De klacht kan niet behandeld worden, omdat de cliënt zich niet eerst tot de zorginstelling, maar direct tot de commissie heeft gewend met zijn klacht

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118812

De uitspraak:

In het geschil tussen
 
[Cliënt], wonende te [plaats], en Medisch Spectrum Twente, gevestigd te Enschede (verder te noemen: de zorginstelling).

Behandeling van het geschil

De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken. De behandeling heeft op 11 januari 2019 te Breda plaatsgevonden.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen, omdat eerst dient te worden vastgesteld of cliënt in zijn klacht ontvankelijk is. Partijen zijn van deze procedurele gang van zaken op de hoogte gesteld. 

Standpunt van de cliënt

De cliënt is begin juni 2017 met pijn op de borst en hevige hoofdpijnklachten per ambulance naar de Eerste Hart Hulp (verder te noemen: EHH) van de zorginstelling vervoerd. Op de EHH werd geconstateerd dat de cliënt een alcoholprobleem had en de cliënt werd verteld dat hiervan melding bij de Kinderbescherming zou worden gemaakt. De cliënt was hiervan zodanig onder de indruk, dat (mede) hierdoor zijn hoofdpijnklachten toenamen. Hij was bang dat hij een hersenbloeding zou krijgen, maar zijn klachten werden volgens hem niet serieus genomen en afgedaan als een alcoholprobleem. Twee weken later kreeg de cliënt daadwerkelijk een hersenbloeding. Thans kampt hij met restverschijnselen, waardoor hij niet meer volledig kan functioneren, hetgeen nadelige gevolgen heeft voor zijn gezin. 

De cliënt heeft geklaagd over het feit dat zijn klachten niet serieus werden genomen en over de uitspraak van de arts dat de Kinderbescherming ingeschakeld zou worden. In april 2018 heeft een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden, maar dit gesprek is niet naar tevredenheid van de cliënt verlopen. De cliënt heeft vervolgens bij de klachtenfunctionaris nagevraagd of het juist is dat hij zijn klacht eerst schriftelijk bij het klachtenonderzoeksteam van de zorginstelling kenbaar dient te maken en dat hij zich vervolgens tot De Geschillencommissie kan wenden, waarop de klachtenfunctionaris op 23 april 2018 bevestigend heeft gereageerd. Op 17 juli 2018 heeft de cliënt zijn klacht bij de commissie ingediend. 
 
Standpunt van de zorginstelling

De zorginstelling stelt zich primair op het standpunt dat de cliënt niet-ontvankelijk is in zijn klacht, omdat hij niet eerst de interne klachtenprocedure bij de zorginstelling heeft doorlopen. Hierbij wijst de zorginstelling erop dat aan de cliënt de folder is overgelegd waarin de interne klachtenprocedure is beschreven. Uit de stukken blijkt voorts dat de cliënt op de hoogte was van de te volgen klachtenprocedure, die voorschrijft dat de weg naar De Geschillencommissie pas openstaat na het indienen van een (schriftelijke) klacht bij de zorginstelling, aangezien de cliënt dit heeft geverifieerd bij de klachtenfunctionaris. Dat de cliënt de voorgeschreven procedure niet heeft gevolgd, wordt bevestigd door de met de hand geschreven opmerking op het klaagschrift dat cliënt geen schriftelijke reactie op zijn klacht heeft ontvangen en dat hij (uitsluitend) een gesprek heeft gehad waarmee hij niet tevreden was. 

Subsidiair is de zorginstelling – kortgezegd – van mening dat de klacht op beide punten ongegrond dient te worden verklaard. De anamnese verliep moeizaam en hoewel de cliënt ontkende alcohol te hebben genuttigd, bevestigde onderzoek zijn dronkenschap. De cliënt is door de cardioloog en de neuroloog uitgebreid onderzocht, zodat niet gezegd kan worden dat zijn pijnklachten niet serieus zijn genomen. Ten aanzien van de melding bij Veilig Thuis (niet bij de Kinderbescherming) merkt de zorginstelling op dat de cardioloog de cliënt heeft gewezen op zijn verantwoordelijkheid als vader van drie jonge kinderen. De cliënt kon echter niet worden overtuigd van de ernst van de kwestie en de noodzaak tot het aanpassen van zijn levensstijl. Vervolgens heeft de cardioloog aan cliënt medegedeeld te overwegen een melding te doen, zodat er hulp zou komen voor zijn gezin. De cliënt heeft toen niet geprotesteerd. Nadat de cardioloog van verschillende zijden advies had ingewonnen, heeft hij de melding daadwerkelijk gedaan. Het gezin heeft hulp gekregen en aanvaard. De zorginstelling acht gelet op deze gang van zaken niet aannemelijk dat de mededeling van de cardioloog de gestelde impact op de cliënt heeft gehad. Los daarvan meent de zorginstelling dat de melding bij Veilig Thuis op de juiste gronden is gedaan.

De beoordeling van de ontvankelijkheid

De commissie overweegt met betrekking tot de ontvankelijkheid van de klacht het volgende.

De cliënt is niet tevreden over de wijze waarop hij door de zorginstelling is bejegend. Hij heeft geklaagd over het feit dat de cardioloog hem meedeelde een melding te zullen maken bij Veilig Thuis, alsmede over het niet serieus nemen van zijn pijnklachten door de zorginstelling. Hierover heeft een gesprek tussen de cliënt en de zorginstelling plaatsgevonden, maar dit gesprek is niet naar tevredenheid van de cliënt verlopen. De klachtenfunctionaris heeft de cliënt vervolgens desgevraagd laten weten dat het juist is dat hij zijn klacht bij het klachtenonderzoeksteam van de zorginstelling kenbaar diende te maken, alvorens hij zich desgewenst tot de commissie zou kunnen wenden. Voorts heeft de cliënt de folder ontvangen waarin de klachtenprocedure is beschreven. Ondanks dat de cliënt onmiskenbaar op de hoogte was van de te volgen procedure in deze, heeft hij zich niet eerst tot de zorginstelling, maar direct tot de commissie gewend om zijn klacht in te dienen. De commissie overweegt dat onder deze omstandigheden het zonneklaar is dat geen klachtenprocedure is doorlopen binnen de zorginstelling.

In reactie op de op 17 juli 2018 bij de commissie ingediende klacht van de cliënt, heeft de zorginstelling zich in het verweerschrift van 16 november 2018 primair op het standpunt gesteld dat de klacht niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de cliënt eerst gebruik dient te maken van de geboden mogelijkheid om het klachtenonderzoeksteam een uitspraak te laten doen over de gegrondheid van de klacht.

Conform artikel 6, eerste lid, onder a, van het van toepassing zijnde Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen dient de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu hij zijn klacht niet eerst bij de zorginstelling heeft ingediend en de zorginstelling bij eerste gelegenheid om
niet-ontvankelijkverklaring heeft verzocht. Voorts doet zich naar het oordeel van de commissie geen van de situaties voor zoals bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, op grond waarvan kan worden afgeweken van het gestelde in het eerste lid, onder a, van dit artikel.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
 
De commissie verklaart de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk.

Aldus beslist op 11 januari 2019 door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit
de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer dr. J.D.M. Metzemaekers en de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Graumans, secretaris.