De cliënt heeft geen recht om te weten of de arts die de cliënt heeft geopereerd, al voor die operatie met privéproblemen kampte.

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 111977

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënt], wonende te [plaats],

en

NL Healthcare Clinics B.V., gevestigd te Amersfoort,
(verder te noemen: het ziekenhuis).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2017 te Eindhoven.

Partijen zijn niet opgeroepen ter zitting te verschijnen, daar beide partijen hebben aangegeven geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling van het geschil.

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de weigering van het ziekenhuis aan de cliënt mee te delen of de arts die de cliënt heeft geopereerd, al voor die operatie met privéproblemen kampte.

Standpunt van de cliënt

Het standpunt van de cliënt luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 21 december 2016 heeft de cliënt een hernia-operatie ondergaan in de kliniek Nedspine in Ede, onderdeel van het ziekenhuis. Twee weken na de operatie is de cliënt erachter gekomen dat de arts die de operatie bij de cliënt heeft uitgevoerd (hierna: de arts), privéproblemen had, waardoor hij plotseling met vervroegd pensioen moest. Desgevraagd wil het ziekenhuis niet zeggen of die privéproblemen al vóór de operatie van de cliënt bestonden. Gezien het feit dat het ziekenhuis daar geen antwoord op geeft, gaat de cliënt ervan uit dat die problemen zich vóór zijn operatie hebben voorgedaan. De cliënt is van mening dat hij het recht heeft om te weten of de arts problemen had, die zijn functioneren zouden kunnen beïnvloeden. Een arts moet bij een operatie geconcentreerd bezig zijn en als de arts privéproblemen heeft, dan kan de concentratie soms niet meer optimaal zijn. De cliënt vindt dat hij de mogelijkheid had moeten krijgen om zijn operatie niet te laten doorgaan, mede vanwege het feit dat hij als één van de laatsten werd geopereerd. Die mogelijkheid is hem niet geboden. Na de operatie heeft de arts tegen de cliënt gezegd dat alles voorspoedig was gegaan, maar de cliënt heeft nu wel een verlamd linkerbeen. Het is altijd mogelijk dat dit gebeurt, maar de cliënt wil de risico’s zo klein mogelijk houden en dat moet de arts ook vinden. Zeer waarschijnlijk is dat nu niet gebeurd.

De cliënt wil antwoord op de vraag wanneer die privéproblemen er waren en indien deze er vóór zijn operatie waren, dan wil de cliënt dat de commissie hem een vergoeding toekent van € 20.000,–. De cliënt kan niet meer in onregelmatige diensten en in de buitendienst werken, waardoor hij ongeveer
€ 200,– netto per maand minder inkomen heeft. Hij moet nog zeven jaar werken voordat hij met pensioen kan gaan en ook zijn pensioen zal door een lager inkomen minder zijn.

Standpunt van het ziekenhuis

Het standpunt van het ziekenhuis luidt in hoofdzaak als volgt.

Het ziekenhuis heeft de cliënt op diens meermalen gestelde vraag welke privéproblemen de arts had, telkens uitgelegd dat de arts geen privéproblemen had. De arts heeft om persoonlijke redenen een verzoek gedaan om vervroegd met pensioen te mogen gaan. De directie van het ziekenhuis heeft dat verzoek gehonoreerd. Het voor de cliënt tegenvallende resultaat van de operatie heeft geen enkele relatie met de persoonlijke redenen van de arts om met vervroegd pensioen te gaan.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft op grond van de door partijen overgelegde stukken het volgende overwogen.

De cliënt, die na zijn hernia-operatie werd geconfronteerd met een verlamming van zijn linkerbeen, wil van het ziekenhuis weten of de privéproblemen, in verband waarmee de arts na de door hem verrichte operatie van de cliënt met vervroeg pensioen is gegaan, reeds aanwezig waren vóór die operatie. Het ziekenhuis heeft de cliënt de door hem verlangde informatie niet verstrekt, daartoe stellende dat de arts geen privéproblemen had en dus niet vanwege privéproblemen maar om persoonlijke redenen met vervroegd pensioen is gegaan.

De vraag die voorligt, is of de cliënt recht heeft op de door hem van het ziekenhuis verlangde informatie en of het ziekenhuis verplicht kan worden die informatie aan de cliënt te verstrekken. Deze vraag dient beantwoord te worden aan de hand van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De door de cliënt verlangde informatie is aan te merken als een persoonsgegeven in de zin van de Wbp: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Artikel 8 van de Wbp bepaalt dat persoonsgegevens aan een derde slechts mogen worden verstrekt in de in dat artikel genoemde gevallen. Het is de commissie niet gebleken dat de door de cliënt verlangde informatie tot een van die gevallen behoort. De commissie is dan ook van oordeel dat de cliënt geen recht heeft op de op de door hem verlangde informatie en dat het ziekenhuis niet verplicht is die informatie te verstrekken.

De premisse van de cliënt dat hij – bij gebreke van een antwoord van het ziekenhuis op zijn eerder genoemde vraag – ervan uitgaat dat de arts al vóór de door hem verrichte operatie privéproblemen had, is juridisch niet houdbaar en kan dan ook niet leiden tot de door de cliënt gewenste schadevergoeding. Van schadevergoeding kan alleen dan sprake zijn indien op grond van feiten en omstandigheden, welke feiten en omstandigheden door de cliënt gesteld moeten worden, aannemelijk is geworden dat de arts in enig opzicht toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de geneeskundige behandelingsovereenkomst of anderszins onrechtmatig tegenover de cliënt heeft gehandeld en er een causaal verband bestaat tussen het handelen van de arts en de verlamming van het linkerbeen van de cliënt. Dergelijke feiten heeft de cliënt niet gesteld.

Hetgeen partijen ieder voor zich meer of anders naar voren hebben gebracht dan waarvan de commissie hiervoor is uitgegaan, behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Op grond van de voorgaande overwegingen oordeelt de commissie dat de klacht van de cliënt ongegrond is.

Beslissing

De commissie:

verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;

wijst af de door de cliënt verlangde schadevergoeding.

Aldus beslist op 26 oktober 2017 door de Geschillencommissie Ziekenhuizen.