Contractsvrijheid tussen partijen staat restitutie contributie in de weg

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Sport en Beweging    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 161322/173531

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument stelt dat er is afgesproken dat zij een compensatie zou krijgen voor de maanden dat de sportschool was gesloten. Vervolgens is consument verhuisd, en zij redeneert dat zij restitutie moet krijgen als eerdergenoemde compensatie. De ondernemer heeft anderzijds gesteld dat de consument zelf het voorstel heeft gedaan om het abonnement twee maanden te bevriezen met het recht om na beëindiging van de overeenkomst nog zeven maanden kosteloos te sporten. De commissie verduidelijkt dat de consument tijdens de lockdown aanspraak had op terugbetaling van de contributie, omdat de ondernemer wegens de overheidsmaatregelen omtrent Covid-19 niet aan zijn verplichtingen kon voldoen. Partijen hebben echter al een andere afspraak gemaakt omtrent de compensatie. Van die afspraak kan nu niet worden afgeweken omdat consument is verhuisd. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 3 februari 2020 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het geven van toegang tot de fitnessclub van de ondernemer met gebruikmaking van de daar aanwezige apparaten en faciliteiten tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 47,50 per maand.

De overeenkomst is ingegaan per 3 februari 2020.

Het geschil betreft een compensatie, waarop de consument recht heeft in verband met tijdelijke sluiting vanwege corona.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Volgens de consument zou zij een compensatie krijgen voor de zeven maanden dat de sportschool van de ondernemer gesloten was wegens corona. Deze heeft zij niet gekregen.

Per telefoon werd een passende oplossing beloofd, maar nu na enkele maanden blijkt dat er helemaal geen compensatie plaats zal vinden. Inmiddels is de consument verhuisd. Zij heeft het abonnement na afloop van de looptijd beëindigd. De enige passende oplossing is momenteel restitutie van het abonnementsgeld van de gemiste maanden.

Gedurende de coronapandemie was de sportschool zeven maanden gesloten. De consument heeft meegedeeld dat zij niet akkoord ging met het geboden alternatief, thuis sporten met filmpjes.

Vervolgens heeft zij telefonisch contact gehad met de manager van de ondernemer, die beloofde een oplossing te bieden. De opties waren: geld terug ofwel deze maanden later gratis kunnen sporten. Hij zou later nog contact met de consument opnemen. Tot die tijd zou het abonnement twee maanden bevroren worden.

De consument is haar abonnement (op die twee maanden bevriezing na) blijven betalen. De consument heeft regelmatig gevraagd om nader overleg over de invulling van de afspraak. In september 2021 heeft de consument via de mail contact opgenomen, met het verzoek contact op te nemen over de compensatie en met het verzoek haar abonnement per november te beëindigen in verband met verhuizing naar een andere stad. Er werd wederom geen contact opgenomen.

In januari 2022 heeft de consument gevraagd de compensatie af te handelen door middel van terugbetaling van de contributie voor de gemiste maanden. Door haar verhuizing is het gratis sporten immers geen passende oplossing meer.

De ondernemer is niet bereid tot financiële compensatie, omdat de consument het abonnement voortijdig zou hebben beëindigd. Dat klopt niet, de looptijd is 18 maanden vanaf februari 2020 (dus t/m juli 2021, zonder bevriezing t/m september 2021). De consument heeft ook tot en met september 2021 betaald.
Afgezien van het feit dat het abonnement niet voortijdig is beëindigd, staat in de voorwaarden dat verhuizing een geldige reden is om het abonnement tussentijds te beëindigen.

Ook is een verhoging van het abonnement per januari 2021 niet vooraf bekend gemaakt, Desalniettemin heeft de consument per automatische incasso betaald. De consument is het er echter niet mee eens.

De consument verlangt terugbetaling van zeven maanden contributie.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft diverse compensatiemogelijkheden geboden tijdens de coronacrisis, waarvan zelfs bevriezen een mogelijkheid is.

De consument heeft zelf ter compensatie een voorstel gedaan waarmee de ondernemer akkoord is gegaan, te weten twee maanden bevriezing en zeven maanden onbetaalde compensatie na beëindiging van het contract.

De consument heeft het contract opgezegd per 1 november 2021. De consument heeft een 18 maanden overeenkomst getekend, die zij na de minimale looptijd van 18 te betalen maanden heeft opgezegd. Na deze datum had zij volgens afspraak nog zeven maanden compensatie tegoed.

De consument geeft aan dat sprake zou zijn van een mondelinge toezegging dat geld terugbetaald zou worden. De ondernemer ontkent dat die afspraak gemaakt is.

De ondernemer heeft zeven maanden trainen na afloop van het contract toegezegd. Dat de consument hier uiteindelijk geen gebruik van kan/wenst te maken is niet aan de ondernemer te verwijten.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De coronapandemie heeft het voor de ondernemer onmogelijk gemaakt om de verplichtingen uit de overeenkomst na te komen. Toegang tot de sportschool was op grond van overheidsmaatregelen niet mogelijk. In die situatie kon ook van een consument niet afgedwongen worden dat de contractuele verplichtingen, betaling van de contributie, nagekomen werden.

Daarmee kon de consument in principe aanspraak maken op terugbetaling van contributie over de periode dat de sportschool gedwongen gesloten was.

Gelet op de bijzondere situatie zijn tussen veel sportscholen en hun leden in onderling overleg afspraken gemaakt die in een andere, voor de getroffen ondernemers iets minder ingrijpende manier van compensatie voorzien.

Ook de ondernemer heeft de bedoeling gehad om consumenten een aantal mogelijkheden te bieden om gecompenseerd te worden voor het niet kunnen sporten tijdens de lockdown. Tussen de consument en de ondernemer zijn daarover ook afspraken gemaakt. Daarmee is die gemaakte afspraak de basis geworden van de tussen partijen geldende rechten en plichten.

Door een verhuizing is de consument echter niet meer in de gelegenheid geweest om gebruik te maken van hetgeen waar zij recht op heeft. Daarom verlangt zij in plaats daarvan alsnog een andere compensatie dan overeengekomen, een financiële compensatie.

Dat de consument echter geen gebruik meer kan maken van de afgesproken manier van compenseren ligt echter geheel in haar eigen risicosfeer. De ondernemer heeft daar geen bemoeienis mee.

De commissie is dan ook van oordeel dat de consument niet alsnog de afgesproken wijze van compenseren kan laten omzetten in een financiële compensatie.

Uit de stukken is gebleken dat de ondernemer gedurende zeven maanden een geïndexeerd abonnementsbedrag in rekening heeft gebracht, € 2,20 per maand meer dan oorspronkelijk overeengekomen. De consument heeft aangegeven dat zij niet geïnformeerd was over de indexering. Het is dan aan de ondernemer om aannemelijk te maken dat de wijziging genoegzaam bekend is gemaakt.

De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat de consument over de aanpassing geïnformeerd is. De ondernemer was daarom niet gerechtigd de indexering in rekening te brengen en zal deze moete terugbetalen. Het betreft 7 x € 2,20, zijnde € 15,40. Dat betreft echter een in verhouding tot de vordering van de consument beperkt bedrag.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht in overwegende mate ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

De ondernemer betaalt aan de consument € 15,40. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sport en Beweging, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, J.G. Boelens, MSm en J.M.A. van Haren, leden, op 27 juni 2022.