De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de medewerkster die zich als erfgenaam in het testament van de cliënt heeft laten opnemen en die de nabestaanden niet de gelegenheid heeft gegeven om tijdens het stervensproces en de crematie afscheid te nemen van hun schoonmoeder/oma

  • Home >>
  • Verpleging Verzorging en Geboortezorg >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 114131

De uitspraak:

In het geschil tussen:

mevrouw [naam dochter cliënt], nabestaande van wijlen mevrouw [naam cliënte], wonende te [woonplaats], (verder te noemen: de cliënte) en Stichting Laurens, gevestigd te Rotterdam, (verder te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 5 maart 2018 te Rotterdam. Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen om ter zitting te verschijnen. Cliënte is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar dochter [naam dochter]. Namens de zorgaanbieder waren aanwezig mevrouw [naam], directrice, en mevrouw [naam], kwaliteitsmanager.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het handelen van een thuiszorgmedewerker.

Standpunt van de cliënte

Het standpunt van de cliënte luidt in hoofdzaak als volgt.

Cliënte beklaagt zich over het handelen van een thuiszorgmedewerkster (verder te noemen D.).

D. heeft de schoonmoeder van cliënte vier maanden voor haar overlijden bewogen haar testament te wijzigen. Zij heeft zichzelf aangesteld als executeur-testamentair. D. heeft de familie niet tijdig in kennis gesteld van het overlijden en de uitvaart van haar schoonmoeder. Cliënte en haar dochter hebben daardoor niet de mogelijkheid gekregen om afscheid te nemen, zowel niet in het hospice als niet bij de crematie. D. heeft een willekeurige notaris voor het opmaken van een nieuw testament en de nalatenschap ingeschakeld.
D. heeft in september het testament en de sleutels van de woning, onder begeleiding van een medewerker van de zorgaanbieder aan cliënte teruggegeven. Bij inspectie van de woning van haar schoonmoeder bleken alle kasten en lades leeg te zijn en alle waardevolle spullen te zijn verdwenen.

Ter zitting heeft cliënte haar standpunt nader toegelicht. Cliënte was gehuwd met de zoon van de overledene. Haar man is een aantal jaren geleden overleden. D. heeft ernstig financieel misbruik gemaakt van haar schoonmoeder en daardoor hebben cliënte en haar kinderen ernstige financiële en emotionele schade geleden. Zij zijn door D. weggehouden bij het stervensproces en hebben geen afscheid van haar kunnen nemen, zowel niet in het hospice als tijdens de crematie.
Daarnaast zijn alle eigendommen, waaronder een klok, van de overledene verdwenen en grote sommen geld van haar rekening opgenomen en verdwenen. D. heeft een notaris ingeschakeld die een rekening van € 2.500,– heeft gedeclareerd. Ondertussen is de huur van de woning van de overledene niet opgezegd en zijn verzekeringen door blijven lopen. De kosten van de huur bedragen € 1.100,–.

De cliënte vordert een schadevergoeding vanwege deze emotionele schade en materiële schade van € 10.000,– van de zorgaanbieder.

Standpunt van de zorgaanbieder

Het standpunt van de zorgaanbieder luidt in hoofdzaak als volgt.

De zorgaanbieder heeft de gang van zaken uitvoerig onderzocht. Voor haar overlijden heeft [naam overleden cliënte] aan een medewerkster verzocht haar belangen te behartigen. Dit is geen wenselijke gang van zaken en de zorgaanbieder heeft ten aanzien van de medewerkster passende disciplinaire maatregelen getroffen. Op aangeven van de zorgaanbieder heeft de medewerkster afstand gedaan van haar rol als belangenbehartiger. Daarnaast heeft zij de erfenis geweigerd en ook afstand gedaan van de bezittingen (sleutels en pinpas) bij de notaris, onder begeleiding van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is van oordeel dat de afwikkeling van het testament en de nalatenschap buiten haar verantwoordelijkheid valt.
De medewerkster heeft, althans naar het oordeel van de zorgaanbieder, gehandeld vanuit goede bedoelingen en hoopte de wensen van [naam overleden cliënte] te vervullen. Het laatste wat zij heeft gewild was onenigheid binnen de familie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De zorgaanbieder heeft erkend dat haar medewerkster niet heeft gehandeld, zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende medewerkster in gelijke omstandigheden, door zich als erfgenaam in het testament van [naam overleden cliënte] te laten opnemen en cliënte en haar kinderen niet de gelegenheid heeft gegeven tijdens het stervensproces en de crematie afscheid te nemen van hun schoonmoeder/oma. De zorgaanbieder heeft ter zitting aangegeven dat zij geen zicht heeft gehad op het handelen van D. en dit handelen betreurt.

De commissie stelt voorop dat de zorgaanbieder verantwoordelijk is voor het handelen van haar on-dergeschikten en ook aansprakelijk is voor eventuele schade die door toedoen van de onderschikte is ontstaan. De commissie is van oordeel dat cliënte heeft aangetoond dat zij door het handelen van D. schade heeft geleden.

De cliënte heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat door toedoen van D. ten laste van de erfenis extra kosten zijn gemaakt te weten doorlopende woonkosten/verzekeringskosten, als gevolg van het niet opzeggen van de huur/verzekeringen en kosten voor het opmaken van een (nieuw) testament door de notaris. De commissie begroot deze kosten ex aequo et bono op € 3.500,– en zal de zorgaanbieder veroordelen tot betaling van dit bedrag aan cliënte.

Daarnaast is genoegzaam komen vast te staan dat cliënte door het handelen van D. emotionele schade heeft ondervonden, waarbij de commissie met name de handelwijze van D. met betrekking tot het bewust niet betrekken van cliënte en haar kinderen in de laatste levensfase van hun schoonmoeder/oma als ernstig laakbaar acht. De commissie zal de zorgaanbieder veroordelen vanwege deze emotionele schade tot een bedrag, dat zij aequo et bono op € 1.500,– vaststelt.

De verdere afwikkeling van de nalatenschap, waaronder de verdwenen persoonlijke eigendommen van [naam overleden cliënte] en de bedragen die van haar rekening zijn afgeschreven, valt buiten verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Hierover kan de commissie geen oordeel geven.

Klachtengeld.
Daar de klachten van cliënte gegrond worden verklaard, ziet de commissie aanleiding de zorgaanbieder te veroordelen tot vergoeding aan cliënte van het door haar betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

I. verklaart de klachten gegrond;

II. veroordeelt de zorgaanbieder tot betaling van een schadevergoeding van € 5.000,– aan cliënte. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;

III. bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 dient te vergoeden aan de cliënte ter zake van het klachtengeld. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;

IV. wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist op 5 maart 2018 door de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg