Consument onterecht boete na niet inchecken

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: -    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 242591/251274

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, omdat zij een boete kreeg voor het reizen zonder geldig vervoersbewijs en zich onheus behandeld voelde door controleurs. Ze stapte op de tram en betaalde via Apple Pay, omdat haar OV-chipkaart verlopen was. Door technische problemen moest iedereen overstappen op een andere tram. Daar betaalde ze opnieuw met haar telefoon. Kort daarna werd ze gecontroleerd en kon haar betaling niet worden bevestigd. Volgens haar werd ze hardhandig uit de tram gehaald, publiekelijk uitgescholden en onterecht beschuldigd van fraude. Ze vroeg compensatie voor de boete, therapiekosten en reiskosten.

De ondernemer stelde dat de controleurs zowel haar digitale als fysieke bankpas hadden gescand en dat er op dat moment geen geldige incheck was. Uit het proces-verbaal bleek dat de controle plaatsvond tussen twee transacties: één om 14:19 en één om 14:53. De controle vond plaats rond 14:43, en op dat moment was er geen actieve rit geregistreerd. Volgens de wet was er dus sprake van een overtreding. De ondernemer ontkende dat er sprake was van geweld of onheuse bejegening en wees erop dat daarover niets in het proces-verbaal stond. Ook had de consument geen bewijs aangeleverd voor haar beschuldigingen.

De commissie oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de consument op het moment van controle een geldig vervoersbewijs had. Wel erkende de commissie dat er sprake was van verwarring door het overstappen naar een andere tram, waardoor het inchecken mogelijk misging. Daarom werd de klacht op dit punt gegrond verklaard. Wat betreft de beschuldigingen over het gedrag van de controleurs vond de commissie dat deze onvoldoende waren onderbouwd. Er was geen bewijs van onheuse behandeling of schade door toedoen van de ondernemer.

De commissie besloot dat de boete onterecht was en moet worden terugbetaald. Ook moet de ondernemer het klachtengeld van €27,50 vergoeden. De behandelingskosten voor de ondernemer worden gehalveerd. De klacht is dus deels gegrond verklaard.

 

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een opgelegde boete vanwege het rijden zonder geldig vervoersbewijs en de bejegening door de controleurs.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. “Zij voert het volgende aan:

“Ik stapte op de trambaan tegenover mijn huis. Dat zou tramhalte gemeentemuseum zijn. Ik realiseerde me dat mijn OV verlopen was (ik heb OV lang niet gebruikt vanwege COVID) dus gebruikte ik in plaats daarvan mijn Apple pay. De tram reed uiteindelijk niet. Er kwam een andere tram en ze zeiden dat we naar die andere tram moesten gaan, wat we allemaal deden. Ik gebruikte mijn Apple pay kaart weer. Vlak bij het centraal station van DH stapten de conducteurs in de tram. Ze vroegen of ik met hun machine had betaald. Ik zei dat ik met mijn telefoon had betaald. Samen met zijn twee andere collega’s, dus drie mensen, pakten ze me bij mijn arm en namen me mee uit de tram, in een van de meest centrale haltes van het station, den haag centraal. Ze noemden me een dief en dat ik gestraft zou worden. Ze luisterden helemaal niet naar me, ik deed niets verkeerd maar dat maakte niet uit. Ze maakten me belachelijk waar honderden mensen bij waren. Op een gegeven moment beschuldigde een van de drie, de dame, me ervan dat ik dit al eerder had gedaan en dat is mijn gewoonte bij hen. Ik heb geen idee waarom ze zoiets zei, maar het zette me wel verder op het verkeerde been. Ze had geen gelijk, want tijdens de COVID had ik echt moeite met sociale plaatsen en dit was de eerste keer, sinds de COVID, dat ik de tram nam. Ik neem dit niet licht op, het heeft me verder gekost op mijn geestelijke gezondheid en het reizen met het openbaar vervoer. Ik wil compensatie, niet alleen voor de boete, maar ook voor mijn therapiekosten en reiskosten van het afgelopen jaar. Ik wil niet dat deze mensen bij de [ondernemer] blijven werken.
Toen ik bezwaar maakte tegen de boete, reageerden ze nog erger. De automaat kon mijn betaling niet herkennen, ze zetten de zwarte automaat op mijn telefoon. Ik opende mijn bankrekening, met behulp van mijn ABN app, om ze te laten zien, maar op dat moment was de man ontzettend boos op me en begon te schreeuwen”.
De consument is van oordeel dat zij ten onrechte een boete heeft moeten betalen en vordert vanwege therapiekosten en reiskosten compensatie.”

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

“In het proces-verbaal dat de controleurs op het moment van opleggen van de boete hebben opgesteld staat onder ‘opmerking verbalisant’: ‘Tijdens het controleren van de digi-bankpas van de verdachte bleek zij niet ingecheckt te zijn. Na het scannen van de originele bankpas bleek de verdachte ook niet ingecheckt te zijn.’ Hieruit blijkt dat de controleurs zowel de digitale versie van de bankpas van Botsari hebben bekeken als de fysieke bankpas. Op beide versies van de bankpas bleek dat Botsari niet ingecheckt was of betaald had voor de tramrit op dat moment.

Botsari voegt aan haar klacht bijlages toe van betalingen met haar bankpas en Trip Overview.
De bijlages bestaan uit: a) Bankafschrift 1 april 2023 om 14:19 van EUR 1,08; b) Bankafschrift 1 april 2023 om 15:15 van EUR 4,10; c) Trip Overview 1 april 2023 om 14:14 – 14:19 van EUR 1,08: halte onbekend; d) Trip Overview 1 april 2023 om 14:53 – 15:15 van EUR 4,10: Den Haag CS naar Leiden CS (met NS).

Botsari geeft aan dat deze bijlages zouden aantonen dat zij wel voor de tramrit heeft betaald. Dat is onjuist. Botsari is omstreeks 14:43 gecontroleerd op haar vervoerbewijs, dit blijkt uit het proces-verbaal. Het moment van controle ligt precies tussen de momenten dat Botsari heeft uitgecheckt op de reis ‘halte onbekend’ om 14:19 en zij heeft ingecheckt op de reis ‘Den Haag CS naar Leiden CS’ om 14:53.

Hiermee staat vast dat op het moment van controle Botsari niet was ingecheckt of met haar (digitale) bankpas heeft betaald. Hiermee heeft zij niet voldaan aan artikel 47 lid 1 Besluit Personenvervoer 2000 en heeft zij een overtreding begaan zoals in art. 70 lid 1 Wet Personenvervoer 2000 staat.

De ondernemer betwist dat de controleurs de consument onheus zouden hebben bejegend en er jegens haar geweld is gebruikt. In het proces-verbaal staat daar ook niets over vermeld. Daarnaast heeft de consument dit niet met bewijs onderbouwd.”

Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Na behandeling van de zaak ter zitting heeft de consument nog stukken aan de commissie doen toekomen. Op deze stukken zal de commissie geen acht slaan nu zij na de behandeling ter zitting en tijdens de beraadslaging door de commissie en dus te laat door de consument zijn ingediend.
Uit hetgeen partijen over en weer hebben gesteld is niet komen vast te staan dat de consument tijdens haar reis over een geldig vervoersbewijs beschikte.

Echter, hier deed zich de omstandigheid voor waarbij alle passagiers op een gegeven moment moesten overstappen in een andere tram in verband met technische problemen. De commissie kan niet uitsluiten dat in de verwarring bij het (opnieuw) inchecken iets niet goed is gegaan. De commissie zal in dit bijzondere geval dan ook de klacht op dit punt gegrond verklaren.

Wat betreft de door de consument gestelde onheuse bejegening en geweld heeft de ondernemer dit betwist.
Gelet op deze betwisting acht de commissie deze stelling van de consument onvoldoende onderbouwd. Ook anderszins is deze bejegening en het gestelde geweld niet gebleken.

Van schade door toedoen van de ondernemer is niet gebleken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is en zal bepalen dat de ondernemer aan de consument de opgelegde en betaalde boete zal moeten terugbetalen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ten dele gegrond en bepaalt dat de ondernemer aan de consument de opgelegde en betaalde boete zal terugbetalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie het klachtengeld aan de consument te vergoeden, namelijk een bedrag van € 27,50.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden gematigd met vijftig procent.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 7 mei 2024.

Opslaan als PDF