De oorzaak van het loslaten tijdens het aanbrengen van de latexverf is het ontbreken van een

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Doe-Het-Zelfbedrijven    Categorie: Informatie    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 119876

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 5 april 2018 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van onder andere glasvliesbehang en glasweefsellijm

De consument heeft op 9 april 2018 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument stelt dat hij glasvliesbehang, lijm en tex bij de ondernemer heeft gekocht en heeft aangebracht op de wanden van de begane grond en de verdieping in zijn woning. Na het aanbrengen van de tex laat het glasvliesbehang echter los. De consument verlangt een vergoeding van de kosten die hij heeft moeten maken in verband met het herstel van de wanden. De consument begroot deze kosten op € 2.405,–, zijnde 130 m² (wandoppervlakte bovenverdieping) x € 18,50 (prijs stukadoor).

De consument heeft gereageerd op het deskundigenrapport en stelt zich op het standpunt dat het deskundigenrapport niet (voldoende) onderbouwd is, omdat het rapport niet gestaafd is aan technische metingen en waarden en niet gestaafd is met cijfers. Het deskundigenrapport is daarmee niet specifiek en meetbaar. Dat geldt ook voor het rapport van [bedrijfsnaam onderzoeksbureau]

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het onderzoek door de door de commissie benoemde deskundige voldoet niet aan de daarvoor geldende maatstaven, althans niet aan de maatstaven die de consument in zijn eigen werk dient aan te houden. Zo heeft er alleen een optische controle plaatsgevonden en is bijvoorbeeld het vochtgehalte niet gemeten. Dat bij een zuigende ondergrond eerst een primer aangebracht moest worden, stond inderdaad vermeld op de verpakking van het behang. De ondergrond waar het behang op was aangebracht was stucwerk. Het was ons niet bekend dat het een zuigende ondergrond was. Wij hebben zelf de afweging gemaakt om geen primer te gebruiken. Het was aannemelijk dat de ondergrond niet zuigend was. Dat er geen primer was gebruikt en dus geen voorstrijklaag aanwezig was, was door de deskundige met het blote oog zichtbaar.

De consument verlangt een schadevergoeding van € 2.405,–.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer voert in zijn verweer aan dat het glasvliesbehang is onderzocht door zowel de leverancier van het behang als door [bedrijfsnaam onderzoekbureau]. De leverancier heeft adviezen gegeven om de klachten te verhelpen, maar dit advies is door de consument geweigerd. [Bedrijfsnaam onderzoeksbureau] heeft geconstateerd dat de ondergrond bestaat uit een betonsteengelijkend product waarover een zeer ruwe raaplaag is aangebracht. Deze combinatie zorgt voor een zeer sterk zuigende werking, waardoor de lijm te snel uitdroogt en onvoldoende hechtingssterkte bereikt. Om dit te voorkomen moet een hechtprimer aangebracht worden, iets wat in deze situatie niet gedaan is. Dit wordt echter wel in de gebruiksaanwijzing aangegeven. De klacht van de consument is dan ook terecht afgewezen.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.
De oorzaak van het loslaten tijdens het aanbrengen van de latexverf is het ontbreken van een voorstrijklaag. Voor het behangen is de pleisterlaag niet van een voorstrijklaag voorzien. Op de verpakking van de gebruikte glasweefsellijm staat vermeld dat bij absorberende en poederachtige ondergronden deze vooraf behandeld moeten worden met een voor deze ondergrond geschikte primer.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De door de commissie benoemde deskundige heeft na onderzoek geconcludeerd dat de oorzaak van de klachten gelegen is in het niet aanbrengen van een voorstrijklaag (primer). De consument heeft tijdens de mondelinge behandeling van zijn klacht verklaard dat hij geen voorstrijklaag heeft aangebracht, dat op de verpakking stond dat dit bij een zuigende ondergrond wel gedaan moest worden en dat achteraf met het oog waarneembaar was dat geen voorstrijklaag was aangebracht. Gelet hierop, en in het bijzonder dat de afwezigheid van een voorstrijklaag met het oog waarneembaar is, is het deskundigenrapport naar het oordeel van de commissie voldoende onderbouwd. De commissie neemt de conclusie van de deskundige over en wijst de bezwaren van de consument ten aanzien van het deskundigenrapport van de hand. Zij doen, indien al juist, niet af aan de in het deskundigenrapport neergelegde conclusie.

De consument heeft ter zitting tevens verklaard dat hij zelf de afweging heeft gemaakt om geen voorstrijklaag aan te brengen. Dat is natuurlijk zijn goed recht, maar de consequenties van die keuze dienen wel voor rekening van de consument te komen en kunnen niet afgewenteld worden op de ondernemer. Dat de consument in de veronderstelling verkeerde dat de ondergrond niet zuigend was, komt ook voor zijn rekening en risico. De consument had zich nader kunnen en moeten informeren. De consument heeft ook niet nader onderbouwd waarom hij meende dat hij de veronderstelling mocht hebben dat de ondergrond niet zuigend was, zodat ook aan deze stelling van de consument voorbijgegaan wordt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Doe-Het-Zelfbedrijven bestaande uit:
mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw mr. M.J. Boon en de heer W. van Dijk, leden, op 6 december 2018.