De consument heeft geen feiten gesteld waaruit volgt dat de verkoop en levering op veel kortere termijn had plaats kunnen vinden.

  • Home >>
  • Makelaardij >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Makelaardij    Categorie: Opdracht    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: MAK07-0093

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De consument heeft medio 2007 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik heb de ondernemer opdracht gegeven te bemiddelen bij de verkoop van mijn woning. Dat verliep moeizaam en heeft uiteindelijk bijna een jaar geduurd; de opdracht dateert van augustus 2006 en de woning is getransporteerd in juli 2007. Ik vind dat de ondernemer onvoldoende mijn belangen heeft behartigd. In het najaar van 2006 is er een jong stel dat vrij geïnteresseerd was langs geweest, maar dat is niets geworden. In februari 2007 kwam mevrouw [naam consument]. Het leek erop alsof hij meer oog had voor haar belangen, dan voor de mijne. Ik moest telkens toezeggingen doen ten gunste van haar. In maart 2007, tijdens een open dag, is nog een echtpaar [naam echtpaar] langs geweest; ook zij waren geïnteresseerd, maar de ondernemer zei later van niets te weten. Omdat het allemaal veel te lang bleef duren, heb ik in maart 2007 de opdracht ingetrokken. Vervolgens bleek mij, dat de ondernemer op trad voor mevrouw [naam] deed hij dat al vanaf enkele weken voordat ik de opdracht had ingetrokken. Later is hij ook gaan optreden voor mevrouw [naam] in haar hoedanigheid van koopster van mijn woning. Ik heb de stellige indruk dat de ondernemer de verkoop heeft getraineerd om uiteindelijk aan mevrouw [naam] te kunnen verkopen. Zij is uiteindelijk degene geweest die de woning heeft gekocht. Omdat ik door de laakbare vertraging als gevolg van het optreden van de ondernemer langer dan nodig met dubbele maandlasten heb gezeten, stel ik een vordering tegen de ondernemer in ter hoogte van twee maal de maandlasten. De ondernemer heeft in verband met de intrekking kosten in rekening gebracht, namelijk € 348,75 wegens afgesproken intrekkingskosten en € 769,25 wegens diverse kosten. Laatstgenoemd bedrag heb ik, nadat daar de btw bij was opgeteld zodat dit € 915,41 kwam te luiden, betaald. Het eerste bedrag wens ik niet te betalen en te verrekenen met de door mij geleden schade.   De commissie verwijst voor een uitgebreide weergave van het standpunt van de consument naar zijn brieven die zich in het dossier bevinden.   De consument verlangt dat wordt vastgesteld dat hij het bedrag van € 348,75 niet verschuldigd is.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik kreeg als eerste de woning van de consument in de verkoop. Enige tijd later werd ik benaderd door een notaris, die mij een probleemgeval voorlegde. Het betrof mevrouw [naam]. die een ernstig zieke partner had en die haar huis moest verkopen. Dat heb ik dus in de verkoop gekregen; dat was al ruim voor maart 2007. In dat verband heb ik gesprekken met haar gevoerd en toen heb ik haar gezegd, dat ik eventueel wel een geschikt vervangend huis voor haar in portefeuille had en daarbij dacht ik aan de woning van de consument. Daarom heb ik haar met de consument in contact gebracht en het huis stond haar wel aan. Dit alles is een volstrekt normale gang van zaken. Natuurlijk stond voor mij voorop, dat ik bij een eventuele verkoop van de woning van de consument aan mevrouw [naam], de belangen van de consument moest behartigen, niet die van mevrouw [naam]. Ik heb haar toen aangeraden zelf een makelaar in de arm te nemen om haar bij de aankoop te begeleiden, maar zij zei dat zij voldoende vertrouwen had in mij om het zonder eigen makelaar af te kunnen. Het was mevrouw [naam] die beslissingen nam omtrent de prijs die zij wilde bieden, en als zij op enig moment een bepaald bedrag bood kon ik niet anders dan dat doorgeven aan de consument.   In verband met de situatie van haar partner en de omstandigheid dat zij machtigingen nodig had, was van de aanvang af aan duidelijk dat zij vele maanden nodig zou hebben om dit af te werken en dat wist de consument. Het is uiteindelijk ook gebleken dat mevrouw [naam] de woning af nam. Maar de consument wilde in maart 2007 dat de zaak snel afgewikkeld zou worden, doch dat kon niet. Daarom heeft hij de opdracht ingetrokken en toen heb ik de nota verstuurd. Het klopt dat daarvan € 915,41 is betaald. Daarna heeft de consument de opdracht gegeven aan een collega. Mevrouw [naam] gaf mij te kennen dat zij toch wel graag met die woning verder wilde en daarom ben ik, na de intrekking door de consument, ook wel namens mevrouw [naam]. opgetreden. Ik had geen bemiddelingsopdracht van haar en heb van haar ook geen courtage ontvangen. Ik heb altijd de verschillende posities en belangen goed in het oog gehouden.   De consument was wat mij betreft gewoon te vroeg met het intrekken van de opdracht. En er is ook geen vertraging opgetreden. Mevrouw [naam] had gewoon die maanden nodig en dat wist de consument.   Voor het overige betwist ik dat ik op slinkse wijze zou hebben gepoogd mijn courtage binnen te halen of heb getracht de consument ertoe te bewegen van de klacht af te zien.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De consument heeft een veelheid van klachten omtrent het optreden van de ondernemer geuit. De commissie stelt voorop, dat er geen objectieve aanwijzingen voorhanden zijn dat de ondernemer de belangen van de consument – zijn cliënt – zou hebben veronachtzaamd ten gunste van mevrouw [naam] van belangenverstrengeling is niet gebleken. De consument heeft uiteindelijk ook, bijgestaan door een andere makelaar, met de verkoopprijs ingestemd. Mitsdien blijkt niet van enig nadeel in dat opzicht.   Voor de overige klachten geldt, dat in het licht van het gevorderde, uitsluitend van belang is of aan de ondernemer tekortkomingen vallen te verwijten als gevolg waarvan de verkoop en levering vertraging hebben opgelopen. Daarvan is niet gebleken en daartoe heeft de consument ook onvoldoende feiten gesteld. Daarenboven heeft de ondernemer op overtuigende wijze uiteen gezet dat de aspirant koopster mevrouw[naam], om redenen van persoonlijke aard, geruime tijd nodig had om allerlei kwesties te regelen. De consument heeft geen feiten gesteld waaruit volgt dat de verkoop en levering op substantieel kortere termijn had kunnen plaats vinden. Dat betekent dat van schade geen sprake is. Mitsdien behoeft de vraag of de ondernemer op onderdelen steken heeft laten vallen, geen bespreking meer.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   De consument is ook het nog niet betaalde bedrag groot € 348,75, te vermeerderen met 19 % btw, dus € 415,01 verschuldigd.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, op 10 december 2007.