Commissie: Openbaar vervoer
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
252623/281814
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument moest op 26 januari 2024 een alternatieve terugreis maken per trein, omdat de oorspronkelijke reis niet doorging. Zij betaalde daarvoor € 1.162,40. De originele terugreis (€ 401,40) was al door de ondernemer terugbetaald. De consument vroeg daarnaast ook vergoeding van een eerdere vliegreis (€ 473,34), maar die kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. De commissie vindt dat de extra kosten van de alternatieve terugreis noodzakelijk en redelijk waren en dat de ondernemer deze moet vergoeden, onder aftrek van de al terugbetaalde originele tickets. Dat komt neer op € 761. Ook moet de ondernemer het klachtengeld van € 27,50 betalen. De klacht is dus deels gegrond.
De volledige uitspraak
Nadere beoordeling van het geschil
De commissie heeft onder meer in het tussenadvies van 20 november 2024 overwogen dat wat betreft de terugreis per spoor via een alternatieve route is gereisd en dit niet tot extra kosten voor de consument dient te leiden. De ondernemer dient op te komen voor de door de consument bestede kosten maar niet geheel opgehelderd was welke kosten in dat verband precies gemaakt zijn zodat de commissie daarin meer inzicht nodig had om te kunnen beoordelen of het noodzakelijke, passende en redelijke kosten betrof. De consument is in de gelegenheid gesteld dat nader te preciseren en onderbouwen.
De consument had vervoersbewijzen en boekingsstukken van vier reizen ingebracht en wel van:
1. De originele terugreis (€401,40) [plaatsnaam] – [plaatsnaam]
Vertrek: vr 26 jan 2024 om 12:48 Aankomst: vr 26 jan 2024 om 17:15
2. De boeking bij [ondernemer] met betalingsdatum: 22 januari 2024
Totaalprijs € 1.162 40
[Plaatsnaam] – [plaatsnaam] Vertrek: vr 26 jan 2024 om 12:48
Dit is de alternatieve reis en deze reis gaat over [plaats].
3. De vervoerstukken van de originele heenreis (€ 263,20)
[Plaatsnaam]- [plaatsnaam]
Vertrek: vr 12 jan 2024 om 08:13
Aankomst: vr 12 jan 2024 om 11:54
4. de vliegtickets van de reis naar [plaats] op 12 januari 2024.
Nu de consument geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid tot nadere specificatie en onderbouwing van de gemaakte kosten kan tot een vaststelling en verschuldigdheid van een vergoeding voor de terugreis worden geconcludeerd.
De consument wenste dat de ondernemer de kosten voor het alternatieve vervoer op de heenreis (de vliegreis naar [plaats] à € 473,34 voor twee personen) vergoedt en de kosten van het alternatieve vervoer op de terugreis (de treinreis via [plaats] à € 1.162,40 voor drie personen), met dien verstande dat het reeds door [ondernemer] terugbetaalde bedrag in verband met de annulering van de terugreis via [plaatsnaam 2] à € 401,40, hierop in mindering wordt gebracht, zodat zij een vergoeding vraagt ter hoogte van € 761,–.
Voor zover vergoeding gevraagd wordt van de extra reiskosten van de alternatieve terugreis komt het tot een gegrondverklaring van de klacht en tot toewijzing van een deel van het verlangde. Het betreft immers de directe vervoerskosten en daarmee door de reiziger gemaakte noodzakelijke, passende en redelijke kosten.
In het tussenadvies is al beslist dat de kosten van de heenreis niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De ondernemer heeft er nog op gewezen dat zij de tickets die waren geboekt voor de terugreis inmiddels heeft terugbetaald en dat het niet aan de orde kan zijn dat [ondernemer] daarnaast de volledige tickets voor de alternatieve route via [plaats] vergoedt omdat dat erop zou neerkomen dat de consument geheel kosteloos zou hebben gereisd.
De commissie zal de kosten voor de alternatieve terugreis toewijzen onder aftrek van de kosten van de originele terugreis. Zo heeft de consument het ook gevraagd. Daarmee is het bezwaar van de ondernemer ondervangen en wordt ondervangen dat de consument geen extra reiskosten heeft gehad. Voor zover door de ondernemer reeds betalingen in mindering zijn gedaan kunnen die verrekend worden.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer moet een totaalbedrag van € 761,- (de kosten van de alternatieve terugreis onder aftrek van een bedrag van € 401,40 voor zover dat reeds voldaan is) aan consument voldoen binnen dertig dagen.
Bij niet betaling is vanaf die datum ook wettelijke rente daarover verschuldigd tot de datum van uiteindelijke betaling.
De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Wijst voor het overige het verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 15 maart 2025.