naar de merkdealer voor de beantwoording van de vraag of de distributie van tijd was. Het belangrijkste verwijt van de consument is dat de ondernemer had geadviseerd de motor te vervangen, terwijl later bleek dat een veel minder kostbare oplossing tot de mogelijkheden behoorde. Wat Wijffels en die andere derde hebben gedaan blijkt uit de betreffende factuur. Het kan kloppen dat niet is geconstateerd dat er kleppen krom waren. De auto is goede gerepareerd en rijdt nog steeds. € 4.000,– is veel geld voor de consument. Het advies strekkende tot motorvervanging was onterecht en heeft het vertrouwen van de consument in de ondernemer geschaad.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
Aankoop auto – 1 januari 2020
Ten aanzien van de eerste klacht stelt de ondernemer het volgende. De auto van de consument, een Peugeot 3008 EAT is door hem aangekocht op 1 januari 2020 bij de rechtsvoorganger van de ondernemer. De BOVAG-garantie is daardoor al lang en breed verlopen. De consument kan dan ook geen beroep meer doen op kosteloos herstel en/of vervanging. Voor wat betreft het beroep op de wettelijke garantie geldt dat – gezien de verstreken tijd sinds de aankoop – de bewijslast t.a.v. de
gestelde non-conformiteit bij de consument is komen te liggen. De consument is er op geen enkele wijze in geslaagd te bewijzen dat de gestelde non-conformiteit al aanwezig was op het moment van aankoop. Overigens is nergens eerder melding gemaakt van deze eerste klacht van de consument. De ondernemer heeft de klacht eerst kunnen lezen via het door de consument ingevulde vragenformulier van uw commissie. Deze klacht snijdt geen hout en dient te worden afgewezen.
Onderzoek en reparatie – 19 januari 2023
Ten aanzien van de tweede klacht wordt het volgende opgemerkt. De auto van de consument werd op 19 januari 2023 bij Louwman Terneuzen gebracht met een melding over een motorstoring (zie: werkorder (ordernr. 605-16434). In de omschrijving van de werkorder is te lezen: “N.a.v. inhouden/stotteren en af en toe melding motorstoring, stop motor. Uitlezen dtc’s. Bij Kwikfit geweest, daar verteld dat de distributie van tijd af zou zijn.”
De consument heeft zijn auto, voordat hij deze bij de ondernemer bracht, dus al naar de Kwikfit gebracht, waar al werd geconstateerd dat de distributieriem van tijd af was. Dit is een belangrijk punt in deze kwestie, nu daarmee vaststaat dat niet de ondernemer, maar Kwikfit constateerde dat de riem niet op tijd stond.
Motorproblemen: nader onderzoek vereist
Vervolgens is de distributieriem, in overleg met en na toestemming van de consument, vervangen. Daarbij stuitte de monteur van de ondernemer op motorproblemen. De getoonde foutcode deed vermoeden dat de kleppen mogelijk geraakt zouden kunnen zijn en/of dat sprake was van een olietekort. Dat laatste is niet heel onbelangrijk, nu de ondernemer in kwestie niet heeft kunnen vaststellen of de motor al langer droogliep. Het drooglopen van de motor is schadelijk voor een auto en hoe langer deze doorloopt met een tekort, des te groter eventuele schade kan zijn. De monteur van de ondernemer adviseerde dan ook een nader onderzoek. Ik verwijs naar de e-mail van servicemanager Hans Willemsen aan de consument, n.a.v. het eerste onderzoek door Louwman. De heer Willemsen schrijft in zijn e-mail: “Naar aanleiding van ons gesprek heb ik de kosten die tot nu toe gemaakt zijn in de bijlage als pro forma toegevoegd. Deze komen iets onder de € 1.850,– ex btw
uit. Dit komt omdat we naderhand in overleg met u nog aanvullend toestemming hebben gevraagd om de nokkenas en tandwielen te vervangen, dit omdat we gezien hadden dat de inwendig verstelling niet werkte. Om dit toch enigszins te compenseren heb ik zowel op de gemonteerde onderdelen als
op het arbeidsloon een korting verleend.”
Op de pro forma werkplaatsfactuur, meegestuurd met de e-mail aan de consument is te lezen dat door de ondernemer een primaire diagnose is verricht n.a.v. het inhouden/stotteren van de motor en het feit dat de auto af en toe melding maakte van een motorstoring, waarbij de motor stopte. De distributieriem set is vervangen door de ondernemer. De monteur constateerde bij handmatig ronddraaien een tikkend geluid, terwijl de timing van de distributieriem goed stond. Daardoor ontstond bij de monteur het vermoeden dat de kleppen geraakt waren. Geadviseerd werd een ruil- of nieuwe motor te monteren. De consument gaf zelf opdracht de door de ondernemer tot aan dat moment uitgevoerde reparatie op papier te zetten, zo staat vermeld op de werkplaatsfactuur van 24 februari 2023. Daarbij is vermeld: “Voor de goede orde de motor is niet compleet terug opgebouwd en kan in de huidige staat ook niet draaien.”. De consument diende dan ook een nadere opdracht te verstrekken aan de ondernemer voor een verdere reparatie. Zonder deze nadere opdracht kon de monteur niets doen. De consument heeft naar eigen zeggen een paar dagen moeten nadenken over het kostenplaatje en is advies gaan inwinnen bij andere garages. Hij besloot zijn auto niet nader door te laten onderzoeken en/of repareren. In plaats daarvan liet hij de auto ophalen en betaalde hij de tot aan dat moment gemaakte kosten.
Auto werd opgehaald door garage Wijffels
De auto van de consument is vervolgens door Garage Wijffels met een trailer opgehaald bij de ondernemer. De motor was daarbij deels gedemonteerd (volgens Garage Wijffels tot en met het bovenste nokkenashuis, distributiekalibers gedemonteerd met als uitgangspunt van de beide nokkenassen die tijd zijn gezet met een brugstuk en een slotpen in het vliegwiel). Bij de ondernemer werd het vermoeden geuit dat mogelijk de kleppen krom zouden zijn. Met zekerheid kon dat echter niet geconstateerd worden want daarvoor was een nader onderzoek nodig. Een nader onderzoek, waartoe de ondernemer uiteindelijk nooit een kans heeft gekregen.
Richting Garage Wijffels verklaarde de consument overigens zelf ook dat er 1 of meer kleppen krom zouden zijn. In de factuur van Garage Wijffels (d.d. 5 mei 2023) is echter handmatig doorgehaald dat de consument dit zelf zou hebben aangegeven. Dat geeft te denken. Bij Garage Wijffels zijn de nokkenassen goed gezet en is de cilinderkop gedemonteerd, zo staat vermeld in de factuur van 5 mei 2023. Voor de ondernemer is het uiteraard op geen enkele wijze na te gaan of deze handelingen inderdaad zijn verricht door Garage Wijffels. Ook kan niet gecontroleerd worden of de handelingen juist zijn verricht. Feit is echter dat pas daadwerkelijk geconstateerd kon worden of de kleppen al dan niet krom waren, na het demonteren van de cilinderkop. De ondernemer heeft deze reparatie nooit uitgevoerd want daartoe is nooit een aanvullende opdracht ontvangen. In plaats daarvan besloot de consument de auto weg te laten halen en elders nader te laten onderzoeken en repareren. Garage Wijffels concludeert vervolgens, zo is te lezen in de factuur van 5 mei 2023, als volgt: “Na montage van de cilinderkop en het plaatsen van de distributieriem en het controleren van de timing, bleek dat bij de eerste vervanging (bij Louwman) van de distributie het verkeerde gat in het vliegwiel is gebruikt om de slotpen te plaatsen.”.
Kennelijk is er bij de KwikFit geconstateerd dat de distributieriem niet op tijd stond. Deze constatering kan alleen maar getrokken worden door middel van het blokkeren van de krukas met een pen. De schade zou daarom heel goed bij KwikFit al ontstaan kunnen zijn. Ook dit blijft speculeren. In kwestie is namelijk geen sprake geweest van een onafhankelijk expertiseonderzoek. De conclusie is getrokken door een concurrerende garage, met uiteraard een eigen financieel belang bij de klandizie van consument. De ondernemer meent dan ook dat aan deze conclusie door de commissie geen enkele waarde kan en mag worden gehecht. Kortom: de schade was vermoedelijk al aanwezig op het moment dat de ondernemer de auto ontving. De aanhoudende foutmelding, die vermoedelijk ook verband hield met het lage oliepeil (geconstateerd door de ondernemer), was de reden dat de consument de auto naar de garage van de ondernemer bracht. Het is niet na te gaan hoe lang de motor van de auto van de consument al ‘droog’ liep, maar een feit van algemene bekendheid is wel dat deze situatie zeer schadelijk is voor de motor.
Schade is nooit objectief vastgesteld.
De ondernemer betwist dat de schade door zijn toedoen is ontstaan en is van mening dat de schade aan de motor al bestond op het moment dat de auto bij de ondernemer werd gebracht. De ondernemer betwist dat sprake is geweest van het foutief monteren van de distributieriem. Het voorgaande is op geen enkele wijze objectief en onafhankelijk vastgesteld. De consument heeft er zelf voor gekozen de auto weg te laten halen bij de ondernemer, om hem vervolgens nader te laten onderzoeken en repareren door maar liefst twee andere garagebedrijven: Garage Wijffels en
Motorrevisiebedrijf de Meetjeslander te Eeklo. Daarvoor was de auto bovendien al bij de Kwikfit geweest. Uit de onderhoudshistorie blijkt voorts ook dat de auto van de consument niet steeds in onderhoud is geweest bij de ondernemer (en of haar voorganger). Met andere woorden: andere partijen hebben de auto onderzocht en eraan gesleuteld, waardoor op geen enkele wijze door de ondernemer objectief kan worden vastgesteld:
1) of er daadwerkelijk sprake is geweest van schade, en
2) waar de schade precies uit heeft bestaan en/of waar deze door is veroorzaakt.
De schadeplichtigheid van de ondernemer blijkt nergens uit en wijst hij dan ook van de hand.
Algemene voorwaarden BOVAG
Op de door de ondernemer voor de consument verrichte transactie zijn de BOVAG-voorwaarden van toepassing. Deze staan ook vermeld op de werkorder en facturen. Ik verwijs naar artikel 15 van de BOVAG-voorwaarden, betreffende reparatie en onderhoudsgarantie op auto, onderdeel en accessoire. Lid 2 kent een aantal uitzonderingsgronden, op basis waarvan de garantie niet geldt. Onder 2d is opgenomen (ik citeer): “wanneer de reparateur geen kans van de consument krijgt om problemen aan de door hem gerepareerde of onderhouden auto, onderdelen of accessoires zelf op te lossen, kan de consument ook geen beroep op de garantie doen. Tenzij de situatie in lid 3 zich voordoet.”. Lid 3 handelt over de situatie bij direct noodzaak tot herstel van de herstelde of onderhouden auto. Daarvan is in kwestie volgens de ondernemer geen sprake geweest. Mocht daarvan overigens wel sprake zijn geweest dan geldt, conform ditzelfde artikel van de BOVAG-voorwaarden, dat de auto wel hersteld had moeten worden bij een BOVAG-bedrijf. Garage Wijffels is in ieder geval geen
BOVAG-lid. Daarmee staat voor Louwman vast dat de consument in ieder geval geen beroep kan doen op de garantievoorwaarden van de BOVAG.
Namens de consument is aangevoerd dat de ondernemer genoeg tijd had om de auto naar behoren te repareren. De auto heeft daar namelijk erg lang gestaan, aldus de consument. De ondernemer kon en mocht de auto echter niet nader onderzoeken en/of repareren. Daar heeft hij simpelweg geen kans toe gehad, nu de consument zelf, na daar enige tijd over te hebben nagedacht en na advies van andere garages te hebben ingewonnen, besloot de auto elders nader te laten onderzoeken en/of repareren. De ondernemer kan uiteraard niet overgaan tot een nader onderzoek en/of reparatie zonder daartoe expliciet opdracht van de klant te hebben gekregen. Dit argument raakt dan ook kant noch wal.
Wat de ondernemer betreft volledig onverplicht is aangeboden een nadere korting op de factuur te geven van € 700,–. De consument heeft deze handreiking van de hand gewezen, omdat de kwestie inmiddels al bij uw commissie lag.
Geconcludeerd moet dan ook worden dat de consument in kwestie in het ongelijk gesteld dient te worden. De ondernemer heeft alles gedaan wat een goed opdrachtgever betaamt en conform de BOVAG-voorwaarden gehandeld. Op geen enkele wijze is objectief vast komen te staan dat sprake was van een non-conformiteit ten tijde van de aankoop van de auto. Verder geldt dat evenmin vaststaat dat de vermeende schade aan de auto is veroorzaakt door de ondernemer. Hij is daar dan ook niet voor aansprakelijk.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ook de ondernemer blijft bij diens standpunt, en wenst niet onnodig in herhaling te vervallen. De ondernemer blijft gemotiveerd weerspreken dat fouten zijn gemaakt bij reparatie(s). De ondernemer heeft de consument alle opties voorgehouden, niet alleen die van een ruilmotor. Uit de factuur van Wijffels blijkt niet dat kleppen zijn vernieuwd omdat die stuk geslagen waren; wel blijkt daaruit dat de kleppen opnieuw zijn ingeslepen. Het betreft een revisie van de kop van de motor. Voor deze auto is het vervangingsvoorschrift voor de distributieset aangescherpt van 200000 km/12 jaren in 100000 km/6 jaren. Vanaf een bepaalde datum waren er verbeterde sets. De ondernemer had dat voorschrift gewoon uit te voeren en heeft dat bij deze auto gedaan. Feit is en blijft dat de olieaanzuigbuis/filter verstopping kan hebben vertoond door vervuiling met stukjes (oude) distributieriem, met een smeertekort tot gevolg. De ondernemer blijft erbij dat een ernstig gemis in deze zaak is dat de ondernemer de motor niet uit elkaar heeft gezien. Daartoe is de ondernemer door toedoen van de consument niet in de gelegenheid gesteld; immers was de auto bij de ondernemer weggehaald zonder dat een vervolg is kenbaar gemaakt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Met klacht no 1 beoogt de consument terug te ontvangen hetgeen door de consument aan de ondernemer is betaald voor vervanging van de distributieriem/-set. Die vervanging heeft naar zeggen van de consument (veel) te vroeg plaatsgevonden omdat vervanging bij deze auto eerst aan de orde was bij 200.000 km of na 12 jaren gebruik. Nu heeft deze vervanging al plaatsgevonden bij omstreeks 77.000 km en dus veel vroeger dan mocht worden verwacht. De consument had deze extra onkosten aan deze auto niet hoeven te verwachten. In zoverre is ter zake deze van de rechtsvoorganger van de ondernemer gekochte auto sprake van non-conformiteit en was de ondernemer op basis van zijn “wettelijke garantieplicht” als verkoper van deze auto gehouden om deze kosten zelf te dragen, en zijn deze ten onrechte in rekening gebracht en betaald. Daarom is naar zeggen van de consument sprake geweest van onverschuldigde betaling, en dient de ondernemer te worden verplicht het betaalde op die grondslag terug te betalen aan de consument.
De commissie stelt vast dat deze klacht niet aanstonds na die vervanging bij de ondernemer is ingediend. Ook later is dat niet gebeurd, want deze klacht is eerst door de consument ingediend/verwoord bij het aanhangig maken van dit geschil bij de commissie. Eerst daarna heeft de ondernemer kennis gekregen van die klacht.
Op basis van die gang van zaken is door de ondernemer allereerst bij wijze van verweer aangevoerd dat de consument niet-ontvankelijk moet worden verklaard in deze klacht omdat die niet eerst aan de ondernemer is voorgelegd ter beoordeling; aldus is niet de verplichte weg gevolgd zoals die is vastgelegd in de hier van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden BOVAG Autobedrijven Koop/Reparatie & Onderhoud en in het Reglement van deze commissie.
De commissie is van oordeel dat dit verweer slaagt. Uit artikel 21 juncto 15 van voormelde Algemene Voorwaarden volgt dat een geschil eerst bij deze commissie aanhangig kan worden gemaakt nadat de consument bij (hier:) de reparateur de onderliggende klacht ter beoordeling heeft ingediend. Artikel 15 lid 3 slot luidt niet voor niets als volgt: “Van een geschil is sprake nadat de klachtafhandeling door de verkoper/reparateur en/of via de bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling niet succesvol is geweest”. Hiervan is dus geen sprake geweest. Dit betekent volgens artikel 6 van het Reglement van deze commissie dat de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Van de uitzonderingssituatie als genoemd in lid 2 van dat artikel is geen sprake.
De slotsom luidt dat de consument niet-ontvankelijk moet worden verklaard in diens klacht no. 1.
Vervolgens dient klacht no.2 te worden beoordeeld door de commissie.
Met klacht no 2 beoogt de consument de door hem gemaakte kosten van herstel van de motor en de kosten van verwijtbare stilstand van de auto te verhalen op de ondernemer. Dit betreft naar zeggen van de consument – kort gezegd – schade die een gevolg is c.q. moet zijn van door de consument gesteld onjuist c.q. onvolledig handelen en/of nalaten van de ondernemer als reparateur van deze automotor.
Ook hier heeft de ondernemer bij wijze van verweer aangevoerd dat de consument de onderliggende klacht niet eerst bij ondernemer heeft neergelegd ter beoordeling, en dat daarom de consument om meergenoemde reden eveneens niet-ontvankelijk moet worden verklaard in klacht no. 2.
De commissie stelt vast dat deze klacht eerst is c.q. moet zijn gerezen nadat de derde Wijffels in opdracht van de consument onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van reparatie van deze motor, en deze de consument had bericht dat reparatie aan de orde was en wat de kosten daarvan (omstreeks) bedroegen.
De consument had toen alsnog de weg moeten bewandelen die is vastgelegd in de hierboven aangeduide artikelen van de Algemene Voorwaarden, en wel door contact op te nemen met de ondernemer, deze op de hoogte te stellen van de bevindingen van Wijffels en daarop bij de ondernemer – in de visie van de consument – als klacht neer te leggen dat de ondernemer deze herstelwerkzaamheden had uit te voeren voor eigen rekening dan wel dat de ondernemer alsnog bereid was te vinden om de kosten voor het door Wijffels en/of een andere derde uit te voeren herstel te dragen.
Dit heeft de consument niet gedaan, want die heeft eigenmachtig en zonder ruggenprik met de ondernemer opdracht gegeven voor de door Wijffels en/of een andere derde noodzakelijk geoordeelde herstelwerkzaamheden. Aldus is niet (eerst) door de consument de in de bovengenoemde artikelen verwoorde verplichte gang van zaken gevolgd, te weten om de klacht eerst op het juiste moment ter beoordeling voor te leggen aan de ondernemer, waarop kan blijken of er tussen partijen een geschil is gerezen dat kan worden voorgelegd aan de geschillencommissie.
Dit betekent volgens artikel 6 van het Reglement van deze commissie dat de consument ook in zijn klacht no. 2 niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Van de uitzonderingssituatie als genoemd in lid 2 van dat artikel is geen sprake: niet kan gezegd worden dat de consument van dit niet naleven van deze voorwaarden redelijkerwijs geen verwijt is te maken. Immers had de ondernemer op onmiskenbare wijze de reparatie- en onderzoekwerkzaamheden aan de automotor gestaakt en deze in de staat waarin die zich toen bevond “geconserveerd” in afwachting van een door de consument te nemen beslissing hoe verder. Daarop is door de consument gekozen voor de aanpak om de auto over te brengen van de ondernemer naar een derde. Dit zonder dat daarbij werd afgesproken dat bij de ondernemer zou worden teruggekomen met de vraag een standpunt te bepalen op basis van resultaten van elders uit te voeren onderzoek. Uit niets blijkt dat de ondernemer op de hoogte is gesteld van die resultaten.
Dit betekent dat bij klacht twee moet worden gekomen tot dezelfde conclusie als bij klacht no.1.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in zijn klachten niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer B.H. Oving en mr. M.T. Buiting, leden, op 11 juli 2024.